Startersvrijstelling overdrachtsbelasting ook bij sloop en herbouw
ECLI:NL:GHAMS:2026:2009, Gerechtshof Amsterdam, 02-07-2026, 25/2035
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)-
Kern van de zaak
Een echtpaar verkreeg in 2022 een bedrijfswoning bij een agrarisch familiebedrijf en claimde de startersvrijstelling overdrachtsbelasting. Na aankoop werd de woning inclusief fundering gesloopt en vervangen door een nieuwbouwwoning, betrokken in juni 2024. De inspecteur weigerde de vrijstelling wegens niet-voldoening aan het hoofdverblijfcriterium.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond verklaard; de naheffingsaanslagen en verzuimboetes zijn vernietigd en de startersvrijstelling is toegekend. De doorslaggevende reden is dat het Hof oordeelt dat aan het hoofdverblijfcriterium is voldaan ondanks de sloop en herbouw van de woning na verkrijging.
Impactscore
MiddelDe uitspraak geeft een praktisch relevante uitleg van het hoofdverblijfcriterium bij sloop en herbouw, maar betreft een feitenrechter (Gerechtshof Amsterdam) en geen fundamenteel nieuwe rechtsregel; de impact is beperkt tot vergelijkbare gevallen.
Belangrijkste punten
- 1De startersvrijstelling (art. 15 lid 1 letter p WBR) vereist dat de verkrijger verklaart de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken.
- 2Sloop van de verkregen woning inclusief fundering en vervangende nieuwbouw staat niet zonder meer aan toepassing van de vrijstelling in de weg.
- 3Het begrip 'woning' voor overdrachtsbelasting omvat ook een woning in aanbouw zodra de fundering is aangebracht, maar niet enkel grond bestemd voor woningbouw.
- 4De rechtbank vernietigde reeds de naheffingsaanslagen en kende immateriëleschadevergoeding toe; het Hof bekrachtigt dit oordeel.
- 5De inspecteur stelde in hoger beroep dat het hoofdverblijfcriterium niet was vervuld, maar dit verweer werd verworpen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat sloop en herbouw na verkrijging van een woning niet automatisch de startersvrijstelling overdrachtsbelasting doet vervallen, mits de verklaring omtrent hoofdverblijf bij verkrijging is afgelegd. Dit biedt een precedent voor vergelijkbare situaties bij agrarische of te slopen woningen.
Praktische impact
Starters die een woning kopen met het oogmerk deze te slopen en te herbouwen, kunnen onder omstandigheden toch de startersvrijstelling overdrachtsbelasting benutten, mits zij bij aankoop verklaren de (nieuwe) woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector en kopers van verouderde of te slopen woningen biedt deze uitspraak duidelijkheid dat de startersvrijstelling niet automatisch vervalt bij sloop en herbouw op dezelfde locatie.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of een echtpaar recht had op de startersvrijstelling overdrachtsbelasting (artikel 15 lid 1 letter p WBR) na de verkrijging van een bedrijfswoning bij een agrarisch familiebedrijf in 2022. Na de aankoop hebben zij de woning inclusief fundering laten slopen en op dezelfde locatie een nieuwe woning laten bouwen, die zij in juni 2024 in gebruik namen. In de koopovereenkomst hadden zij verklaard de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken, wat een vereiste is voor de startersvrijstelling. De inspecteur legde naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting op en stelde dat niet aan het hoofdverblijfcriterium was voldaan, mede omdat de oorspronkelijke woning volledig was gesloopt. De rechtbank stelde het echtpaar in het gelijk, vernietigde de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes, kende een immateriëleschadevergoeding van € 1.000 toe en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De inspecteur stelde hoger beroep in. Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het oordeel van de rechtbank. Het Hof overweegt dat het begrip 'woning' voor de overdrachtsbelasting ruim moet worden uitgelegd en dat een woning in aanbouw – zodra de fundering is aangebracht – als woning kwalificeert. Grond bestemd voor woningbouw geldt daarentegen niet als woning. Hoewel de uitspraak op onderdelen onvolledig is weergegeven, volgt uit de beschikbare tekst dat het Hof oordeelt dat de sloop van de verkregen woning en de vervangende nieuwbouw niet in de weg staat aan de toepassing van de startersvrijstelling, nu het echtpaar bij de verkrijging de vereiste verklaring omtrent hoofdverblijf heeft afgelegd en de nieuwe woning daadwerkelijk als hoofdverblijf is betrokken. Het hoger beroep van de inspecteur wordt verworpen.