Waterschapsaanslagen 2023 blijven ondanks ingetrokken verordeningen geldig
ECLI:NL:GHAMS:2026:2814, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 25/1648
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanslag waterschapsbelasting; strijd met wettelijke bepalingen of rechtsbeginselen? Schending hoorrecht leidt niet tot toekenning proceskostenvergoeding vanwege bijzondere omstandigheid.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (eiser) bestrijdt waterschapsaanslagen opgelegd door het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Hij voert aan dat het belastbaar feit buiten het beheersgebied valt, dat de verordeningen zijn ingetrokken en dat de heffing per woonruimte in strijd is met verdragen en rechtsbeginselen.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond; alle beroepsgronden falen. Doorslaggevend is dat het adres aantoonbaar binnen het beheersgebied valt, de ingetrokken verordeningen van kracht blijven voor belastbare feiten uit 2023, en de heffing per woonruimte rechtstreeks is gebaseerd op artikel 121 Waterschapswet.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaand recht toe op een individuele belastingzaak zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of richtinggevende interpretaties te geven; de maatschappelijke reikwijdte is beperkt tot vergelijkbare waterschapsaanslagen over 2023.
Belangrijkste punten
- 1Het belastbaar feit ligt aantoonbaar binnen het beheersgebied van het waterschap, blijkend uit de kaart in het Reglement.
- 2De Verordeningen zijn ingetrokken per 1 januari 2024, maar blijven van toepassing op belastbare feiten die zich in 2023 hebben voorgedaan.
- 3De watersysteemheffing ingezetenen per woonruimte is wettelijk verankerd in artikel 121 Waterschapswet en niet in strijd met verdragen of rechtsbeginselen.
- 4De hoorplicht is niet geschonden: de uitnodiging voor de hoorzitting is verzonden naar de gemachtigde en is niet onbestelbaar retour gekomen.
- 5De overige beroepsgronden falen eveneens, zonder nadere motivering in het beschikbare uitspraakvragment.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat ingetrokken belastingverordeningen doorwerken voor belastbare feiten die in het jaar van gelding zijn ontstaan, en dat de autonome bevoegdheid van waterschappen om per woonruimte te heffen verdragsconform is.
Praktische impact
Belastingplichtigen die aanslagen van waterschap Amstel, Gooi en Vecht over 2023 aanvechten op formele gronden (intrekking verordeningen, gebiedsafbakening) maken weinig kans; de aanslagen blijven volledig verschuldigd.
Onderwerp-impact
Voor overheden en waterschappen bevestigt deze uitspraak dat procedurele bezwaren tegen waterschapsbelastingen op grond van ingetrokken verordeningen of gebiedsgeschillen doorgaans stranden op heldere wettelijke grondslagen.
Samenvatting
In deze belastingzaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond de geldigheid van waterschapsaanslagen van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor het jaar 2023 centraal. De belastingplichtige voerde meerdere gronden aan om de aanslagen te laten vernietigen. Ten eerste betwistte hij dat zijn adres binnen het beheersgebied van het waterschap valt. Het hof verwierp dit betoog op basis van de kaart in het Reglement, waaruit ondubbelzinnig blijkt dat het belastbaar feit binnen het beheersgebied is gelegen. Ten tweede stelde eiser dat de Verordening watersysteemheffing en de Verordening zuiveringsheffing Amstel, Gooi en Vecht 2023 op 9 december 2023 zijn ingetrokken, zodat er geen wettelijke grondslag meer zou zijn voor de aanslagen. Het hof oordeelde echter dat de intrekking per 1 januari 2024 is ingegaan en dat de verordeningen uitdrukkelijk van kracht blijven voor belastbare feiten die zich in 2023 hebben voorgedaan. De aanslagen zijn dus tijdig en op geldige grondslag opgelegd. Ten derde betoogde eiser dat de heffing per woonruimte in strijd is met internationale verdragen en algemene rechtsbeginselen. Dit verweer werd eveneens verworpen: artikel 121 van de Waterschapswet bepaalt uitdrukkelijk dat de watersysteemheffing ingezetenen wordt geheven per woonruimte naar een vast bedrag, binnen de autonome bevoegdheden van het waterschapsbestuur. Van verdragsschending of strijd met rechtsbeginselen is geen sprake. Ten slotte was er een geschil over de hoorplicht in bezwaar. De heffingsambtenaar toonde aan dat de gemachtigde van eiser tijdig was uitgenodigd voor een hoorzitting en dat de uitnodiging niet onbestelbaar was teruggekomen. De hoorplicht werd dus niet geschonden geacht. Het hof bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank in alle opzichten en verklaart het hoger beroep ongegrond.