JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1138Laag22/100

Schoolleider verliest zaak over professionaliserings­budget en accreditatie

ECLI:NL:GHAMS:2026:1138, Gerechtshof Amsterdam, 14-04-2026, 200.354.344

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 14 april 2026Publicatie: 30 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.354.344
Arbeidsrecht
Bestuursrecht
Arbeidsrelaties
Vergunningen
Onderwijs
Primair Onderwijs
Schoolleidersregister
Accreditatie
Professionalisering
Cao Po

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

AVG. Verzoek van schoolleider om verwijdering persoonsgegevens uit het Schoolleidersregister Primair Onderwijs. Onrechtmatige verwerking? Gerechtvaardigd belang, verwerking noodzakelijk en evenredig.

Kern van de zaak

Een schoolleider (appellant) vordert iets van het Schoolleidersregister PO (geïntimeerde) in verband met de erkenning of accreditatie van door haar gevolgde professionaliseringsopleidingen. De appellant noch haar werkgever had ooit een accreditatieverzoek ingediend bij het register.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de vordering van appellant af. De doorslaggevende reden is dat appellant zelf nooit een accreditatieverzoek heeft ingediend bij het Schoolleidersregister PO, terwijl daartoe een toegankelijke procedure beschikbaar was en geïntimeerde heeft verklaard dergelijke verzoeken in onderling overleg doorgaans te honoreren.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk sterk casuïstische beslissing van een hof op basis van onbenutte interne rechtsgangen; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de directe partijen.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant noch haar werkgever deed een poging de gevolgde opleidingen te laten accrediteren via het Registerreglement
  • 2Op grond van artikel 10 en 11 van het Registerreglement staan bezwaar en administratief beroep open tegen een afwijzende accreditatiebeslissing
  • 3Het Schoolleidersregister PO honoreert accreditatieverzoeken in onderling overleg doorgaans
  • 4De professionaliseringsplicht voor schoolleiders in het primair onderwijs is gebaseerd op CAO PO 2024-2025 (art. 9.7) en rijksbekostiging van € 29,5 miljoen per jaar
  • 5Appellant heeft de stelling van geïntimeerde over het accreditatiebeleid niet (gemotiveerd) betwist

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een partij eerst de beschikbare interne rechtsgang (accreditatieprocedure + bezwaar/beroep) moet benutten voordat de rechter aan een inhoudelijke beoordeling toekomt. Dit sluit aan bij het beginsel van processuele subsidiariteit.

Praktische impact

Schoolleiders en hun werkgevers dienen proactief accreditatieverzoeken in te dienen bij het Schoolleidersregister PO als zij erkenning willen voor gevolgde opleidingen; het nalaten daarvan staat aan een gerechtelijke vordering in de weg.

Onderwerp-impact

Voor de onderwijssector benadrukt de uitspraak het belang van naleving van de accreditatieprocedures onder het Registerreglement en de CAO PO bij professionaliseringsverplichtingen van schoolleiders.

Samenvatting

In deze hoger-beroepszaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond centraal of het Schoolleidersregister PO (geïntimeerde) onrechtmatig of toerekenbaar tekort was geschoten jegens een schoolleider in het primair onderwijs (appellant) met betrekking tot de erkenning van door haar gevolgde professionaliseringsopleidingen. De juridische context wordt gevormd door de rijksbekostiging van schoolleidersprofessionalisering (€ 29,5 miljoen per jaar vanaf 2013) en de in de CAO PO 2024-2025 (artikel 9.7) neergelegde verplichting voor directieleden om afspraken te maken over deskundigheidsbevordering conform de door het Schoolleidersregister PO vastgestelde bekwaamheidseisen. Het register kent een eigen accreditatieprocedure, waarbij een afwijzende beslissing kan worden aangevochten via bezwaar en administratief beroep op grond van de artikelen 10 en 11 van het Registerreglement. Het hof overweegt dat appellant noch haar werkgever ooit een poging heeft ondernomen om de gevolgde opleidingen te laten accrediteren. Geïntimeerde heeft onweersproken gesteld dat accreditatieverzoeken in onderling overleg doorgaans worden gehonoreerd. Nu appellant de beschikbare en toegankelijke interne procedure volledig onbenut heeft gelaten, is er geen grond om geïntimeerde aansprakelijk of tekortschietend te achten. Het hof wijst de vordering van appellant dan ook af. De uitspraak is feitelijk van aard en bevestigt het algemene rechtsbeginsel dat een partij eerst de haar ter beschikking staande rechtsmiddelen en procedures dient te benutten alvorens de rechter om ingrijpen te vragen. Voor de onderwijspraktijk onderstreept de beslissing dat schoolleiders en besturen bij geschillen over professionaliseringsaccreditatie tijdig en actief gebruik moeten maken van de registerrechtgang.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Arbeidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4304Laag
Arbeidsrecht
Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4304, Raad van State, 22-07-2026, 202502858/1/A3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1901Laag
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1901, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.355.748/01

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026ArbeidsrelatiesDienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:18633Middel
Arbeidsrecht
Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RBDHA:2026:18633, Rechtbank Den Haag, 07-07-2026, 12156440 \ RP VERZ 26-50366

Rechtbank Den Haag7 jul 2026ArbeidsrelatiesDatabescherming
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2130Laag
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2130, Gerechtshof Den Haag, 07-07-2026, 200.349.262/01

Gerechtshof Den Haag7 jul 2026ArbeidsrelatiesRetail
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied