JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1327Laag22/100

Hennepkweker moet ruim €16.000 wederrechtelijk voordeel teruggeven

ECLI:NL:GHAMS:2026:1327, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 23-002156-24

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 12 mei 2026Publicatie: 12 mei 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:23-002156-24
Strafrecht
Materieel strafrecht
Strafprocesrecht
Handhaving
Aansprakelijkheid
Hennepteelt
Wederrechtelijk Verkregen Voordeel
Artikel 36e Sr
Ontneming
Naheffing Liander

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Ontneming.

Kern van de zaak

Een betrokkene werd veroordeeld voor het telen van hennep op 12 oktober 2017. Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van een ontnemingsrapportage. In geschil was het aantal gelukte oogsten en de hoogte van de aftrekbare kosten, waaronder naheffingskosten van Liander.

Beslissing van de rechter

Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €16.102,49 en wijst de naheffingskosten van Liander (€3.531,14) als aftrekpost af. Doorslaggevend is dat het hof uitgaat van slechts één gelukte oogst in plaats van twee, en geen aanleiding ziet de energienahefffing als aftrekbare kostenpost mee te nemen.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een relatief standaard ontnemingszaak op hoger beroepsniveau met een beperkt financieel belang en geen nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over artikel 36e Sr.

Belangrijkste punten

  • 1Grondslag ontneming: artikel 36e lid 2 Sr op basis van voldoende aanwijzingen van wederrechtelijk verkregen voordeel
  • 2Hof wijkt af van ontnemingsrapportage door uit te gaan van één oogst in plaats van twee, in lijn met de advocaat-generaal
  • 3Berekening: 157 planten × 28,2 gram × €4.070/kg = €18.019,52 bruto-opbrengst
  • 4Aftrekbare kosten (elektriciteit, afschrijving, variabele kosten, stekken) bedragen in totaal €1.917,03
  • 5Naheffingskosten Liander van €3.531,14 worden niet als aftrekpost geaccepteerd

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de rechterlijke vrijheid om af te wijken van ontnemingsrapportages bij de schatting van het aantal oogsten, en bevestigt een restrictieve benadering bij het accepteren van aftrekposten in ontnemingszaken. De weigering van de Liander-naheffing als aftrekpost sluit aan bij de lijn dat kosten voortvloeiend uit (bestuursrechtelijke) sancties niet zonder meer aftrekbaar zijn.

Praktische impact

Voor de betrokkene betekent dit een betalingsverplichting van €16.102,49 aan de Staat. De afwijzing van de Liander-naheffing als aftrekpost verzwaart de financiële last ten opzichte van wat mogelijk werd verwacht.

Onderwerp-impact

In hennepteeltzaken bevestigt dit arrest dat rechters kritisch omgaan met het aantal veronderstelde oogsten en dat niet alle feitelijk gemaakte kosten automatisch aftrekbaar zijn bij de ontnemingsberekening.

Samenvatting

Op 12 mei 2026 deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in een ontnemingszaak tegen een betrokkene die eerder diezelfde dag door hetzelfde hof was veroordeeld voor het telen van hennep op 12 oktober 2017. De zaak draaide om de vraag hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel de betrokkene had behaald en welke kosten daarop in mindering mochten worden gebracht. Het hof nam de ontnemingsrapportage van 9 april 2019 als vertrekpunt, maar week op één belangrijk punt af: waar de rapportage uitging van twee gelukte oogsten, sloot het hof zich aan bij de advocaat-generaal en rekende het slechts met één oogst. Op basis van 157 planten met een opbrengst van 28,2 gram per plant en een prijs van €4.070 per kilogram berekende het hof een bruto-opbrengst van €18.019,52. Na aftrek van erkende kostenposten — elektriciteit (€559,70), afschrijvingskosten (€150,00), variabele kosten (€3,88 per plant) en aankoopkosten van stekken (€3,81 per plant), samen €1.917,03 — resteerde een wederrechtelijk verkregen voordeel van €16.102,49. Een punt van discussie was of de naheffing van netbeheerder Liander ter hoogte van €3.531,14 als aanvullende aftrekpost kon worden meegenomen. Het hof zag daarvoor geen aanleiding en wees dit af, waardoor het vastgestelde voordeel ongewijzigd bleef. De juridische grondslag voor de ontneming is artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, dat ontneming mogelijk maakt van voordeel verkregen uit feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene deze heeft begaan. De uitspraak is in lijn met vaste rechtspraak over de berekening van hennepvoordeel en bevestigt dat rechters zelfstandig het aantal oogsten kunnen vaststellen en een restrictieve benadering hanteren bij aftrekposten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:762Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:762, Hoge Raad, 19-05-2026, 23/03823

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:759Laag
Strafrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:759, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00563

Hoge Raad19 mei 2026HandhavingSchadevergoeding
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:760Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:760, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00562

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:4756Laag
Strafrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:4756, Rechtbank Amsterdam, 18-05-2026, 13/166895-25

Rechtbank Amsterdam18 mei 2026OverheidAansprakelijkheid
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied