Aanbestedingsgeschil: geen processueel ondeelbare rechtsverhouding bij gemeente
ECLI:NL:GHAMS:2026:2126, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.353.082
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Aanbestedingsrecht. Raamovereenkomst voor jeugdhulpverlening in de ambtelijk gefuseerde gemeenten Amstelveen en Aalsmeer. Geen processueel ondeelbare rechtsverhouding. Voorlopige gunning met een niet in de aanbestedingsstukken genoemde voorwaarde van Bibob-onderzoek met positief resultaat. Gebod tot herbeoordeling.
Kern van de zaak
Een inschrijver ([appellant]) vocht een gunningsbeslissing van de gemeente Amstelveen aan na uitsluiting wegens een Bibob-voorwaarde. De voorzieningenrechter verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat gemeente Aalsmeer niet mede was gedagvaard. Appellant ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam honoreert grief 2 van appellant en oordeelt dat er geen sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding; appellant mocht ervoor kiezen alleen gemeente Amstelveen te dagvaarden. De vorderingen worden gedeeltelijk toegewezen en de zaak wordt inhoudelijk beoordeeld.
Impactscore
MiddelHet arrest betreft een kortgeding in hoger beroep op het snijvlak van aanbestedingsrecht en procesrecht. De beslissing over de processueel ondeelbare rechtsverhouding is relevant voor de aanbestedingspraktijk, maar betreft geen fundamenteel nieuw rechtsoordeel van de Hoge Raad of Raad van State.
Belangrijkste punten
- 1De exceptio plurium litis consortium van gemeente Amstelveen wordt verworpen: gemeente Aalsmeer hoefde niet mee te worden gedagvaard.
- 2Er is geen processueel ondeelbare rechtsverhouding vastgesteld, ondanks de betrokkenheid van meerdere gemeenten bij de Raamovereenkomst.
- 3Appellant heeft onverminderd spoedeisend belang omdat de vorderingen kunnen leiden tot (gedeeltelijke) gunning van de opdracht.
- 4De primaire vordering tot definitieve gunning is door appellant ingetrokken tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep.
- 5De subsidiaire vordering tot herbeoordeling zonder Bibob-voorwaarde wordt gedeeltelijk toegewezen.
Impactanalyse
Juridische impact
Het arrest verduidelijkt dat deelname van meerdere aanbestedende diensten aan een raamovereenkomst niet automatisch een processueel ondeelbare rechtsverhouding creëert bij een aanbestedingsgeschil tegen één van hen. Dit beperkt de mogelijkheid voor aanbestedende diensten om via de exceptio plurium litis consortium eisers niet-ontvankelijk te laten verklaren.
Praktische impact
Inschrijvers in aanbestedingsprocedures met meerdere aanbestedende partijen kunnen in kortgeding volstaan met het dagvaarden van de partij die de litigieuze beslissing heeft genomen, zonder alle betrokken partijen te hoeven betrekken. Dit verlaagt de drempel voor rechtsbescherming in aanbestedingszaken.
Onderwerp-impact
In aanbestedingszaken met raamovereenkomsten tussen meerdere overheden kunnen inschrijvers gerichter procederen tegen de beslissende aanbestedende dienst, wat de efficiëntie van rechtsbescherming in de publieke inkooppraktijk vergroot.
Samenvatting
In deze aanbestedingszaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal of een inschrijver, die bezwaar maakt tegen een gunningsbeslissing, verplicht is alle bij een raamovereenkomst betrokken gemeenten in rechte te betrekken. Appellant had uitsluitend gemeente Amstelveen gedagvaard in kortgeding na een beslissing van 31 december 2024 waarbij haar inschrijving – mogelijk wegens een Bibob-voorwaarde – niet werd gehonoreerd. De voorzieningenrechter in eerste aanleg had appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat ook gemeente Aalsmeer partij had moeten zijn, nu sprake zou zijn van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. In hoger beroep keert appellant zich met haar grieven tegen dit oordeel. Het hof stelt voorop dat appellant nog steeds spoedeisend belang heeft, omdat haar vorderingen kunnen leiden tot (gedeeltelijke) gunning van de opdracht. Vervolgens honoreert het hof grief 2: van een processueel ondeelbare rechtsverhouding is geen sprake. Een dergelijke rechtsverhouding vereist dat de rechterlijke beslissing noodzakelijkerwijs ook gelding heeft jegens alle betrokkenen. Het feit dat meerdere gemeenten deelnemen aan een raamovereenkomst maakt dit nog niet zo. Appellant mocht dan ook kiezen om alleen gemeente Amstelveen te dagvaarden. Nu de niet-ontvankelijkheid van tafel is, beoordeelt het hof de inhoudelijke vorderingen. De primaire vordering tot definitieve gunning had appellant reeds ingetrokken. De subsidiaire vordering – herbeoordeling van de inschrijving zonder toepassing van de Bibob-voorwaarde – wordt gedeeltelijk toegewezen. Het arrest is juridisch relevant omdat het de reikwijdte van de exceptio plurium litis consortium in aanbestedingszaken met raamovereenkomsten inperkt en daarmee de toegang tot de rechter voor inschrijvers vergemakkelijkt.