Surinaams-Nederlandse man krijgt geen TBSH-tegemoetkoming wegens leeftijdseis
ECLI:NL:CRVB:2026:772, Centrale Raad van Beroep, 11-06-2026, 25/1702 TBSH
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing aanvraag om een tegemoetkoming op grond van het TBSH. Appellant is vanuit Suriname naar Nederland verhuisd voordat Suriname op 25 november 1975 onafhankelijk werd. Op zijn aanvraag is afwijzend beslist op de grond dat hij jonger was dan achttien jaar toen hij in 1971 vanuit Suriname naar Nederland verhuisde. De Raad oordeelt dat deze afwijzing stand houdt. De leeftijdsvoorwaarde in het TBSH kan in het algemeen de hier aan te leggen terughoudende rechterlijke toetsing doorstaan en toepassing van deze voorwaarde is in het geval van appellant niet onredelijk bezwarend. Van strijd met artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM, artikel 1 van de Grondwet of artikel 26 van het IVBPR is geen sprake.
Kern van de zaak
Een in 1955 in Europees Nederland geboren man van Surinaamse afkomst vroeg een eenmalige tegemoetkoming aan op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (TBSH). De minister wees de aanvraag af omdat appellant in 1971, op 16-jarige leeftijd, naar Nederland terugkwam en daarmee niet voldeed aan de eis dat men 18 jaar of ouder moest zijn bij vestiging in Nederland.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de afwijzing van de TBSH-tegemoetkoming blijft in stand. De doorslaggevende reden is dat de leeftijdsvoorwaarde van 18 jaar een politiek-bestuurlijke keuze is binnen een onverplichte, begunstigende regeling, waarvan de rechter de evenredigheid slechts terughoudend toetst en waarvan in dit geval geen strijd is vastgesteld.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande CRvB-rechtspraak over het TBSH en voegt geen nieuwe rechtsnorm toe; de impact beperkt zich tot de afgebakende groep aanvragers die niet aan de leeftijdseis voldoen.
Belangrijkste punten
- 1Appellant voldeed niet aan de TBSH-voorwaarde dat hij 18 jaar of ouder moest zijn bij vestiging in Nederland (hij was 16 jaar oud bij terugkeer in 1971).
- 2Het TBSH is een onverplichte, begunstigende regeling met uitdrukkelijk dwingend vastgestelde toekenningsvoorwaarden; de minister heeft geen ruimte om hiervan af te wijken.
- 3De rechter hanteert een terughoudende toets bij de beoordeling van de evenredigheid van politiek-bestuurlijke afwegingen in dit soort regelingen.
- 4Er zijn geen zeer bijzondere omstandigheden vastgesteld die het bestreden besluit in strijd doen zijn met het evenredigheidsbeginsel.
- 5Voor de periode vóór de Surinaamse onafhankelijkheid is op het AOW-pensioen van appellant geen korting toegepast, hetgeen meeweegt bij het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechters bij onverplichte begunstigende subsidieregelingen met politiek-bestuurlijke leeftijdsgrenzen een terughoudende evenredigheidstoets hanteren en de gestelde voorwaarden niet snel buiten toepassing laten. Dit sluit aan bij eerdere CRvB-jurisprudentie over het TBSH.
Praktische impact
Personen van Surinaamse herkomst die vóór hun achttiende jaar in Nederland zijn komen wonen, komen niet in aanmerking voor de TBSH-tegemoetkoming en kunnen dit via de rechter niet afdwingen, ook niet bij bijzondere persoonlijke omstandigheden.
Onderwerp-impact
De uitspraak heeft directe betekenis voor de afbakening van de doelgroep van het TBSH en bevestigt dat de overheid de grenzen van een erkenningsregeling voor ouderen van Surinaamse herkomst strikt mag hanteren zonder individuele uitzonderingen te maken.
Samenvatting
Appellant, geboren in 1955 in Europees Nederland uit Surinaamse ouders, keerde in augustus 1971 op zestienjarige leeftijd terug naar Nederland. Hij vroeg een eenmalige tegemoetkoming aan op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (TBSH), een regeling die als gebaar van erkenning is bedoeld voor een geselecteerde groep ouderen van Surinaamse afkomst. De minister wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de vereiste dat hij achttien jaar of ouder was op het moment van vestiging in Nederland. De centrale juridische vraag was of de leeftijdsgrens van achttien jaar in het TBSH buiten toepassing gelaten moest worden wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, dan wel of de rechter ruimte had om een uitzondering te maken. Zowel de rechtbank in eerste aanleg als de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep beantwoordden deze vraag ontkennend. De Raad bekrachtigde het oordeel dat aan de leeftijdsvoorwaarde een politiek-bestuurlijke afweging ten grondslag ligt die de rechter heeft te respecteren. Omdat het TBSH een onverplichte, begunstigende regeling is met uitdrukkelijk dwingend geformuleerde toekenningsvoorwaarden, geldt een terughoudende rechterlijke toets. De minister heeft geen discretionaire ruimte om individuele uitzonderingen te maken, en de regeling is zo opgezet dat zij dat ook niet beoogt. Van zeer bijzondere omstandigheden die desondanks tot strijd met het evenredigheidsbeginsel zouden leiden, is in dit concrete geval niet gebleken. Daarbij woog mee dat het AOW-pensioen van appellant voor de periode vóór de Surinaamse onafhankelijkheid niet is gekort. De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over het TBSH en bevestigt de strikte handhaving van de leeftijdsgrens.