JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2798Laag32/100

Hof wijst vordering money service business tegen ING af

ECLI:NL:GHAMS:2026:2798, Gerechtshof Amsterdam, 29-09-2026, 200.367.570

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 29 september 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.367.570
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Financiele Dienstverlening
Incasso
Dienstverlening
Money Service Business
Bancaire Opzegging
Pin Faciliteit
Mastercard
Derisking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Incident tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv; afwijzing.

Kern van de zaak

Een money service business (MSB) die geldtransfers verzorgt naar Somalië voor klanten zonder bankrekening, vordert in kort geding dat ING de opgezegde pin-faciliteit herstelt. ING had de faciliteit beëindigd vanwege risico's met MasterCard-voorwaarden en een onjuiste veronderstelling over de aard van appellant als louter ideële stichting.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Amsterdam wijst de incidentele vordering (provisionele voorziening) van appellant af. Doorslaggevend is dat ING een reëel risico loopt op problemen met MasterCard en dat alternatieve betalingsmogelijkheden (iDeal) beschikbaar blijven, waardoor de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar wordt geacht.

32van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een incidentele (voorlopige voorziening) beslissing in hoger beroep zonder definitieve uitkomst; de hoofdzaak loopt nog. De uitspraak past bestaande rechtspraak toe en stelt geen nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1ING heeft de pin-faciliteit opgezegd op 6 mei 2026 wegens niet-naleving van MasterCard-voorwaarden en een onjuiste veronderstelling over de aard van appellant (ideële stichting vs. betaalinstelling)
  • 2De rechtbank had de vordering tot voortzetting van de pin-faciliteit al afgewezen; het hof bekrachtigt dit oordeel in het incident
  • 3Alternatieve betalingsmogelijkheden (iDeal) blijven beschikbaar voor klanten van appellant
  • 4ING heeft een lijst met mogelijke alternatieve aanbieders overgelegd, waarop appellant niet heeft gereageerd
  • 5De hoofdzaak wordt voortgezet; ING moet memorie van antwoord indienen op 10 november 2026

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een bank een faciliteitsdienst redelijkerwijs kan opzeggen indien zij contractuele risico's loopt jegens een kaartnetwerk (MasterCard), mits alternatieve dienstverlening beschikbaar blijft. De norm van redelijkheid en billijkheid bij bancaire opzegging wordt toegepast conform bestaande rechtspraak.

Praktische impact

Appellant kan voorlopig geen gebruik maken van een pin-faciliteit van ING, maar kan klantbetalingen via iDeal blijven ontvangen. De definitieve uitkomst over de rechtmatigheid van de opzegging wordt bepaald in de hoofdzaak.

Onderwerp-impact

Voor money service businesses die afhankelijk zijn van bancaire infrastructuur voor grensoverschrijdende geldtransfers naar landen met beperkte bankdekking, onderstreept deze uitspraak de kwetsbaarheid van hun positie bij bancaire derisking.

Samenvatting

Deze zaak betreft een money service business (MSB) die in Nederland geldtransfers verzorgt naar Somalië voor klanten zonder bankrekening. De MSB maakt gebruik van bankrekeningen en faciliteiten van ING, waaronder een pin-faciliteit. ING heeft meerdere faciliteiten opgezegd, waaronder de pin-faciliteit op 6 mei 2026. De reden hiervoor is tweeledig: enerzijds verkeerde ING in de onjuiste veronderstelling dat appellant uitsluitend een ideële stichting was en geen betaalinstelling, anderzijds loopt ING een reëel risico op problemen met MasterCard omdat zij niet kan voldoen aan de strenge voorwaarden die zij met MasterCard heeft afgesproken. De rechtbank wees in eerste aanleg de vordering tot herstel van de pin-faciliteit al af, omdat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar werd geacht. In hoger beroep heeft appellant een incidentele vordering tot een voorlopige voorziening ingediend, strekkende tot herstel van de pin-faciliteit hangende de bodemprocedure. Het Gerechtshof Amsterdam wijst deze incidentele vordering af. Het hof sluit aan bij het oordeel van de rechtbank: ING heeft een reëel en legitiem belang bij beëindiging van de pin-faciliteit wegens de MasterCard-problematiek. Daarbij weegt mee dat ING een lijst van alternatieve aanbieders heeft overgelegd waarop appellant niet heeft gereageerd, en dat klanten van appellant hun betalingen aan appellant via iDeal kunnen blijven verrichten. Hierdoor is de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten van appellant niet volledig geblokkeerd. De proceskosten in het incident worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak zelf wordt voortgezet; ING dient op 10 november 2026 een memorie van antwoord in te dienen. De definitieve beoordeling van de rechtmatigheid van de bancaire opzegging volgt dus nog.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

Gerechtshof Amsterdam·29 sep 2026
Contractenrecht
Huurrecht
Vastgoed
Consumentenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2026:2796

Wettelijke rente afgewezen na vernietiging oneerlijk rentebeding huurcontract

38/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Financiele Dienstverlening
Vastgoed
ECLI:NL:HR:2026:1548

Hoge Raad verduidelijkt doorbrekingsgronden rechtsmiddelenverbod hypotheekexecutie

62/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:HR:2026:1550

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep Granuband zonder motivering

8/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Aansprakelijkheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1542

Hoge Raad verwerpt cassatieberoepen Total Security en eiseres

8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied