Bijzondere bijstand voor inboedelkosten terecht afgewezen
ECLI:NL:CRVB:2026:940, Centrale Raad van Beroep, 14-07-2026, 24/1535 PW-PV
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Diverse kosten. Geen bijzondere omstandigheden. Reserveringsruimte. Appellante heeft steeds inkomsten gehad boven bijstandsniveau en heeft vanuit die inkomsten kunnen reserveren. Ook de omstandigheid dat appellante een tweede kind heeft gekregen staat er zonder nadere motivering – die ontbreekt – niet aan in de weg dat zij vanuit haar inkomen heeft kunnen reserveren.
Kern van de zaak
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor een koelkast, oven, kledingkast en stofferingskosten bij haar nieuwe woning. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en zij had kunnen reserveren. De rechtbank liet de afwijzing in stand, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand; doorslaggevend is dat appellante steeds inkomsten heeft gehad boven bijstandsniveau en daarmee de mogelijkheid had om voor deze kosten te reserveren, zodat geen sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 35, eerste lid, Participatiewet.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen de bestaande rechtslijn rondom art. 35 Participatiewet en heeft geen precedentwerking; het betreft een feitelijke toepassing van bekende criteria op een individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Bijzondere bijstand op grond van art. 35 lid 1 Participatiewet vereist bijzondere omstandigheden die niet door de algemene bijstandsnorm worden gedekt.
- 2De mogelijkheid (of onmogelijkheid) om te reserveren is een relevant beoordelingsaspect bij de vraag of sprake is van bijzondere omstandigheden.
- 3Appellante had gedurende de jaren vóór de verhuizing steeds inkomen boven bijstandsniveau, waardoor reservering mogelijk was.
- 4De aangevoerde omstandigheden (inkomensdaling, mantelzorgkosten, geboorte tweede kind in 2020) worden niet als bijzondere omstandigheden gekwalificeerd.
- 5Dat de kosten noodzakelijk waren staat niet ter discussie, maar noodzakelijkheid alleen is onvoldoende voor recht op bijzondere bijstand.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat inkomen boven bijstandsniveau de reserveringsplicht in stand houdt en dat persoonlijke tegenslagen zoals mantelzorg of gezinsuitbreiding op zichzelf geen bijzondere omstandigheid opleveren in de zin van art. 35 Participatiewet.
Praktische impact
Appellante ontvangt geen bijzondere bijstand voor de gevraagde inboedelkosten en moet deze zelf dragen; gemeenten worden bevestigd in hun beleid om reserveringsmogelijkheden mee te wegen bij de beoordeling van bijzondere bijstandsaanvragen.
Onderwerp-impact
Voor uitkeringsgerechtigden die boven bijstandsniveau verdienen maar te maken hebben met onverwachte kosten bij een verhuizing, benadrukt deze uitspraak dat persoonlijke financiële tegenspoed in beginsel niet snel leidt tot een recht op bijzondere bijstand.
Samenvatting
Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor inboedelkosten: een koelkast, oven, kledingkast en stofferingskosten voor een trap in de nieuwe woning van appellante. Het college had de aanvraag afgewezen omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en appellante de mogelijkheid had gehad hiervoor te reserveren. De rechtbank liet dit besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uitgangspunt van de Participatiewet is dat de algemene bijstandsnorm voorziet in alle gangbare bestaanskosten, inclusief incidentele kosten. Bijzondere bijstand op grond van artikel 35, eerste lid, Participatiewet is slechts mogelijk wanneer bijzondere omstandigheden ertoe leiden dat de betrokkene wordt geconfronteerd met kosten die niet door de norm worden gedekt, of die de betrokkene door bijzondere omstandigheden niet uit de norm kan betalen. De mogelijkheid om te reserveren is daarbij een relevant toetsingscriterium. Appellante voerde aan dat zij niet kon reserveren vanwege een inkomensdaling in de jaren vóór de verhuizing, reiskosten voor mantelzorg aan haar moeder en de geboorte van een tweede kind in 2020. De Raad verwerpt deze argumenten. Doorslaggevend is dat appellante gedurende de relevante periode steeds inkomen heeft gehad boven bijstandsniveau. Vanuit dat inkomen had zij de mogelijkheid om voor dergelijke kosten te reserveren. De aangevoerde persoonlijke omstandigheden — hoe begrijpelijk ook — leveren geen bijzondere omstandigheid op in de juridische zin van art. 35 Participatiewet. Dat de kosten noodzakelijk waren, is niet in geschil, maar noodzakelijkheid alleen is onvoldoende voor toewijzing van bijzondere bijstand. De uitspraak bevestigt de bestaande rechtslijn en heeft beperkte zelfstandige precedentwaarde.