JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1872Laag28/100

Uittreedverzoek grootaandeelhouder Mama Giraffe afgewezen

ECLI:NL:GHAMS:2026:1872, Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2026, 200.363.017/01OK

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 9 juli 2026Publicatie: 9 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:200.363.017/01OK
Ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht
Arbeidsrelaties
Financiele Dienstverlening
Ondernemingskamer
Vaststellingsovereenkomst
Uittreding Aandeelhouder
Aandeelhoudersovereenkomst
Mama Giraffe

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Ondernemingskamer; afwijzing uittredingsverzoek; toepassing van het gedragscriterium en het schadecriterium kunnen niet tot toewijzing van het verzoek leiden

Kern van de zaak

Een persoonlijke vennootschap van een medeoprichter en grootaandeelhouder van Mama Giraffe verzoekt de Ondernemingskamer om gedwongen uittreding, stellende dat zij door gedragingen van het bestuur en medeaandeelhouders zodanig in haar rechten is geschaad dat voortduring van het aandeelhouderschap niet meer kan worden gevergd. Partijen hadden onderhandeld over uittreding maar bereikten geen overeenstemming, mede in verband met de afsplitsing van de zogeheten Virida-transactie.

Beslissing van de rechter

Het uittreedverzoek is afgewezen; de Ondernemingskamer oordeelt dat er geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen en dat het mislukken van de onderhandelingen niet primair aan gedragingen van de overige aandeelhouders of omstandigheden in hun risicosfeer is te wijten. De bestaande aandeelhoudersovereenkomst (SHA) blijft daarmee de rechtsverhouding tussen partijen beheersen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie van de Ondernemingskamer over de drempel voor uittreding ex artikel 2:343 BW en heeft geen richtinggevend karakter; de feiten zijn casuïstisch en de beschikbare tekst van de uitspraak is bovendien onvolledig.

Belangrijkste punten

  • 1Uittreedverzoek ex artikel 2:343 BW afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing dat rechten of belangen aandeelhouder door medeaandeelhouders zijn geschaad
  • 2Geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen ondanks gedeeltelijke tekstuele overeenstemming over uittredingsvoorwaarden
  • 3Mislukken onderhandelingen niet primair toe te rekenen aan gedragingen of risicosfeer van overige aandeelhouders
  • 4Afsplitsing van de Virida-transactie speelde rol in stagnatie onderhandelingen, maar was niet doorslaggevend voor de beoordeling
  • 5Bij gebreke van overeenstemming valt men terug op de bestaande SHA, die de grootaandeelhouder als zeer goed bekende regeling geldt

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de hoge drempel voor een geslaagd uittreedverzoek ex artikel 2:343 BW: het enkele mislukken van onderhandelingen over uittreding levert geen voldoende grond op indien dit niet primair aan gedragingen van medeaandeelhouders is toe te rekenen. De aandeelhoudersovereenkomst blijft in dergelijke gevallen de primaire rechtsbron.

Praktische impact

De grootaandeelhouder blijft gebonden aan de bestaande SHA en kan niet langs rechterlijke weg uittreden; partijen zijn aangewezen op hervatting van onderhandelingen of gebruikmaking van de contractuele regelingen in de SHA voor geschillenbeslechting.

Onderwerp-impact

Voor aandeelhouders in besloten vennootschappen met een uitgebreide aandeelhoudersovereenkomst onderstreept deze uitspraak dat een gedwongen uittreedprocedure niet eenvoudig kan worden ingezet als onderhandelingstactiek wanneer de SHA al een uittreedregeling kent.

Samenvatting

In deze procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam verzoekt de persoonlijke vennootschap van een medeoprichter en grootaandeelhouder van Mama Giraffe om gedwongen uittreding als aandeelhouder. Aan dit verzoek legt zij ten grondslag dat zij door gedragingen van het bestuur van Mama Giraffe en haar medeaandeelhouders zodanig in haar rechten en belangen is geschaad dat het voortduren van het aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van haar kan worden gevergd, de maatstaf van artikel 2:343 BW. De onderhandelingen tussen partijen vonden plaats tegen de achtergrond van een bestaande aandeelhoudersovereenkomst (SHA), die de grootaandeelhouder als goed bekend mocht worden verondersteld. Die onderhandelingen strekten ertoe hem een verbeterde positie te verschaffen ten opzichte van de SHA. Hoewel partijen het in die onderhandelingen gedeeltelijk eens werden over de tekst van een regeling, resulteerde dit niet in volledige overeenstemming over de voorwaarden van uittreding. De Ondernemingskamer oordeelt dat het mislukken van de onderhandelingen niet primair is toe te schrijven aan gedragingen van de overige aandeelhouders of aan omstandigheden die in hun risicosfeer liggen. De Ondernemingskamer stelt tevens vast dat er geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. De afsplitsing van de zogeheten Virida-transactie speelde weliswaar een rol bij de stagnatie, maar was voor de verdere beoordeling niet langer relevant nadat de betrokkenheid van de grootaandeelhouder bij de desbetreffende bijeenkomst was uitgesloten. Het verzoek tot uittreding wordt dan ook afgewezen. Partijen vallen terug op de bestaande SHA als kader voor hun rechtsverhoudingen. De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een uittreedverzoek niet slaagt wanneer het falen van onderhandelingen in overwegende mate in de risicosfeer van de verzoekende aandeelhouder zelf ligt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Ondernemingsrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599Laag
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599, Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2026, 200.336.928/01 OK

Gerechtshof Amsterdam10 sep 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:397Laag
Bestuursrecht
Ondernemingsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:397, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-08-2026, 26/521

College van Beroep voor het bedrijfsleven24 aug 2026OverheidRetail
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2339Laag
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2339, Gerechtshof Amsterdam, 21-08-2026, 200.357.784/01 OK

Gerechtshof Amsterdam21 aug 2026VastgoedFaillissement
12/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2322Middel
Ondernemingsrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2322, Gerechtshof Amsterdam, 20-08-2026, 25/2006

Gerechtshof Amsterdam20 aug 2026Financiele DienstverleningBestuurdersaansprakelijkheid
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied