JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:807Laag32/100

Bijstandsherziening deels vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing

ECLI:NL:CRVB:2026:807, Centrale Raad van Beroep, 02-06-2026, 24/1195 PW

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 2 juni 2026Publicatie: 19 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1195 PW
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Participatiewet
Terugvordering
Bijstandsherziening
Rechtmatigheidsonderzoek
Bankafschriften

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Herziening en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Verzwegen inkomsten. Opvraag bankafschriften over periode van twee jaar. Ongerechtvaardigde inbreuk op privéleven. Vaststaat dat het college – na dossieronderzoek en raadpleging van de RDW – als eerstvolgend onderzoeksmiddel zowel informatie over de drie auto’s als de bankafschriften over periode 1 bij appellante heeft opgevraagd en naar aanleiding van de uit die bankafschriften naar voren gekomen bijschrijvingen ook bankafschriften over periode 2. Ter zitting heeft het college toegelicht dat direct is overgegaan tot het opvragen van bankafschriften over een langere periode dan drie maanden omdat op grond van de anonieme melding, de registratie van drie kentekens op naam van appellante en een in 2018 langer dan toegestaan verblijf in het buitenland twijfel bestond over de rechtmatigheid van de verleende bijstand. Anders dan het college stelt, zijn deze feiten en omstandigheden noch op zichzelf noch in samenhang bezien voldoende om redelijkerwijs te kunnen twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de door appellante vanaf 1 januari 2020 verstrekte inlichtingen over haar financiële situatie.

Kern van de zaak

Een bijstandsgerechtigde ontving sinds 2011 een PW-uitkering. Na een anonieme melding over buitenlandverblijf, een dure auto en werk in een hotel startte de gemeente Noordenveld een rechtmatigheidsonderzoek. Op basis van bankafschriften met bijschrijvingen van kinderen, een derde en wisselende alimentatie herzag het college de bijstand en vorderde het bedragen terug.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en vernietigt de herziening en terugvordering over de periode 1 oktober 2018 tot en met 15 december 2021. De besluiten van 23 januari 2023 en 9 mei 2023 worden voor dat gedeelte herroepen, omdat het college de herziening over die specifieke periode onvoldoende heeft onderbouwd.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een feitelijk-specifieke toepassing van bestaand bijstandsrecht op een individueel geval bij de Centrale Raad van Beroep; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de juridische kaders zijn reeds uitgekristalliseerd.

Belangrijkste punten

  • 1Anonieme melding leidde tot rechtmatigheidsonderzoek naar bijstandsuitkering van appellante
  • 2Onderzoek richtte zich op RDW-gegevens (drie kentekens op naam) en bankafschriften over meerdere perioden
  • 3Bijschrijvingen van kinderen, derde en wisselende alimentatie vormden aanleiding voor verdere informatievraag
  • 4Herziening en terugvordering over de periode 1 oktober 2018 t/m 15 december 2021 worden vernietigd en herroepen
  • 5Centrale Raad treedt zelf in de zaak en bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bijstandsherzieningsbesluiten per afzonderlijke periode voldoende feitelijk en juridisch onderbouwd moeten zijn; een onvoldoende gemotiveerde herziening over een deelperiode wordt ook bij een gedeeltelijke terugvordering zelfstandig vernietigd en herroepen.

Praktische impact

Appellante hoeft over de periode 1 oktober 2018 tot en met 15 december 2021 geen bijstand terug te betalen; het college zal de terugvordering moeten herberekenen op basis van de resterende, niet-vernietigde herzieningsperiode.

Onderwerp-impact

Voor bijstandsgerechtigden verduidelijkt deze uitspraak dat gemeenten per deelperiode de feitelijke grondslag van een herziening aannemelijk moeten maken en dat een gedeeltelijke vernietiging van een herzieningsbesluit directe gevolgen heeft voor de terugvorderingsbeslissing.

Samenvatting

Appellante ontving vanaf 2011 een bijstandsuitkering, aanvankelijk naar de norm voor gehuwden en later als alleenstaande ouder. In april 2021 bereikte de gemeente Noordenveld een anonieme melding dat appellante zes weken in het buitenland zou hebben verbleven, haar kinderen alleen thuis had gelaten, ruim leefde, een dure auto reed en werkte in een hotel. Dit leidde in maart 2022 tot een rechtmatigheidsonderzoek waarbij dossieronderzoek werd verricht en het RDW-kentekenregister werd geraadpleegd. Daaruit bleek dat appellante drie kentekens op haar naam had (gehad) gehad. Op basis van de opgevraagde bankafschriften over twee perioden constateerde de onderzoeker een patroon van bijschrijvingen van haar kinderen, een derde en wisselende alimentatiebedragen. Het college herzag vervolgens de bijstand over meerdere perioden en vorderde de ten onrechte betaalde uitkering terug. Na bezwaar handhaafde het college zijn standpunt bij besluit van 19 oktober 2023, waarna appellante beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De juridische kernvraag was of het college de herziening over de periode 1 oktober 2018 tot en met 15 december 2021 voldoende had onderbouwd. De Centrale Raad oordeelt van niet: het hoger beroep slaagt voor die deelperiode. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 19 oktober 2023 voor zover het de herziening en terugvordering over genoemde periode betreft, en herroept de onderliggende primaire besluiten van 23 januari 2023 en 9 mei 2023 voor datzelfde deel. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit. Het college wordt opgedragen nadere stappen te nemen ten aanzien van de resterende terugvordering.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
12/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026HandhavingVergunningen
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied