JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2627Laag28/100

Ondertoezichtstelling kind verlengd wegens contactweigering vader

ECLI:NL:GHAMS:2026:2627, Gerechtshof Amsterdam, 15-09-2026, 200.366.018/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 15 september 2026Publicatie: 15 september 2026
Zaaknummer:200.366.018/01
Bestuursrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Minderjarige
Ondertoezichtstelling
Jeugdbescherming
Contactweigering
Ontwikkelingsbedreiging

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beëindiging ondertoezichtstelling. Voortzetting ondertoezichtstelling niet in het belang van de minderjarige.

Kern van de zaak

Een minderjarige heeft sinds 2021 geen contact meer met zijn vader. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling. Het hof beoordeelt of nog steeds aan de wettelijke vereisten is voldaan.

Beslissing van de rechter

Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling kan worden verlengd, omdat het langdurig ontbreken van contact met de vader een ernstige bedreiging vormt voor de sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling van de minderjarige. De doorslaggevende reden is dat ook een door het kind zelf gekozen contactweigering een ontwikkelingsbedreiging kan opleveren die ingrijpen rechtvaardigt.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een relatief standaard hoger-beroepsbeschikking inzake verlenging ondertoezichtstelling zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en bevestigt bestaande rechtspraak zonder nieuwe normen te stellen.

Belangrijkste punten

  • 1Minderjarige heeft sinds 2019 nauwelijks en sinds 2021 geen contact meer met vader of familie vaderszijde.
  • 2Langdurig ontbreken van oudercontact kan ontwikkelingsbedreiging opleveren, ook als het kind zelf contact weigert.
  • 3Verlenging ondertoezichtstelling toetst aan artikel 1:260 jo. 1:255 BW: ernstige ontwikkelingsbedreiging én noodzakelijkheid/doelmatigheid.
  • 4GI heeft in oktober 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de moeder betreffende verzorging en opvoeding.
  • 5Het initiatief voor contact met de vader wordt bij de minderjarige gelaten, maar de situatie blijft zorgelijk.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een door de minderjarige zelf gekozen contactweigering met een ouder niet aan verlenging van een ondertoezichtstelling in de weg staat, mits de ontwikkelingsbedreiging voldoende concreet is. Dit sluit aan op bestaande rechtspraak over de ruime interpretatie van ontwikkelingsbedreiging in artikel 1:255 BW.

Praktische impact

Voor de minderjarige betekent de verlengde ondertoezichtstelling dat de GI toezicht houdt en begeleiding kan afdwingen; voor de moeder blijft de schriftelijke aanwijzing van kracht en kan verdere dwangtoepassing volgen bij niet-naleving.

Onderwerp-impact

In de jeugdbeschermingspraktijk onderstreept deze zaak dat rechters contactweigering door kinderen serieus wegen als risicofactor voor identiteits- en emotionele ontwikkeling, wat invloed heeft op hoe GI's en raadsonderzoekers dergelijke situaties rapporteren.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam draait het om de vraag of de ondertoezichtstelling van een minderjarige terecht is verlengd. De minderjarige heeft sinds 2019 nauwelijks en sinds 2021 helemaal geen contact meer gehad met zijn vader en de familie van vaderszijde. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht verlenging van de maatregel op grond van artikel 1:260 jo. 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het hof stelt voorop dat verlenging van een ondertoezichtstelling slechts mogelijk is indien nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging én de maatregel noodzakelijk en doelmatig is. In dat kader overweegt het hof dat het langdurig ontbreken van contact met een ouder een bedreiging van de sociaal-emotionele ontwikkeling en identiteitsontwikkeling van een kind kan opleveren – ook wanneer het kind zelf de contactweigering initieert. Het feit dat de minderjarige zelf geen contact wil, heft de ontwikkelingsbedreiging dus niet op. Het hof acht de zorg van zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de GI gerechtvaardigd. De beschikking van de kinderrechter van 10 januari 2025 plaatste de minderjarige al onder toezicht, en in februari 2025 werd bepaald dat eventueel contact met de vader onder regie van de GI zou plaatsvinden. In oktober 2025 gaf de GI een schriftelijke aanwijzing aan de moeder betreffende de verzorging en opvoeding. Het hof laat het initiatief voor contact met de vader bij de minderjarige, maar acht de maatregel desondanks gerechtvaardigd om de ontwikkelingsbedreiging te kunnen blijven monitoren en zo nodig te adresseren. De uitspraak is casuïstisch van aard en bevestigt bestaande rechtspraak over de brede uitleg van ontwikkelingsbedreiging in het jeugdbeschermingsrecht. Opmerking: de uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de exacte eindbeslissing en volledige motivering slechts gedeeltelijk reconstrueerbaar zijn.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 21 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag·21 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
ECLI:NL:RBDHA:2026:27515

Syrische asielaanvraag afgewezen ondanks beroep op geweldssituatie

38/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27284

Uitzetting verboden hangende beroep gezinshereniging vreemdeling

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied