JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1567Laag28/100

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onvoldoende betalingsonmacht

ECLI:NL:HR:2026:1567, Hoge Raad, 25-09-2026, 24/03416

Hoge RaadUitspraak: 25 september 2026Publicatie: 25 september 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/03416
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Vennootschapsbelasting
Griffierecht
Betalingsonmacht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een belanghebbende (rechtspersoon) ging in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2024 in een belastingzaak. De belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht van de cassatieprocedure. De griffier stelde hem in de gelegenheid dit te onderbouwen, maar de aangeleverde documenten bleken onvoldoende.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De doorslaggevende reden is dat de belanghebbende het beroep op betalingsonmacht ter zake van het verschuldigde griffierecht onvoldoende heeft onderbouwd met de ingediende stukken (salarisspecificaties bestuurder, vennootschapsbelastingaangifte 2019 en enkele brieven), zodat niet is voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling van het griffierecht.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over betalingsonmacht en stelt geen nieuwe rechtsregels; de praktische betekenis is beperkt tot procesrechtelijke guidance voor partijen die griffierecht willen ontlopen in cassatie.

Belangrijkste punten

  • 1Beroep op betalingsonmacht (art. 8:41 lid 6 Awb jo. art. 29 AWR en art. 8:109 Awb) kan griffierechtplicht in cassatie opschorten, maar vereist deugdelijke onderbouwing.
  • 2Salarisspecificaties van de bestuurder en een oude vennootschapsbelastingaangifte (2019) volstaan niet als bewijs van betalingsonmacht van de rechtspersoon zelf.
  • 3De Hoge Raad sluit aan bij eerdere jurisprudentie over betalingsonmacht (HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1651; HR 24 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:743).
  • 4Geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
  • 5De uitspraak betreft een belastingzaak (vermoedelijk vennootschapsbelasting) waarin het inhoudelijke geschil niet meer aan de orde komt door de niet-ontvankelijkverklaring.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Hoge Raad dat een beroep op betalingsonmacht door een rechtspersoon niet kan worden onderbouwd met financiële gegevens van de bestuurder in privé, en dat verouderde fiscale stukken onvoldoende zijn om actuele betalingsonmacht van de vennootschap aan te tonen.

Praktische impact

Rechtspersonen die in cassatie een beroep doen op betalingsonmacht dienen actuele en volledige financiële gegevens van de vennootschap zelf over te leggen; het ontbreken daarvan leidt onontkoombaar tot niet-ontvankelijkheid en verlies van de mogelijkheid het inhoudelijke geschil te laten beoordelen.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtige vennootschappen met liquiditeitsproblemen wordt de drempel om in cassatie te gaan zonder te voldoen aan de griffierechtplicht opnieuw bevestigd als hoog; onvoldoende onderbouwing van betalingsonmacht blokkeert de toegang tot de Hoge Raad volledig.

Samenvatting

In deze zaak ging een belanghebbende (een rechtspersoon) in cassatie bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2024 in een belastinggeschil, vermoedelijk betreffende de vennootschapsbelasting. Om het verschuldigde griffierecht voor de cassatieprocedure niet te hoeven betalen, deed de belanghebbende een beroep op betalingsonmacht op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb, gelezen in samenhang met artikel 29 AWR en artikel 8:109 Awb. De griffier van de Hoge Raad stelde de belanghebbende in de gelegenheid dit beroep nader te onderbouwen. Op 28 november 2024 werden via het webportaal van de Hoge Raad diverse stukken ingediend: salarisspecificaties van de bestuurder van de vennootschap over de periode maart tot oktober 2024, een afdruk van de aangifte vennootschapsbelasting 2019, een brief over uitstel voor de aangifte vennootschapsbelasting 2020, en een aanvullende brief. De Hoge Raad oordeelt dat deze stukken onvoldoende zijn om betalingsonmacht van de rechtspersoon aan te tonen. Salarisspecificaties van de bestuurder zeggen immers iets over diens persoonlijke inkomen, maar niet over de financiële draagkracht van de vennootschap zelf. Bovendien zijn de fiscale stukken verouderd en bieden zij geen inzicht in de actuele vermogenspositie van de belanghebbende. Omdat niet is voldaan aan de vereisten voor een geslaagd beroep op betalingsonmacht en het griffierecht niet is betaald, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De uitspraak sluit aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad, waaronder HR 7 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1651) en HR 24 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:743). Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De inhoudelijke belastingkwestie komt daarmee niet meer aan bod.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 25 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·25 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vastgoed
ECLI:NL:HR:2026:1562

Cassatieberoep OZB en watersysteemheffing niet-ontvankelijk verklaard

8/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1564

Hoge Raad verklaart cassatieberoep inkomstenbelasting niet-ontvankelijk

8/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1570

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onvoldoende bewijs betalingsonmacht

28/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1568

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens griffierecht

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied