Kinderalimentatie op nihil tijdens minnelijk schuldhulptraject
ECLI:NL:GHAMS:2026:2868, Gerechtshof Amsterdam, 06-10-2026, 200.365.812/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)overeenstemming ter zitting over de omgangsregeling. Voor de periode dat de man, de verwekker van de minderjarige, deelneemt aan het minnelijk schuldhulpverleningstraject stelt het hof zijn kinderbijdrage op nihil. Hoge Raad 8 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:340).
Kern van de zaak
Een verwekker (man) van twee kinderen verzoekt de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie van €25 per kind per maand op nihil te stellen voor de duur van zijn minnelijk schuldhulpverleningstraject. De vrouw (moeder) is het daar niet mee eens. Partijen procederen ook over de omgangsregeling.
Beslissing van de rechter
Het hof handhaaft de bijdrage van €25 per kind per maand tot de datum waarop het minnelijk schuldhulpverleningstraject daadwerkelijk aanvangt, en stelt de bijdrage vervolgens op nihil voor de duur van dat traject. De doorslaggevende reden is dat de Hoge Raad in zijn uitspraak van 8 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:340) heeft bepaald dat een onderhoudsplichtige die deelneemt aan schuldsanering in beginsel geen draagkracht heeft voor alimentatie, een principe dat het hof analoog toepast op het minnelijk schuldhulpverleningstraject.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft beperkte, maar relevante impact doordat zij de HR-norm uit 2024 analoog toepast op het minnelijk schuldhulptraject; dit is rechtsontwikkelend op hof-niveau maar niet fundamenteel baanbrekend.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van artikel 1:394 BW rust op de verwekker een wettelijke onderhoudsplicht jegens zijn kinderen, ook als hij geen juridisch ouder is.
- 2Zolang het minnelijk schuldhulpverleningstraject nog niet is aangevangen, blijft de bijdrage van €25 per kind per maand gehandhaafd.
- 3Het hof past de HR-norm uit ECLI:NL:HR:2024:340 (WSNP) analoog toe op het minnelijk schuldhulptraject: deelname leidt in beginsel tot nihilstelling.
- 4Omdat de vrouw geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld, kan de bijdrage in hoger beroep niet hoger worden vastgesteld dan €25 per kind per maand.
- 5De schuldhulpverlener had de beslissing in hoger beroep afgewacht voordat het traject van achttien maanden zou beginnen, wat de ingangsdatum van de nihilstelling bepaalt.
Impactanalyse
Juridische impact
Het hof breidt de door de Hoge Raad geformuleerde norm voor WSNP-situaties uit naar het minnelijk schuldhulpverleningstraject, wat een precedent kan scheppen voor vergelijkbare alimentatiezaken. Dit verduidelijkt dat deelname aan minnelijke schuldhulpverlening, net als WSNP, in beginsel leidt tot een nihilstelling van alimentatieverplichtingen.
Praktische impact
De man hoeft gedurende zijn minnelijk schuldhulpverleningstraject geen kinderalimentatie te betalen, wat zijn schulddelgingsproces niet doorkruist. Voor de kinderen betekent dit dat zij tijdelijk geen bijdrage van de verwekker ontvangen, al is de ingangsdatum van de nihilstelling gekoppeld aan de feitelijke start van het traject.
Onderwerp-impact
In alimentatiezaken waarbij een onderhoudsplichtige in financiële problemen verkeert en deelneemt aan schuldhulpverlening, biedt deze uitspraak een concrete handvat: het minnelijk traject wordt gelijkgesteld met WSNP voor de beoordeling van draagkracht.
Samenvatting
In deze zaak voor het Gerechtshof Amsterdam staat de kinderalimentatie centraal die een verwekker verschuldigd is aan zijn twee kinderen op grond van artikel 1:394 BW. De rechtbank had eerder een bijdrage van €25 per kind per maand vastgesteld. De man heeft in hoger beroep verzocht deze bijdrage op nihil te stellen voor de duur van zijn minnelijk schuldhulpverleningstraject, omdat hij stelt geen draagkracht te hebben zolang hij aan dat traject deelneemt. De vrouw heeft geen incidenteel hoger beroep ingesteld, waardoor de bijdrage in hoger beroep niet hoger dan €25 per kind per maand kan worden vastgesteld. Het hof stelt vast dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject op het moment van de zitting nog niet was aangevangen; de schuldhulpverlener wachtte de uitspraak in hoger beroep af alvorens de achttienmaandstermijn te laten lopen. Voor de periode vóór de start van het traject ziet het hof geen reden om de bijdrage te verlagen en handhaaft het de vastgestelde €25 per kind per maand. Voor de periode waarin de man daadwerkelijk deelneemt aan het traject oordeelt het hof anders. Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:340), dat bepaalt dat een onderhoudsplichtige aan wie de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van toepassing is, behoudens bijzondere omstandigheden, geacht wordt geen draagkracht te hebben voor het betalen van alimentatie. Het hof past deze norm analoog toe op het minnelijk schuldhulpverleningstraject en stelt de bijdrage op nihil voor de duur van dat traject. De uitspraak maakt zo duidelijk dat minnelijke schuldhulpverlening, evenals WSNP, in beginsel draagkracht wegneemt voor alimentatieverplichtingen. De nihilstelling gaat in op de datum waarop het traject daadwerkelijk aanvangt.