JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:894Laag22/100

Hoger beroep WLZ-pgb niet-ontvankelijk wegens ontbrekend procesbelang

ECLI:NL:CRVB:2026:894, Centrale Raad van Beroep, 02-07-2026, 25/756 WLZ

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 2 juli 2026Publicatie: 7 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/756 WLZ
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Zorg
Vergunningen
Niet Ontvankelijkheid
Procesbelang
Persoonsgebonden Budget
Wet Langdurige Zorg
Gewaarborgde Hulp

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellanten hebben geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.

Kern van de zaak

De nabestaanden van een in 2022 overleden zorgontvangster gingen in hoger beroep nadat het zorgkantoor een pgb-aanvraag had geweigerd wegens ontbrekende stukken en twijfels over de gewaarborgde hulp. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond; appellanten bleven het hiermee oneens.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De doorslaggevende reden is dat appellanten geen procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling, vermoedelijk omdat betrokkene reeds is overleden en een toewijzing van het pgb geen rechtsgevolg meer kan sorteren voor haar.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past in een vaste jurisprudentielijn van de CRvB over procesbelang en introduceert geen nieuwe rechtsregels; de praktische impact is beperkt tot vergelijkbare individuele gevallen.

Belangrijkste punten

  • 1Betrokkene overleed in 2022; hoger beroep werd namens haar nabestaanden voortgezet
  • 2Pgb-aanvraag was geweigerd wegens onvolledige stukken en twijfels over geschiktheid gewaarborgde hulp
  • 3Rechtbank verklaarde beroep ongegrond; CRvB beoordeelt procesbelang bij hoger beroep
  • 4Geen procesbelang aanwezig: inhoudelijke beoordeling kan appellanten geen rechtens te respecteren voordeel meer opleveren
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste CRvB-lijn dat procesbelang een zelfstandige ontvankelijkheidseis is en dat overlijden van de rechthebbende het procesbelang in pgb-zaken doorgaans doet vervallen. Dit raakt de toegang tot de rechter in WLZ-zaken waarbij betrokkene tijdens de procedure overlijdt.

Praktische impact

Nabestaanden die een pgb-procedure voortzetten na overlijden van de zorgontvanger lopen een groot risico op niet-ontvankelijkheid als zij geen zelfstandig financieel of ander belang kunnen aantonen, waardoor een inhoudelijk oordeel uitblijft.

Onderwerp-impact

In de zorgsector onderstreept dit dat pgb-aanvragen tijdig en volledig moeten worden ingediend; procedures die pas na overlijden van de cliënt in hoger beroep komen, bieden nabestaanden doorgaans geen rechtsbescherming meer.

Samenvatting

Deze zaak betreft een vrouw (geboren 1950, overleden 2022) die zorg in natura ontving op grond van de Wet langdurige zorg (WLZ). In 2021 vroeg zij, via haar zoon als gewaarborgde hulp, een omzetting naar een persoonsgebonden budget (pgb) aan ter hoogte van ruim € 95.000. Het zorgkantoor weigerde het pgb omdat het EKT-formulier onvolledig was ingevuld, de vereiste zorgovereenkomsten en een weekoverzicht ontbraken, en er twijfels bestonden over de geschiktheid van de gewaarborgde hulp. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank liet dit besluit in stand. De nabestaanden stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De centrale juridische vraag was of het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld kon worden. De CRvB beantwoordt deze vraag ontkennend en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Het ontbreken van procesbelang vloeit voort uit het overlijden van betrokkene: een eventuele toewijzing van het pgb met terugwerkende kracht kan haar geen voordeel meer brengen, en appellanten hebben geen zelfstandig rechtens te respecteren belang aangetoond dat een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigt. De Raad verwijst daarbij naar vaste jurisprudentie. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak heeft beperkte zelfstandige rechtsontwikkeling; zij bevestigt de bestaande lijn dat procesbelang een voortdurende ontvankelijkheidseis is. Voor de praktijk is de boodschap helder: nabestaanden die een WLZ-procedure voortzetten na overlijden van de rechthebbende, dienen een concreet eigen belang te kunnen onderbouwen, bij gebreke waarvan de procedure strandt op niet-ontvankelijkheid zonder inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de pgb-weigering.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5363Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363, Raad van State, 09-09-2026, 202504077/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen