Volledige proceskostenvergoeding voor WOZ-Consultants na 2024
ECLI:NL:GHAMS:2026:2579, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 25/775 en 25/776
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)WOZ 2023 woningen. In hoger beroep is alleen de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase in geschil. Meer specifiek of factor 0,25 in zin van artikel 30a, lid 2, onder a, Wet WOZ terecht is toegepast.
Kern van de zaak
Belanghebbende procedeert in hoger beroep over de hoogte van de proceskostenvergoeding in een WOZ-procedure. De rechtbank paste de verlaagde factor 0,25 toe op grond van de no-cure-no-pay-regeling voor massabezwaarkantoren. Belanghebbende stelt dat zijn gemachtigde WOZ-Consultants B.V. als 'bijzonder geval' moet worden aangemerkt en daarom recht heeft op de normale vergoeding.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam wijst het hoger beroep van belanghebbende toe en oordeelt dat de verlaagde factor 0,25 ten onrechte is toegepast. Doorslaggevend is dat WOZ-Consultants vanaf 1 januari 2024 niet meer op basis van no cure no pay opereert, waardoor het bedrijfsmodel niet (meer) voldoet aan de drie cumulatieve voorwaarden uit HR 17 januari 2025.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past een bestaande Hoge Raad-lijn toe op een specifiek kantoor en heeft daardoor beperkte precedentwerking buiten de context van WOZ-Consultants, maar is praktisch relevant voor een groot aantal lopende WOZ-procedures waarbij dit kantoor als gemachtigde optreedt.
Belangrijkste punten
- 1De Hoge Raad stelde in HR 17 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:46) drie cumulatieve voorwaarden voor toepassing van de verlaagde proceskostenfactor 0,25 in WOZ-procedures.
- 2Het bedrijfsmodel van de gemachtigde moet worden beoordeeld naar het moment waarop het rechtsmiddel is aangewend (HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1382).
- 3Het Hof oordeelde eerder (ECLI:NL:GHAMS:2026:127) dat WOZ-Consultants vanaf 1 januari 2024 niet meer op no-cure-no-pay-basis werkt.
- 4Dit oordeel strekt zich uit tot alle lopende procedures waarbij WOZ-Consultants als gemachtigde optreedt na die datum.
- 5De WOZ-waarden van de woningen zijn door de rechtbank al verlaagd; het hoger beroep ziet uitsluitend op de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de verlaagde proceskostenfactor uit art. 30a lid 2 sub a Wet WOZ niet automatisch van toepassing is op alle no-cure-no-pay-kantoren, maar afhankelijk is van het actuele bedrijfsmodel op het moment van het aanwenden van het rechtsmiddel. Dit sluit aan bij de lijn die het Hof Amsterdam eerder inzette in ECLI:NL:GHAMS:2026:127.
Praktische impact
WOZ-Consultants en vergelijkbare kantoren die hun bedrijfsmodel vóór of per 1 januari 2024 hebben aangepast, kunnen in lopende en toekomstige procedures aanspraak maken op de volledige proceskostenvergoeding in plaats van de gereduceerde factor.
Onderwerp-impact
Voor WOZ-bezwaarbureaus die hun werkwijze hebben gewijzigd, biedt deze uitspraak een duidelijke basis om de verlaagde vergoedingsfactor te bestrijden; gemeenten en heffingsambtenaren zullen vaker geconfronteerd worden met volledige proceskostenvergoedingen in WOZ-geschillen.
Samenvatting
In deze hoger-beroepsprocedure voor het Gerechtshof Amsterdam staat de proceskostenvergoeding in een WOZ-zaak centraal. De rechtbank had de WOZ-waarden van twee woningen al verlaagd, maar paste bij de proceskostenvergoeding de gereduceerde factor 0,25 toe op grond van artikel 30a lid 2, aanhef en onder a, Wet WOZ. Deze bepaling is bedoeld voor zogenoemde massabezwaarkantoren die opereren op no-cure-no-pay-basis, waarbij de proceskostenvergoedingen worden afgedragen aan de gemachtigde en de vergoedingen de werkelijke kosten ver overtreffen. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat zijn gemachtigde, WOZ-Consultants B.V., als 'bijzonder geval' in de zin van HR 17 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:46) moet worden beschouwd, zodat de verlaging niet van toepassing is. De Hoge Raad formuleerde in dat arrest drie cumulatieve voorwaarden voor toepassing van de factor 0,25: (i) optreden op no-cure-no-pay-basis, (ii) afdracht van proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde, en (iii) procedures voeren op een wijze waarbij vergoedingen de werkelijke kosten ver overtreffen. Tevens bepaalde de Hoge Raad in een later arrest van 26 september 2025 dat de beoordeling van het bedrijfsmodel plaatsvindt naar het moment van aanwending van het rechtsmiddel. Het Hof verwijst naar zijn eerdere uitspraak van 20 januari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:127), waarin het reeds heeft geoordeeld dat het bedrijfsmodel van WOZ-Consultants vanaf 1 januari 2024 niet meer is ingericht op no-cure-no-pay-basis. Omdat dat oordeel doorwerkt naar alle lopende procedures, slaagt het betoog van belanghebbende. De verlaagde factor 0,25 is ten onrechte toegepast en belanghebbende heeft recht op een volledige proceskostenvergoeding. De uitspraak illustreert hoe de bedrijfsmodelwijziging van een WOZ-kantoor directe financiële gevolgen heeft voor tientallen of honderden lopende procedures.