Ondernemingskamer wijst deskundige aan voor aandelenwaardering
ECLI:NL:GHAMS:2026:2169, Gerechtshof Amsterdam, 10-07-2026, 200.360.996/01 OK
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)OK; geschillenregeling; aanwijzing deskundige.
Kern van de zaak
Twee verzoeksters ([enig aandeelhouder Group] en [Maritime] Solutions B.V.) hebben de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te gelasten naar de waarde van hun aandelen in L2Holding B.V. De zaak betreft een geschil in de maritieme/offshore sector waarbij de aandelenwaarde per 18 juni 2026 moet worden vastgesteld.
Beslissing van de rechter
De Ondernemingskamer wijst ir. A.B. Sparrius CVA RV te Amsterdam aan als deskundige ter uitvoering van het bij beschikking van 18 juni 2026 bevolen onderzoek naar de waarde van de aandelen. De aanwijzing vloeit voort uit de eerder bevolen deskundigenbenoeming; de inhoudelijke beslissing over het onderzoek was reeds genomen op 18 juni 2026.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele uitvoeringsbeschikking die slechts een deskundige aanwijst; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten deze specifieke zaak.
Belangrijkste punten
- 1De Ondernemingskamer had bij beschikking van 18 juni 2026 reeds een onderzoek bevolen naar de waarde van de aandelen van verzoeksters in L2Holding B.V.
- 2De peildatum voor de waardering is 18 juni 2026, of een zo dicht mogelijk daarbij liggende praktische datum door de deskundige te bepalen.
- 3Ir. A.B. Sparrius CVA RV te Amsterdam wordt aangewezen als deskundige om het waarderingsonderzoek te verrichten.
- 4Offco c.s. en L2Holding hebben niet gereageerd op de consultatie over de deskundige; [enig aandeelhouder Group] c.s. reageerde bevestigend.
- 5De beschikking is een uitvoeringsmaatregel; de inhoudelijke gronden voor het onderzoek zijn vastgelegd in de beschikking van 18 juni 2026.
Impactanalyse
Juridische impact
De beschikking heeft beperkte zelfstandige juridische impact, nu het een uitvoeringsbeschikking betreft op grond van het enquêterecht (art. 2:345 e.v. BW); de inhoudelijke rechtsvragen zijn in de eerdere beschikking van 18 juni 2026 beantwoord. De aanwijzing van een registervaluator met CVA-kwalificatie sluit aan bij gebruikelijke Ondernemingskamerpraktijk bij aandelenwaardering.
Praktische impact
Verzoeksters verkrijgen een onafhankelijke deskundige die de waarde van hun aandelen in L2Holding vaststelt, wat de basis vormt voor uitkoop of geschillenregeling. Verweersters en L2Holding worden gebonden aan het deskundigenonderzoek en dienen medewerking te verlenen.
Onderwerp-impact
In de maritieme/offshore sector bevestigt deze procedure dat aandeelhoudersgeschillen over waardering via de Ondernemingskamer worden beslecht, waarbij een onafhankelijke deskundige met financiële expertise wordt ingeschakeld.
Samenvatting
In deze procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam hebben twee verzoeksters — een enig aandeelhouder van een maritieme groep en [Maritime] Solutions B.V. — een geschil aanhangig gemaakt over de waarde van hun aandelen in L2Holding B.V., een vennootschap actief in de offshore-sector. De zaak is ingesteld tegen Offco c.s. (een coöperatieve vereniging en een holdingvennootschap) met L2Holding als belanghebbende. Bij beschikking van 18 juni 2026 had de Ondernemingskamer reeds een onderzoek bevolen naar de waarde van de door verzoeksters gehouden aandelen in L2Holding, met als peildatum 18 juni 2026 dan wel een zo dicht mogelijke praktische datum. Tevens was bij die beschikking bepaald dat een nog aan te wijzen deskundige het onderzoek zou uitvoeren. In de onderhavige beschikking van 10 juli 2026 geeft de Ondernemingskamer uitvoering aan dat onderdeel van de eerdere beslissing door ir. A.B. Sparrius CVA RV te Amsterdam aan te wijzen als deskundige. Bij de selectie is de secretaris van de Ondernemingskamer nagegaan of partijen bezwaar hadden tegen deze kandidaat: verzoeksters reageerden bevestigend, terwijl Offco c.s. en L2Holding in het geheel niet reageerden. De Ondernemingskamer zag geen beletsel voor de aanwijzing. Deze beschikking heeft een puur uitvoerend karakter. De inhoudelijke gronden voor het bevolen onderzoek — waaronder de juridische basis en de omstandigheden die een dergelijk waarderingsonderzoek rechtvaardigen — zijn uitsluitend terug te vinden in de beschikking van 18 juni 2026, die in de onderhavige uitspraak slechts wordt aangehaald. De aanwijzing van een registervaluator met CVA-certificering past in de vaste praktijk van de Ondernemingskamer bij complexe aandelenwaarderingen. De uitkomst van het deskundigenonderzoek zal vermoedelijk richtinggevend zijn voor verdere stappen in de geschillenregeling tussen partijen.