JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2810Laag22/100

Aftrek zorgkosten extra kleding bij incontinentie deels toegewezen

ECLI:NL:GHAMS:2026:2810, Gerechtshof Amsterdam, 03-09-2026, 25/2103

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 3 september 2026Publicatie: 1 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/2103
Belastingrecht
Zorg
Dienstverlening
Bewijslast
Inkomstenbelasting
Specifieke Zorgkosten
Incontinentie
Extra Kleding Beddengoed

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

IB/PVV; aftrek specifieke zorgkosten; uitgaven voor extra kleding en beddengoed.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige claimt aftrek van specifieke zorgkosten voor extra kleding en beddengoed wegens jarenlange incontinentie. De inspecteur weigerde de aftrek. De zaak is via bezwaar, beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam behandeld.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is gegrond verklaard voor zover het de aftrek specifieke zorgkosten betreft; de aanslag is verminderd tot een belastbaar inkomen van € 42.118. Doorslaggevend is dat het Hof de verklaring van belanghebbende over haar incontinentie geloofwaardig acht, ondersteund door vooringevulde verklaringen, maar dat uitgaven voor extra kleding en beddengoed ook bij incontinentie aannemelijk moeten worden gemaakt.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen een bestaande, vaste lijn van het Gerechtshof Amsterdam en stelt geen nieuwe rechtsregel; de financiële impact is beperkt tot de individuele zaak en het forfaitaire bedrag is gering.

Belangrijkste punten

  • 1Aftrek specifieke zorgkosten voor extra kleding en beddengoed vereist aannemelijkheid van de werkelijke uitgaven, ook bij incontinentie (art. 6.17 lid 1 sub g Wet IB 2001 jo. art. 38 UR IB 2001).
  • 2Het Hof acht de verklaring over jarenlange incontinentie geloofwaardig, mede op basis van vooringevulde verklaringen.
  • 3De forfaitaire bedragen van € 300 of € 750 gelden pas nadat aannemelijk is gemaakt dat de uitgaven daadwerkelijk zijn gedaan.
  • 4De grief over het correctiebeleid van de Belastingdienst is ter zitting ingetrokken, waardoor het geschil zich enkel toespitst op de zorgkostenaftrek.
  • 5De rechtbank had het beroep al gegrond verklaard en de inspecteur veroordeeld in proceskosten (€ 3.108) en griffierecht (€ 51).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn uit ECLI:NL:GHAMS:2021:934 dat uitgaven voor extra kleding en beddengoed bij incontinentie niet worden verondersteld maar aannemelijk gemaakt moeten worden, alvorens het forfait van artikel 38 UR IB 2001 van toepassing is. Dit stelt een duidelijke bewijslat voor belastingplichtigen die deze aftrekpost claimen.

Praktische impact

Belastingplichtigen met incontinentie of vergelijkbare aandoeningen dienen concrete bewijsstukken (kassabonnen, verklaringen) te bewaren om de aftrek voor extra kleding en beddengoed te onderbouwen; een medische verklaring over de aandoening alleen volstaat niet.

Onderwerp-impact

In de zorgsector en voor patiëntenorganisaties onderstreept deze uitspraak dat de fiscale aftrekmogelijkheden voor chronisch zieken weliswaar bestaan, maar dat de bewijslast in de praktijk een drempel vormt voor kwetsbare belastingplichtigen.

Samenvatting

In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam staat de vraag centraal of een belastingplichtige recht heeft op aftrek van specifieke zorgkosten voor extra kleding en beddengoed wegens jarenlange incontinentie, op grond van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel g, Wet IB 2001 in samenhang met artikel 38 van de Uitvoeringsregeling IB 2001. De inspecteur had de aftrek geweigerd, waarop de rechtbank het beroep al gegrond had verklaard en de aanslag had verminderd tot een belastbaar inkomen van € 42.118. In hoger beroep had belanghebbende aanvankelijk ook een grief gericht tegen het correctiebeleid van de Belastingdienst, maar deze is ter zitting ingetrokken, zodat alleen de zorgkostenaftrek resteert als geschilpunt. Het Hof oordeelt dat het de uitgebreide verklaring van belanghebbende over haar jarenlange incontinentie geloofwaardig acht, mede ondersteund door vooringevulde verklaringen in het dossier. Desondanks benadrukt het Hof, in lijn met zijn eerdere uitspraak van 25 februari 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:934), dat ook bij incontinentie de daadwerkelijke uitgaven voor extra kleding en beddengoed aannemelijk moeten worden gemaakt voordat het forfaitaire aftrekbedrag van € 300 respectievelijk € 750 kan worden toegepast. Uitgaven worden dus niet automatisch verondersteld op grond van de aandoening alleen. De uitspraak bevestigt daarmee een bestendige bewijslijn: een medische onderbouwing van de ziekte of invaliditeit is noodzakelijk maar niet voldoende; er dienen ook concrete aanwijzingen te zijn voor de daadwerkelijk gemaakte uitgaven. Voor belastingplichtigen met chronische aandoeningen betekent dit dat zij bonnetjes, verklaringen of andere bewijsstukken moeten bewaren. De aanslag blijft verminderd tot het door de rechtbank vastgestelde belastbare inkomen van € 42.118, en de proceskostenveroordelingen van de eerdere instantie blijven in stand.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1608

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende cassatiegronden

12/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1601

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1483

Hoge Raad: niet-recente machtiging leidt terecht tot niet-ontvankelijkheid

58/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1603

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden