Hof Amsterdam wijst herstelverzoeken kostenveroordeling HMK af
ECLI:NL:GHAMS:2026:1241, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.331.842/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Hof verklaart in eindarrest zonder nadere motivering alleen de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek om ex art. 31 Rv bij wijze van ‘eenvoudig herstel’ alsnog de hoofdveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen (omdat de fout niet kenbaar is), maar het verzoek ex art. 32 Rv wordt toegewezen, omdat er nog niet (kenbaar) op dit deel van het gevorderde beslist was
Kern van de zaak
In een geschil over een samenwerkingsverband (HMK) betwist een partij diverse doorbelaste kostenposten ter waarde van ruim € 456.000,-. Na een eerder arrest van het Gerechtshof Amsterdam verzoekt een partij om herstel/rectificatie van het arrest, onder meer ten aanzien van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de kostenveroordeling.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de herstelverzoeken op grond van art. 31 Rv af, omdat er geen sprake is van een kennelijke vergissing die zich voor eenvoudig herstel leent. De bewuste formulering in het dictum – waarbij uitsluitend de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard – is een weloverwogen keuze van het hof en geen schrijffout.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele tussenbeslissing over een herstelverzoek ex art. 31 Rv in een specifiek bedrijfsgeschil, zonder richtinggevende nieuwe rechtsnormen. De uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over de beperkte reikwijdte van herstel van rechterlijke uitspraken.
Belangrijkste punten
- 1Betwiste kostenposten bedragen in totaal € 456.312,42, waaronder managementfees, doorbelaste personeelskosten met winstopslag en partnervergoedingen.
- 2Art. 31 Rv (herstel kennelijke fouten) is slechts van toepassing als de vergissing voor partijen en derden onmiddellijk herkenbaar is als vergissing.
- 3De uitvoerbaarverklaring bij voorraad gold uitsluitend voor de kostenveroordeling, niet voor de overige veroordelingen, en dit was een bewuste keuze van het hof.
- 4Bewijsaanbiedingen van diverse getuigen (notaris, sourcing manager, projectmanager, fiscalist) worden als irrelevant gepasseerd, omdat niet is gesteld dat zij aanwezig waren bij de onderhandelingen of ondertekening van de partnerovereenkomst.
- 5Uitvoerbaarheid bij voorraad was niet (kenbaar) gevorderd, wat de argumentatie voor herstel verder ondermijnt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van art. 31 Rv: herstel van rechterlijke uitspraken is alleen mogelijk bij onmiskenbare kennelijke vergissingen, niet bij bewuste maar omstreden keuzes in het dictum. Dit onderstreept dat partijen tijdig duidelijkheid moeten verschaffen over vorderingen zoals uitvoerbaarheid bij voorraad.
Praktische impact
Voor HMK betekent dit dat de kostenveroordeling niet alsnog integraal uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, waardoor tenuitvoerlegging van de overige veroordelingen voorlopig geblokkeerd blijft. De betwiste kostenposten van ruim € 456.000,- blijven onderwerp van het geschil.
Onderwerp-impact
Binnen samenwerkingsverbanden en joint ventures benadrukt deze uitspraak het belang van heldere contractuele afspraken over doorbelasting van kosten en vergoedingen, en de noodzaak om bij procedures expliciet uitvoerbaarheid bij voorraad te vorderen.
Samenvatting
In deze zaak voor het Gerechtshof Amsterdam stonden diverse doorbelaste kostenposten centraal in een geschil tussen partners binnen het samenwerkingsverband HMK. In totaal was een bedrag van ruim € 456.000,- betwist, bestaande uit een managementfee van € 63.325,-, een winstopslag over doorbelaste personeelskosten van € 114.719,55, een niet-gespecificeerde doorbelasting van € 33.547,82 en partnervergoedingen van € 120.000,-. Na een eerder arrest diende het hof zich te buigen over een verzoek tot herstel of rectificatie van dat arrest, in het bijzonder ten aanzien van de reikwijdte van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Het hof wees het herstelverzoek af. Centraal stond de vraag of de formulering in het dictum – waarbij uitsluitend de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad was verklaard en de overige veroordelingen niet – kon worden aangemerkt als een kennelijke vergissing in de zin van art. 31 Rv. Het hof oordeelde van niet. Een vergissing is slechts 'kennelijk' wanneer zij voor partijen en derden onmiddellijk als zodanig herkenbaar is. Dat was hier niet het geval: uitvoerbaarheid bij voorraad was niet kenbaar gevorderd, en de beperkte formulering in het dictum was dan ook een bewuste keuze van het hof, niet een schrijf- of rekenfout die zich voor eenvoudig herstel leent. Daarnaast werden de bewijsaanbiedingen van meerdere getuigen – waaronder een notaris, een sourcing manager, een projectmanager en een fiscalist – door het hof als irrelevant gepasseerd. Geen van hen was aantoonbaar aanwezig bij de onderhandelingen over of de ondertekening van de partnerovereenkomst, zodat hun verklaringen geen licht konden werpen op de inhoud en totstandkoming daarvan. Deze uitspraak bevestigt de vaste lijn dat art. 31 Rv een beperkt instrument is dat niet kan worden ingezet om inhoudelijke geschilpunten over het dictum te heropenen. Voor de praktijk onderstreept het belang van een expliciete en tijdige vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad.