JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2822Laag22/100

Ondernemingskamer behandelt enquêteverzoek Hestia tegen Buurtzorg

ECLI:NL:GHAMS:2026:2822, Gerechtshof Amsterdam, 24-09-2026, 200.362.943/01 OK

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 24 september 2026Publicatie: 2 oktober 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:200.362.943/01 OK
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Ondernemingskamer
Aandeelhoudersgeschil
Tussenbeschikking
Buurtzorg

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

OK; geschillenregeling; terugkomen bindende eindbeslissing; afwijzing

Kern van de zaak

Hestia in de Buurt B.V. heeft een enquêteverzoek ingediend bij de Ondernemingskamer tegen Stichting Buurtzorg Nederland en aan haar gelieerde Buurtwonen-vennootschappen. De zaak betreft een geschil tussen aandeelhouders/betrokkenen over het beleid en de gang van zaken binnen deze rechtspersonen. De uitspraak betreft een tussenbeschikking waarin de Ondernemingskamer een procedureel punt over gebondenheid aan eerdere tussenuitspraken beslist.

Beslissing van de rechter

De Ondernemingskamer heeft een tussenbeschikking gegeven en overweegt dat zij in beginsel gebonden is aan in tussenuitspraken uitdrukkelijk en zonder voorbehoud genomen beslissingen, maar dat deze gebondenheid niet onverkort geldt wanneer eisen van een goede procesorde dat vereisen. De doorslaggevende reden is het beginsel van goede procesorde, dat zowel beperking van het debat als correctie van onjuiste eerdere beslissingen kan verlangen.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een tussenbeschikking van de Ondernemingskamer in een specifieke aandeelhoudersgeschil zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de onvolledige uitspraaktekst beperkt de mogelijkheid tot beoordeling van de werkelijke reikwijdte.

Belangrijkste punten

  • 1De Ondernemingskamer is in beginsel gebonden aan uitdrukkelijke beslissingen uit eerdere tussenuitspraken (HR 4 mei 1984, NJ 1985/3).
  • 2Deze gebondenheid is niet absoluut: de eisen van een goede procesorde kunnen doorbreking rechtvaardigen.
  • 3Hestia verzoekt enquête en/of uittreding; Buurtzorg c.s. zijn verweersters respectievelijk belanghebbenden.
  • 4De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de exacte beslissing op de inhoudelijke geschilpunten niet volledig kan worden beoordeeld.
  • 5Naast het enquêteverzoek is ook een uittredingsverzoek aanhangig, wat wijst op een serieus aandeelhoudersconflict.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak herbevestigt de bestaande leer over gebondenheid aan tussenbeslissingen in enquêteprocedures, zonder nieuwe rechtsregels te stellen. De toepassing blijft grotendeels onzeker door de onvolledige tekst.

Praktische impact

Voor Hestia en Buurtzorg c.s. betekent deze tussenbeschikking dat de procedure nog voortduurt en dat inhoudelijke vragen over het beleid binnen de Buurtwonen-structuur nog niet definitief zijn beslecht.

Onderwerp-impact

In de zorgsector, waar Buurtzorg een prominente speler is in wijkverpleging, onderstreept deze zaak dat ook coöperatief georiënteerde zorgorganisaties kwetsbaar zijn voor aandeelhoudersgeschillen en enquêteprocedures.

Samenvatting

In deze zaak heeft Hestia in de Buurt B.V. een enquêteverzoek en een uittredingsverzoek ingediend bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam tegen Stichting Buurtzorg Nederland en de aan haar gelieerde Buurtwonen-vennootschappen (Buurtwonen Holding B.V., Buurtwonen Ontwikkeling B.V. en Buurtwonen Exploitatie B.V.). Buurtzorg is een bekende Nederlandse zorgorganisatie die wijkverpleging aanbiedt; het conflict betreft kennelijk het beleid en de gang van zaken binnen de Buurtwonen-structuur, waarbij Hestia als betrokken vennootschap of aandeelhouder meent dat er gronden zijn voor een gerechtelijk onderzoek dan wel gedwongen uittreding. De tussenbeschikking van 24 september 2026 gaat niet over de inhoudelijke toewijzing of afwijzing van het enquêteverzoek zelf, maar behandelt een procedureel leerstuk: de mate waarin de Ondernemingskamer gebonden is aan beslissingen die zij in eerdere tussenbeschikkingen in dezelfde zaak heeft genomen. Daarbij verwijst de Ondernemingskamer naar het standaardarrest HR 4 mei 1984 (NJ 1985/3), dat bepaalt dat een rechter in beginsel gehouden is aan uitdrukkelijk en zonder voorbehoud genomen beslissingen in tussenuitspraken. Deze gebondenheid dient de proceseconomie en beperkt het debat. Tegelijkertijd erkent de Ondernemingskamer dat de eisen van een goede procesorde kunnen meebrengen dat op een onjuiste eerdere beslissing wordt teruggekomen, zodat de binding niet absoluut is. De uitspraaktekst is onvolledig overgeleverd, waardoor de uiteindelijke beslissing op de inhoudelijke geschilpunten niet kan worden vastgesteld. Op basis van het beschikbare deel kan worden geconcludeerd dat de zaak nog in volle gang is en dat de Ondernemingskamer zich primair bezighoudt met procedurele kaders voorafgaand aan een inhoudelijk eindoordeel. De impact van deze tussenbeschikking is vooralsnog beperkt tot de lopende procedure tussen partijen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht
Financiele Dienstverlening
Bestuurdersaansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2707

Ondernemingskamer benoemt deskundige voor aandelenwaardering

8/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·17 sep 2026
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht
Overheid
Bestuurdersaansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2659

Ondernemingskamer wijst bestuurder aan bij DDC Info Sciences

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·17 sep 2026
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:GHAMS:2026:2669

Ondernemingskamer wijst verzoek ontheffing deskundige af

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·10 sep 2026
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht
Financiele Dienstverlening
Vastgoed
ECLI:NL:GHAMS:2026:2599

Ondernemingskamer beslist in TAF Asset aandeelhoudersgeschil

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied