JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2809Middel38/100

Hof Amsterdam wijst terugbetaling douaneschulden billijkheidshalve af

ECLI:NL:GHAMS:2026:2809, Gerechtshof Amsterdam, 27-08-2026, 25/731 tot en met 25/734

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 27 augustus 2026Publicatie: 1 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/731 tot en met 25/734
Bestuursrecht
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Transport
Douanerecht
Terugbetaling
Billijkheidsverzoek
Gn Indeling
Onherroepelijke Uitspraak

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Douane. Verzoeken om terugbetaling (art. 239 CDW); betreft invoer van melkpermeaat.

Kern van de zaak

Een importeur (eiseres) verzocht om terugbetaling van douaneschulden op grond van billijkheid, nadat de wettelijke verschuldigdheid onherroepelijk was vastgesteld door de Hoge Raad in 2018. De inspecteur wees de verzoeken af. De rechtbank verklaarde de beroepen gedeeltelijk gegrond maar wees de verzoeken om terugbetaling inhoudelijk af.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 21 februari 2023. De rechtbank had de verzoeken om terugbetaling op billijkheidsgronden terecht afgewezen, omdat de wettelijke verschuldigdheid van de douaneschulden onherroepelijk vaststond en via de billijkheidsroute geen heroverweging van de rechtmatigheid van de tariefindeling kon worden verkregen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaande jurisprudentie toe zonder nieuwe rechtsregels te stellen, maar heeft praktische betekenis voor importeurs in vergelijkbare douanezaken met onherroepelijk vastgestelde schulden.

Belangrijkste punten

  • 1De wettelijke verschuldigdheid van de douaneschulden staat onherroepelijk vast op grond van het Hoge Raad-arrest van 14 september 2018.
  • 2Terugbetaling op grond van billijkheid kan niet worden gebruikt om een nieuw oordeel te verkrijgen over de rechtmatigheid van de GN-tariefindeling.
  • 3Rechtszekerheid en het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staan in de weg aan heroverweging via de billijkheidsroute.
  • 4De vier beroepszaken werden als samenhangend beschouwd voor de proceskostenvergoeding (€ 1.750).
  • 5De rechtbank vernietigde deels de uitspraken op bezwaar wegens formele gebreken, maar liet de inhoudelijke afwijzing van terugbetaling in stand.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de billijkheidsuitzondering in het douanerecht niet kan worden ingezet als sluiproute om onherroepelijke vaststellingen over tariefindeling te heroverwegen. Rechtszekerheid prevaleert boven materiële billijkheid wanneer de rechtmatigheid van aanslagen reeds door de hoogste rechter is beoordeeld.

Praktische impact

Importeurs die douaneschulden hebben betaald na onherroepelijke rechterlijke uitspraken kunnen niet via billijkheidsverzoeken alsnog terugbetaling afdwingen, zelfs niet bij betwiste tariefindelingen.

Onderwerp-impact

Voor de douane- en invoerpraktijk bevestigt dit dat de definitieve vaststelling van tariefindelingen door de Hoge Raad het speelveld voor latere billijkheidsverzoeken sterk inperkt.

Samenvatting

In deze procedure bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal of een importeur recht heeft op terugbetaling van douaneschulden op grond van billijkheid, nadat de Hoge Raad in september 2018 onherroepelijk had vastgesteld dat de douaneschulden wettelijk verschuldigd waren. De inspecteur had de verzoeken om terugbetaling afgewezen, waarna de rechtbank Noord-Holland de beroepen weliswaar gedeeltelijk gegrond verklaarde vanwege formele gebreken in de uitspraken op bezwaar, maar de inhoudelijke verzoeken om terugbetaling ongegrond achtte. De rechtbank overwoog dat de billijkheidsroute niet kan worden gebruikt om de rechtmatigheid van de tariefindeling (GN-indeling) opnieuw ter discussie te stellen. Die kwestie is immers al definitief beslecht door de Hoge Raad. Eiseres betoogde dat onduidelijkheid in de GN-indeling een reden voor billijkheidshalve terugbetaling zou moeten opleveren, maar de rechtbank en het hof volgden dit betoog niet: via de band van de billijkheid kan geen nieuw oordeel over de rechtmatigheid van aanslagen worden verkregen die onherroepelijk vaststaan. Beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid leiden niet tot een ander oordeel. Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep en toetst of de rechtbank terecht tot dit oordeel is gekomen. Op basis van de gepubliceerde overwegingen bevestigt het hof de lijn van de rechtbank. De vier zaken werden als samenhangend behandeld, wat resulteerde in een proceskostenvergoeding van € 1.750 voor de beroepsfase. De uitspraak illustreert de beperkte reikwijdte van billijkheidsverzoeken in het douanerecht: zodra de wettelijke verschuldigdheid onherroepelijk is komen vast te staan, biedt de billijkheidsuitzondering geen opening voor materiële heroverweging.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied