WOZ-waarden deels verlaagd door Hof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2026:2838, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 25/156 tot en met 25/160
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wijze van procederen en indienen stukken; stuk te laat ingediend en tardief verklaard; wrakingsverzoek wordt niet aan de wrakingskamer van het Hof voorgelegd.
Kern van de zaak
Belanghebbende [X] is eigenaar van meerdere onroerende zaken in Amsterdam en heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld met gebruikmaking van onder meer de huurwaardekapitalisatiemethode voor niet-woningen. [X] bestreed de hoogte van de vastgestelde waarden in hoger beroep.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij de rechtbank het beroep voor de woning aan de b-straat gegrond verklaarde en de WOZ-waarden verlaagde (naar respectievelijk €1.206.000 en €633.000). Voor drie andere objecten (b-straat 3, 4 en 1-A) trok de gemachtigde van [X] het beroep ter zitting in; de uitkomst voor de overige zaken blijkt onvolledig uit de beschikbare tekst.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke WOZ-procedure zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past bestaande wettelijke kaders toe en heeft beperkte reikwijdte buiten de directe partijen. De onvolledigheid van de uitspraaktekst maakt een volledige beoordeling onzeker.
Belangrijkste punten
- 1De WOZ-waarde van woningen aan de b-straat is door de rechtbank verlaagd; het Hof corrigeert een kennelijke verschrijving in de waarde (€1.239.000 wordt gelezen als €1.206.000).
- 2Voor niet-woningen (kantoor a-straat, 496 m², bouw ca. 1899, Amsterdam-Centrum) geldt de huurwaardekapitalisatiemethode; partijen zijn het over de toe te passen methode eens.
- 3Drie beroepen werden ter zitting ingetrokken door de gemachtigde van belanghebbende (b-straat 3, 4 en 1-A).
- 4De heffingsambtenaar draagt de bewijslast: hij moet aannemelijk maken dat de vastgestelde waarde niet hoger is dan de marktwaarde op de waardepeildatum.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve beslissing van het Hof in alle vijf zaken kan niet volledig worden vastgesteld op basis van de beschikbare tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode bij niet-woningen en de bewijslastverdeling ex artikel 17 Wet WOZ. De correctie van een kennelijke verschrijving in de waarde door het Hof heeft beperkte precedentwerking.
Praktische impact
Voor belanghebbende [X] leidt de verlaging van de WOZ-waarden tot een lagere aanslag in de onroerende zaakbelasting 2023 voor de betrokken woningen. De ingetrokken beroepen leiden tot handhaving van de eerder vastgestelde waarden voor die objecten.
Onderwerp-impact
In de vastgoedpraktijk benadrukt deze zaak het belang van een onderbouwde taxatiematrix bij WOZ-procedures voor zowel woningen als niet-woningen in Amsterdam-Centrum.
Samenvatting
In deze hoger beroepprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam (zaaknummers 25/156 t/m 25/160) gaat het om de WOZ-waardevaststelling van meerdere onroerende zaken in Amsterdam, eigendom van belanghebbende [X]. De zaken betreffen zowel woningen als een kantoor. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank Amsterdam over vijf objecten. Voor drie objecten aan de b-straat (nummers 3, 4 en 1-A) heeft de gemachtigde van [X] het beroep ter zitting ingetrokken, zodat die zaken geen inhoudelijke beoordeling meer kregen. Voor de woningen aan de b-straat (1 en 2) verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en verlaagde zij de WOZ-waarden tot respectievelijk €1.206.000 (het Hof corrigeert een kennelijke verschrijving van €1.239.000 in de rechtbankuitspraak) en €633.000, met een bijbehorende verlaging van de aanslag onroerende zaakbelasting 2023. Voor het kantoor aan de a-straat (496 m², gebouwd circa 1899, Amsterdam-Centrum) is de centrale juridische vraag of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Partijen zijn het erover eens dat de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK-methode) de juiste waarderingsmethode is. Op grond van artikel 17 Wet WOZ rust de bewijslast bij de heffingsambtenaar, die aannemelijk moet maken dat de vastgestelde waarde niet hoger is dan de marktwaarde op de waardepeildatum. De taxateur van de heffingsambtenaar lichtte de taxatiematrix toe ter zitting. De definitieve beslissing van het Hof in alle vijf zaken kan op basis van de beschikbare en onvolledige uitspraaktekst niet volledig worden vastgesteld. De zaak heeft beperkte algemene juridische impact en past binnen de standaard WOZ-rechtspraak.