JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2811Laag22/100

Ambonees belastingplichtig ondanks Rijksverzorgingsbeleid en BRP-status

ECLI:NL:GHAMS:2026:2811, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 25/1865

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 18 augustus 2026Publicatie: 1 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1865
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vergunningen
Brp Inschrijving
Gemeentewet
Afvalstoffenheffing
Ambonezen
Rijksverzorgingsbeleid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aanslag afvalstofheffing. Belanghebbende is een nakomeling van een ex-militair van het Koninklijk Nederlands-Indonesische Leger (K.N.I.L.). De aanslag is terecht aan belanghebbende opgelegd.

Kern van de zaak

Een persoon van Ambonese afkomst betwist de opgelegde afvalstoffenheffing door de gemeente Amsterdam, stellende dat het Rijksverzorgingsbeleid voor Ambonezen en de Overgangsovereenkomst de heffingsbevoegdheid doorkruisen. Daarnaast voert hij aan dat hij niet is ingeschreven in de BRP.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de afvalstoffenheffing blijft in stand. Doorslaggevend is dat het Rijksverzorgingsbeleid de gemeentelijke heffingsbevoegdheid niet doorkruist en dat inschrijving in de BRP geen vereiste is, nu de werkelijke woonplaats bepalend is op grond van de Gemeentewet.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak volgt vaste, herhaalde jurisprudentie van hogere instanties en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe; het betreft een bevestiging van een bestendige lijn in een specifieke niche.

Belangrijkste punten

  • 1Het Rijksverzorgingsbeleid voor Ambonezen doorkruist de bevoegdheid tot het heffen van afvalstoffenheffing niet, conform vaste jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de Hoge Raad.
  • 2De bepalingen uit de Overgangsovereenkomst zijn reeds eerder beoordeeld en bieden geen grond voor vrijstelling van afvalstoffenheffing.
  • 3Inschrijving in de BRP is niet vereist voor belastingplicht; de werkelijke woonplaats is bepalend (art. 2 en 3 Gemeentewet).
  • 4Vaststaat dat eiser zijn werkelijke woonplaats al enige jaren op het adres in Amsterdam heeft.
  • 5Het hof sluit aan bij de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9844) en de daarin genoemde jurisprudentie.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn in de jurisprudentie dat het Rijksverzorgingsbeleid voor Ambonezen geen doorwerking heeft in het belastingrecht en dat de werkelijke woonplaats, niet BRP-inschrijving, bepalend is voor gemeentelijke belastingplicht.

Praktische impact

Personen van Ambonese afkomst die gebruik maken van Rijksverzorgingswoningen blijven gehouden tot betaling van gemeentelijke heffingen zoals afvalstoffenheffing, ongeacht hun BRP-registratiestatus.

Onderwerp-impact

Voor de Ambonese gemeenschap in Nederland biedt deze uitspraak geen nieuwe rechtsbescherming tegen gemeentelijke heffingen; bestaand overheidsbeleid wordt opnieuw bevestigd als onvoldoende grond voor belastingvrijstelling.

Samenvatting

In deze belastingzaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal de vraag of een persoon van Ambonese afkomst, woonachtig in een Rijksverzorgingswoning in Amsterdam, terecht een aanslag afvalstoffenheffing heeft ontvangen. De betrokkene stelde dat het Rijksverzorgingsbeleid voor Ambonezen en de Overgangsovereenkomst de gemeentelijke heffingsbevoegdheid doorkruisen, en voerde daarnaast aan dat zijn eventuele niet-inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) belastingplicht in de weg zou staan. Het hof verwerpt beide argumenten en bevestigt de aanslag. Ten aanzien van het Rijksverzorgingsbeleid sluit het hof aan bij een lange reeks van uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en arresten van de Hoge Raad, waaronder de meest recente uitspraak van 15 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9844). Daarin is herhaaldelijk geoordeeld dat dit beleid de bevoegdheid van de heffingsambtenaar tot het opleggen van afvalstoffenheffing niet doorkruist. De bepalingen uit de Overgangsovereenkomst zijn in die uitspraken eveneens betrokken en bieden geen grond voor een andere conclusie. Met betrekking tot de BRP-inschrijving overweegt het hof op grond van artikel 2 van de Gemeentewet dat 'ingezetene' wordt bepaald door de werkelijke woonplaats, niet door formele registratie. Nu vaststaat dat eiser zijn werkelijke woonplaats reeds enige jaren op het Amsterdamse adres heeft, is hij ongeacht zijn BRP-status aldaar belastingplichtig. Artikel 3 van de Gemeentewet biedt geen basis voor een ander oordeel. De uitspraak heeft een beperkte zelfstandige juridische betekenis, nu zij volledig aansluit bij bestaande jurisprudentie. Wel onderstreept zij nogmaals dat het Rijksverzorgingsbeleid geen belastingrechtelijke immuniteit biedt aan Ambonezen en dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied