Ondernemingskamer wijst verzoek Amazon-OR over reorganisatie af
ECLI:NL:GHAMS:2026:2248, Gerechtshof Amsterdam, 13-08-2026, 200.365.219/01OK
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ondernemingskamer; WOR; afwijzing verzoeken
Kern van de zaak
De gemeenschappelijke ondernemingsraad van Amazon Web Services EMEA SARL (Dutch Branch) en Amazon Development Center (Netherlands) B.V. heeft de Ondernemingskamer verzocht het reorganisatiebesluit te vernietigen. Bij dit besluit zouden enkele tientallen werknemers boventallig worden verklaard. De OR stelde dat het besluit onvoldoende kwantitatief was onderbouwd, alternatieven niet waren onderzocht en Amazon zonder deugdelijke motivatie van het advies was afgeweken.
Beslissing van de rechter
De Ondernemingskamer wijst het verzoek van de ondernemingsraad af. Mede gelet op de informatie die tijdens het adviestraject is verstrekt, oordeelt de Ondernemingskamer dat Amazon c.s. in redelijkheid tot het reorganisatiebesluit heeft kunnen komen.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk specifieke WOR-procedure bij een individueel bedrijf zonder principiële nieuwe rechtsregels; de uitspraak past binnen de bestaande lijn van terughoudende toetsing door de Ondernemingskamer.
Belangrijkste punten
- 1OR verzocht verklaring dat Amazon niet in redelijkheid tot het reorganisatiebesluit kon komen en gebod tot intrekking
- 2OR voerde aan: geen kwantitatieve of verifieerbare onderbouwing van het besluit
- 3OR stelde dat alternatieven onvoldoende waren onderzocht
- 4OR betoogde dat Amazon zonder deugdelijke motivatie van het negatieve advies was afgeweken
- 5Ondernemingskamer wijst verzoek af, mede op basis van informatie verstrekt tijdens het adviestraject
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechterlijke toetsing van reorganisatiebesluiten ex artikel 26 WOR terughoudend is: de Ondernemingskamer toetst of de ondernemer in redelijkheid tot het besluit kon komen, niet of het besluit optimaal is. Informatie verstrekt tijdens het adviestraject kan de onderbouwing van het besluit alsnog voldoende maken.
Praktische impact
Amazon kan de reorganisatie doorvoeren waarbij enkele tientallen werknemers boventallig worden verklaard. De OR heeft geen juridisch afdwingbare grond meer om de intrekking van het besluit te bewerkstelligen.
Onderwerp-impact
Voor ondernemingsraden in de tech-sector onderstreept deze uitspraak dat een negatief advies en kritiek op onderbouwing niet automatisch leiden tot vernietiging van een reorganisatiebesluit; de drempel bij de Ondernemingskamer blijft hoog.
Samenvatting
Deze zaak betreft een procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). De gemeenschappelijke ondernemingsraad van Amazon Web Services EMEA SARL (Dutch Branch) en Amazon Development Center (Netherlands) B.V. verzocht de Ondernemingskamer te verklaren dat Amazon c.s. niet in redelijkheid konden komen tot een reorganisatiebesluit waarbij enkele tientallen werknemers boventallig zouden worden verklaard, en Amazon c.s. te gebieden dit besluit in te trekken. De OR legde aan zijn verzoek ten grondslag dat het besluit zonder kwantitatieve of verifieerbare onderbouwing tot stand was gekomen, dat alternatieven onvoldoende waren onderzocht en dat Amazon zonder deugdelijke motivatie was afgeweken van het negatieve advies van de OR. Amazon c.s. voerden verweer. De Ondernemingskamer wijst het verzoek van de ondernemingsraad af. De doorslaggevende overweging is dat mede tegen de achtergrond van de informatie die tijdens het adviestraject aan de OR is verstrekt, Amazon c.s. in redelijkheid tot het reorganisatiebesluit hebben kunnen komen. Daarmee past de uitspraak in de vaste lijn van de Ondernemingskamer: de rechterlijke toetsing ex artikel 26 WOR is marginaal van aard. De vraag is niet of het besluit het meest wenselijke of best onderbouwde besluit is, maar of de ondernemer bij een redelijke afweging van belangen tot dat besluit heeft kunnen komen. Kritiek van de OR op de kwantitatieve onderbouwing en het niet voldoende onderzoeken van alternatieven bleek in het licht van het verloop van het adviestraject onvoldoende om het besluit als kennelijk onredelijk aan te merken. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar bevestigt opnieuw dat de lat voor een succesvolle WOR-procedure voor een ondernemingsraad hoog ligt.