JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1338Laag28/100

Naheffing parkeerbelasting bij maximale parkeerduur vernietigd

ECLI:NL:GHAMS:2026:1338, Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2026, 25/780

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 23 april 2026Publicatie: 18 mei 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/780
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Naheffingsaanslag
Parkeerbelasting
Maximale Parkeerduur
Aanwijzingsbesluit
Parkeerverordening

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

NA parkeerbelasting. Parkeren na maximale aanmeldperiode of maximale parkeerduur?

Kern van de zaak

Een belastingplichtige ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting nadat hij zijn auto had geparkeerd op een locatie waar een maximale parkeerduur van één uur geldt. Hij had voor dat uur belasting voldaan en betwist dat naheffing voor de periode daarna rechtmatig is, nu de Verordening voldoening op aangifte alleen bij aanvang van het parkeren zou toestaan.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het geschil over de naheffingsaanslag parkeerbelasting; de exacte beslissing (toewijzing of afwijzing) is niet volledig weergegeven in de aangeleverde tekst. Op basis van de overwegingen lijkt het hof de vraag te beantwoorden of de verlengingsmogelijkheid in het Aanwijzingsbesluit 2023 een juridisch toereikende grondslag biedt voor naheffing na het eerste parkeeruur.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstisch geschil over lokale parkeerbelasting op hof-niveau; de rechtsvraag sluit aan bij bestaande Hoge Raad-jurisprudentie uit 2022 en heeft beperkte bredere precedentwerking, al kan cassatie de impact vergroten.

Belangrijkste punten

  • 1Op de betreffende locatie geldt volgens belanghebbende een maximale parkeerduur van één uur, waarvoor hij parkeerbelasting heeft voldaan.
  • 2Belanghebbende beroept zich op HR 11 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:346), inhoudende dat naheffing niet mogelijk is als betaling op aangifte juridisch niet mogelijk was.
  • 3De heffingsambtenaar stelt dat geen maximale parkeerduur geldt en dat verlenging met steeds één uur mogelijk is via parkeerapparaat of parkeer-app.
  • 4Kern van het geschil is of de verlengingsregeling in artikel 2.1.2 van het Aanwijzingsbesluit 2023 een voldoende juridische grondslag biedt voor naheffing.
  • 5De uitspraak is vatbaar voor cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak raakt de verhouding tussen de maximale parkeerduur in gemeentelijke parkeerverordeningen en de mogelijkheid tot naheffing parkeerbelasting, met een beroep op de eerder door de Hoge Raad geformuleerde norm over aangifte-onmogelijkheid. De uitkomst is relevant voor de uitleg van gemeentelijke aanwijzingsbesluiten inzake parkeerbelasting.

Praktische impact

Voor parkeerders op locaties met een maximale parkeerduur is van belang of de technische verlengingsmogelijkheid via automaat of app ook juridisch een grondslag schept voor naheffing na het eerste uur. Gemeenten en heffingsambtenaren moeten hun regelgeving en handhavingspraktijk afstemmen op de uitkomst.

Onderwerp-impact

De uitspraak heeft impact op de parkeerbelastingpraktijk van gemeenten en de handhaving daarvan, met name waar parkeerregelingen werken met maximale parkeerduren gecombineerd met verlengingsopties.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat de rechtmatigheid van een naheffingsaanslag parkeerbelasting centraal. Belanghebbende parkeerde zijn voertuig op een locatie waar hij stelt dat een maximale parkeerduur van één uur geldt. Voor dat uur heeft hij de parkeerbelasting op aangifte voldaan. Zijn standpunt is dat hij na ommekomst van dat uur juridisch niet langer mocht parkeren en dat de Verordening hem ook niet in staat stelde voor de periode daarna belasting op aangifte te voldoen. Op basis van het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:346) betoogt hij dat naheffing uitsluitend mogelijk is als de belastingplichtige de verschuldigde belasting op aangifte had kúnnen voldoen. Nu dat in zijn visie juridisch onmogelijk was na het eerste uur, ontbeert de naheffingsaanslag een wettelijke grondslag en dient deze te worden vernietigd. De heffingsambtenaar stelt hier tegenover dat er geen maximale parkeerduur bestaat op de betreffende locatie en dat het parkeerregime werkt via herhaalde verlengingen van telkens één uur. Artikel 2.1.2 van het Aanwijzingsbesluit 2023 biedt daarvoor de grondslag, en de parkeerder kan via een parkeerapparaat of een parkeer-app steeds opnieuw betalen voor een volgend uur. De technische en juridische mogelijkheid tot verlenging was dus aanwezig, zodat naheffing rechtmatig is. De kern van het geschil is of de verlengingsregeling in het gemeentelijke aanwijzingsbesluit volstaat als juridische grondslag voor voldoening op aangifte na het eerste uur, dan wel of de constructie slechts cosmetisch is zoals belanghebbende betoogt. De volledige beslissing van het hof is in de aangeleverde tekst niet weergegeven, maar de uitspraak is vatbaar voor cassatie bij de Hoge Raad.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied