Moeder ontslagen als mentor, professionele mentor benoemd
ECLI:NL:GHAMS:2026:1306, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.360.366/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ontslag mentor en benoeming professionele mentor. Bekrachtiging.
Kern van de zaak
Een zorginstelling (Stichting) verzocht ontslag van twee mentoren van een betrokkene, waaronder zijn moeder. De communicatie en samenwerking waren ernstig verstoord en belangrijke zorgbeslissingen stagneerden door wezenlijke meningsverschillen. De moeder ging in hoger beroep tegen haar ontslag als mentor.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter: de moeder wordt ontslagen als mentor en een professionele mentor wordt benoemd. Doorslaggevend zijn de ernstig verstoorde samenwerking met de zorginstelling, de stagnerende zorgbeslissingen en de wens van betrokkene zelf om geen contact met zijn moeder te hebben.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele beschikking in een mentorschapszaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past binnen gevestigde jurisprudentie over artikel 1:461 BW en heeft geen richtinggevende werking.
Belangrijkste punten
- 1Ontslag van mentor op grond van artikel 1:461 lid 1 sub e BW vereist 'gewichtige redenen'.
- 2Ernstig verstoorde communicatie en samenwerking tussen mentoren en zorginstelling vormen gewichtige redenen voor ontslag.
- 3De belangen van betrokkene kwamen onder druk te staan doordat belangrijke zorgbeslissingen stagneerden.
- 4Betrokkene ervaart zijn relatie met de moeder als complex en wenst geen informatie-uitwisseling met haar.
- 5Een professionele mentor wordt beter geacht om in samenwerking met hulpverleners in het belang van betrokkene te handelen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat verstoorde verhoudingen tussen mentor en zorginstelling, gecombineerd met stagnerende zorgbeslissingen en de wil van betrokkene, voldoende gewichtige redenen opleveren voor ontslag als mentor ex artikel 1:461 BW. De uitspraak is casuïstisch van aard en voegt weinig nieuws toe aan bestaand recht.
Praktische impact
De moeder verliest formeel haar rol als mentor en heeft geen recht meer op informatieverstrekking over haar kind; een professionele mentor neemt voortaan alle zorgbeslissingen in overleg met de hulpverleners.
Onderwerp-impact
In de zorgsector onderstreept deze zaak het belang van een werkbare vertrouwensrelatie tussen mentor en zorginstelling; bij structurele impasses kan ontslag van een familielid als mentor in het belang van de cliënt worden gerechtvaardigd.
Samenvatting
Deze zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen haar ontslag als mentor van haar meerderjarige kind, dat onder mentorschap staat vanwege een complexe psychische problematiek. De zorginstelling (Stichting) had bij de kantonrechter verzocht beide mentoren — waaronder de moeder — te ontslaan omdat de samenwerking en communicatie ernstig waren verstoord. Belangrijke zorgbeslissingen stagneerden doordat de mentoren geen vertrouwen hadden in de Stichting, en er ontstond telkens verwarring rondom de zoektocht naar een nieuwe zorginstelling. De kantonrechter honoreerde dit verzoek en benoemde een professionele mentor in hun plaats. In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Het hof oordeelt dat er gewichtige redenen bestonden — en nog steeds bestaan — die het ontslag van de moeder als mentor rechtvaardigen in de zin van artikel 1:461 lid 1 sub e BW. Centraal staat dat de belangen van betrokkene door de verstoorde verhoudingen onder druk kwamen te staan: noodzakelijke zorgbeslissingen konden niet worden genomen en de behandellijn van de betrokken professionals kon niet worden doorgezet. Daarnaast bleek dat betrokkene zijn relatie met de moeder zelf als complex ervaart, niet wil dat zij informatie over hem ontvangt en geen contact met haar wenst. Het hof erkent de betrokkenheid van de moeder, maar oordeelt dat juist deze betrokkenheid heeft geleid tot spanningen en onduidelijkheid die niet in het belang van betrokkene zijn. Een professionele mentor wordt beter in staat geacht om in goed overleg met hulpverleners beslissingen te nemen die daadwerkelijk het belang van betrokkene dienen. De uitspraak is een bevestiging van bestaand recht en heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke omstandigheden van deze zaak.