Voordeel hennepkwekerij beperkt tot schuldvermindering bewaker
ECLI:NL:GHAMS:2026:1329, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 23-001006-23
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ontneming.
Kern van de zaak
Een betrokkene werd in een ontnemingsprocedure geconfronteerd met de vraag hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel hij had genoten uit een professionele hennepkwekerij. Hij verklaarde slechts als bewaker/verzorger te hebben opgetreden en zijn beloning uitsluitend te hebben ontvangen in de vorm van kwijtschelding op een schuld van circa €7.000 aan criminelen.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel beperkt tot de schuldvermindering die de betrokkene ontving (minimaal €4.000, maximaal €6.000), en niet toegerekend aan de opbrengsten van de hennepoogsten zelf. Doorslaggevend was dat het dossier voldoende aanwijzingen bevatte dat de betrokkene slechts een ondergeschikte rol vervulde en dat anderen (met een professionele criminele achtergrond) de werkelijke begunstigden waren.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bestaande ontnemingsjurisprudentie in een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare feitencomplexen.
Belangrijkste punten
- 1Betrokkene ontving zijn beloning uitsluitend als schuldvermindering op een schuld van ~€7.000 bij 'gangsters', niet als directe geldopbrengst van de oogsten.
- 2Het hof aanvaardt de verklaring van de betrokkene mede op grond van dossieraanwijzingen: een auto gekoppeld aan een andere persoon werd zowel bij de kwekerij als bij een adres met zware drugsvondsten gesignaleerd.
- 3De professionele opzet van de kwekerij en het feit dat de betrokkene niet in de nabije omgeving woonde, ondersteunen de conclusie dat hij niet de organisator/begunstigde was.
- 4Het voordeel wordt vastgesteld op de feitelijk ontvangen tegenprestatie (schuldvermindering), conform de maatstaf van daadwerkelijk genoten voordeel.
- 5De uitspraak betreft een ontnemingsprocedure (art. 36e Sr); de omvang van het voordeel is op basis van dossierinhoud en geloofwaardige verklaring beperkt vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat in ontnemingsprocedures het wederrechtelijk verkregen voordeel individueel en feitelijk moet worden vastgesteld, waarbij een geloofwaardige verklaring van de betrokkene – ondersteund door dossieraanwijzingen – kan leiden tot een beperktere toerekening dan de totale opbrengst van criminele activiteiten.
Praktische impact
Voor de betrokkene betekent dit een aanzienlijk lagere ontnemingsvordering (maximaal €6.000) dan wanneer hij zou zijn aangeslagen op de volledige oogstopbrengsten van de hennepkwekerij; dit illustreert het belang van een onderbouwde verklaring over de eigen rol en beloning.
Onderwerp-impact
In drugsgerelateerde zaken waarbij verdachten een ondergeschikte rol (bewaker, oppasser) vervullen, biedt deze uitspraak aanknopingspunten om de ontneming te beperken tot de daadwerkelijk ontvangen vergoeding in plaats van de totale criminele opbrengst.
Samenvatting
In deze ontnemingszaak voor het Gerechtshof Amsterdam stond de vraag centraal hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel een betrokkene had genoten uit een professionele hennepkwekerij die in een woning was aangetroffen. De betrokkene verklaarde dat hij een schuld van ongeveer €7.000 had bij criminelen en dat hij gedurende vier maanden de hennepplanten had verzorgd en de kwekerij had bewaakt als tegenprestatie voor gedeeltelijke kwijtschelding van die schuld, ter waarde van €1.000 tot €1.500 per maand. Hij stelde geen directe geldelijke opbrengsten uit de oogsten te hebben ontvangen. Het hof oordeelde dat het dossier voldoende aanwijzingen bevatte om deze verklaring te ondersteunen. Zo werd bij de woning een voertuig op naam van een andere persoon gesignaleerd, dat ook in verband was gebracht met een ander adres waar eerder meerdere kilo's hennep, 17 kilo cocaïne, een vuurwapen en slag- en prikwapens waren aangetroffen. Dit wees op een professionele criminele organisatie achter de kwekerij. Bovendien was de kwekerij bijzonder professioneel ingericht en woonde de betrokkene niet in de buurt van de locatie, hetgeen zijn rol als ingehuurde bewaker aannemelijk maakte. Op grond hiervan stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op uitsluitend de schuldvermindering die de betrokkene had ontvangen: minimaal €4.000 en maximaal €6.000. De totale oogstopbrengsten van de kwekerij werden hem dus niet toegerekend. Deze beslissing sluit aan bij de vaste lijn in de ontnemingsjurisprudentie dat het voordeel individueel en feitelijk moet worden vastgesteld op basis van wat de betrokkene daadwerkelijk heeft genoten, en niet automatisch gelijkgesteld kan worden aan de totale criminele opbrengst wanneer aannemelijk is dat anderen de werkelijke begunstigden waren.