Uittreedverzoek grootaandeelhouder Mama Giraffe afgewezen
ECLI:NL:GHAMS:2026:1872, Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2026, 200.363.017/01OK
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ondernemingskamer; afwijzing uittredingsverzoek; toepassing van het gedragscriterium en het schadecriterium kunnen niet tot toewijzing van het verzoek leiden
Kern van de zaak
Een persoonlijke vennootschap van een medeoprichter en grootaandeelhouder van Mama Giraffe verzoekt de Ondernemingskamer om gedwongen uittreding, stellende dat zij door gedragingen van het bestuur en medeaandeelhouders zodanig in haar rechten is geschaad dat voortduring van het aandeelhouderschap niet meer kan worden gevergd. Partijen hadden onderhandeld over uittreding maar bereikten geen overeenstemming, mede in verband met de afsplitsing van de zogeheten Virida-transactie.
Beslissing van de rechter
Het uittreedverzoek is afgewezen; de Ondernemingskamer oordeelt dat er geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen en dat het mislukken van de onderhandelingen niet primair aan gedragingen van de overige aandeelhouders of omstandigheden in hun risicosfeer is te wijten. De bestaande aandeelhoudersovereenkomst (SHA) blijft daarmee de rechtsverhouding tussen partijen beheersen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie van de Ondernemingskamer over de drempel voor uittreding ex artikel 2:343 BW en heeft geen richtinggevend karakter; de feiten zijn casuïstisch en de beschikbare tekst van de uitspraak is bovendien onvolledig.
Belangrijkste punten
- 1Uittreedverzoek ex artikel 2:343 BW afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing dat rechten of belangen aandeelhouder door medeaandeelhouders zijn geschaad
- 2Geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen ondanks gedeeltelijke tekstuele overeenstemming over uittredingsvoorwaarden
- 3Mislukken onderhandelingen niet primair toe te rekenen aan gedragingen of risicosfeer van overige aandeelhouders
- 4Afsplitsing van de Virida-transactie speelde rol in stagnatie onderhandelingen, maar was niet doorslaggevend voor de beoordeling
- 5Bij gebreke van overeenstemming valt men terug op de bestaande SHA, die de grootaandeelhouder als zeer goed bekende regeling geldt
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de hoge drempel voor een geslaagd uittreedverzoek ex artikel 2:343 BW: het enkele mislukken van onderhandelingen over uittreding levert geen voldoende grond op indien dit niet primair aan gedragingen van medeaandeelhouders is toe te rekenen. De aandeelhoudersovereenkomst blijft in dergelijke gevallen de primaire rechtsbron.
Praktische impact
De grootaandeelhouder blijft gebonden aan de bestaande SHA en kan niet langs rechterlijke weg uittreden; partijen zijn aangewezen op hervatting van onderhandelingen of gebruikmaking van de contractuele regelingen in de SHA voor geschillenbeslechting.
Onderwerp-impact
Voor aandeelhouders in besloten vennootschappen met een uitgebreide aandeelhoudersovereenkomst onderstreept deze uitspraak dat een gedwongen uittreedprocedure niet eenvoudig kan worden ingezet als onderhandelingstactiek wanneer de SHA al een uittreedregeling kent.
Samenvatting
In deze procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam verzoekt de persoonlijke vennootschap van een medeoprichter en grootaandeelhouder van Mama Giraffe om gedwongen uittreding als aandeelhouder. Aan dit verzoek legt zij ten grondslag dat zij door gedragingen van het bestuur van Mama Giraffe en haar medeaandeelhouders zodanig in haar rechten en belangen is geschaad dat het voortduren van het aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van haar kan worden gevergd, de maatstaf van artikel 2:343 BW. De onderhandelingen tussen partijen vonden plaats tegen de achtergrond van een bestaande aandeelhoudersovereenkomst (SHA), die de grootaandeelhouder als goed bekend mocht worden verondersteld. Die onderhandelingen strekten ertoe hem een verbeterde positie te verschaffen ten opzichte van de SHA. Hoewel partijen het in die onderhandelingen gedeeltelijk eens werden over de tekst van een regeling, resulteerde dit niet in volledige overeenstemming over de voorwaarden van uittreding. De Ondernemingskamer oordeelt dat het mislukken van de onderhandelingen niet primair is toe te schrijven aan gedragingen van de overige aandeelhouders of aan omstandigheden die in hun risicosfeer liggen. De Ondernemingskamer stelt tevens vast dat er geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. De afsplitsing van de zogeheten Virida-transactie speelde weliswaar een rol bij de stagnatie, maar was voor de verdere beoordeling niet langer relevant nadat de betrokkenheid van de grootaandeelhouder bij de desbetreffende bijeenkomst was uitgesloten. Het verzoek tot uittreding wordt dan ook afgewezen. Partijen vallen terug op de bestaande SHA als kader voor hun rechtsverhoudingen. De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een uittreedverzoek niet slaagt wanneer het falen van onderhandelingen in overwegende mate in de risicosfeer van de verzoekende aandeelhouder zelf ligt.