ECLI:NL:CRVB:2026:950, Centrale Raad van Beroep, 21-07-2026, 24/2289 PW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Kosten van verhuizing en inrichtingskosten. Niet noodzakelijke kosten. Er was geen sprake van een noodzakelijke verhuizing, omdat er alternatieven aanwezig waren voor de verhuizing. De reparatie in de huurwoning van appellante zou enkele weken vóór de bevalling afgerond zijn, waarna appellante terug zou kunnen keren in de woning. Anders dan appellante betoogt, zou ze dus in ieder geval niet tijdens de kraamtijd op een (tijdelijk) adres elders hoeven verblijven maar hooguit een aantal weken tijdens (het einde van) de zwangerschap. Het is goed te begrijpen dat de timing voor appellante allesbehalve ideaal was, maar daarmee is nog geen noodzaak tot verhuizing gegeven. Over haar vrees dat de reparatie niet tot een blijvende oplossing zou leiden is overwogen dat de insteek van de grondige reparatie juist was om het probleem daadwerkelijk te verhelpen. Appellante heeft verder niet concreet onderbouwd dat die vrees reëel was. Ook deze omstandigheid levert daarom geen noodzaak tot verhuizing op en de kosten die daaruit voortvloeien kunnen dus niet als noodzakelijk beschouwd worden.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.