JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:749Middel35/100

UWV herziet uitkeringen na fraude-onderzoek zorgstichtingen

ECLI:NL:CRVB:2026:749, Centrale Raad van Beroep, 18-06-2026, 24/114 ZW

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 18 juni 2026Publicatie: 9 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/114 ZW
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Zorg
Ziektewet
Wia Uitkering
Zorgfraude
Handhaving Uwv
Raad Van Toezicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het gaat in deze zaken om de vraag of het Uwv terecht de ZW- en WAZO-uitkeringen van appellante heeft ingetrokken en de WIA-uitkering heeft herzien en de betaalde uitkeringen heeft teruggevorderd, omdat zij niet verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringswetten. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Het gaat ook om de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante in het kader van de Wet WIA per 31 juli 2022 terecht heeft vastgesteld op 44,09%. Volgens appellante heeft zij meer beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen en kan zij daarom niet de voor haar geselecteerde functies vervullen. De Raad volgt dit standpunt niet.

Kern van de zaak

Appellante ontving ZW- en WIA-uitkeringen na ziekmelding bij twee zorgstichtingen en een optometriepraktijk. UWV-handhaving onderzocht haar na een gemeentelijk fraudeonderzoek naar zorgstichting 1, waarbij appellante als mogelijke (feitelijk) bestuurder naar voren kwam. De zaak betreft de rechtmatigheid van de toegekende uitkeringen in het licht van haar werkelijke positie bij de betrokken stichtingen.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst onvolledig weergegeven; de eindbeslissing van de Centrale Raad van Beroep is niet af te leiden uit het getoonde fragment. Uit de overwegingen blijkt dat de Raad de feitelijke relatie van appellante tot de stichtingen en de rechtmatigheid van de uitkeringen centraal stelt, maar de uitkomst (toe- of afwijzing hoger beroep) kan niet met zekerheid worden vastgesteld.

35van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een individueel uitkeringsdossier met zorgfraude-component; de Centrale Raad van Beroep stelt geen nieuwe rechtsregels maar past bestaande handhavings- en uitkeringskaders toe op feitelijk complexe omstandigheden.

Belangrijkste punten

  • 1Appellante was werkzaam als RvT-lid bij Stichting 1 én als verzorgende bij Stichting 2, wat vragen oproept over haar feitelijke bestuurspositie
  • 2UWV kende achtereenvolgens ZW-, WAZO- en WIA-uitkeringen toe op basis van polisadministratiegegevens
  • 3Handhavingsonderzoek UWV (rapport 9 december 2021) werd geïnitieerd na gemeentelijk fraudeonderzoek en RIEC-melding
  • 4Kernvraag is of appellante een andere (bestuurders)relatie had tot de stichtingen dan op basis van de polisadministratie werd aangenomen
  • 5De meervoudige dienstbetrekking bij drie werkgevers maakt de uitkeringsgrondslag en -omvang complex

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de grondslagen voor ZW- en WIA-uitkeringsrecht bij vermoedelijke onjuiste opgave van arbeidsrelaties; de uitkomst kan precedentwerking hebben voor handhavingszaken waarbij de feitelijke bestuurspositie afwijkt van de geregistreerde arbeidsverhouding.

Praktische impact

Voor appellante staat een mogelijk terugvorderingstraject in de orde van grootte van meerdere jaren uitkeringen op het spel; voor UWV bevestigt de zaak het belang van RIEC-samenwerking bij signalen van zorgfraude.

Onderwerp-impact

In de zorgsector onderstreept deze zaak de risico's van constructies waarbij personen zowel formeel in loondienst als feitelijk bestuurder zijn bij dezelfde stichting en daarop sociale zekerheidsrechten claimen.

Samenvatting

Deze zaak bij de Centrale Raad van Beroep betreft een vrouw (appellante) die in meerdere functies werkzaam was: als lid van de Raad van Toezicht bij Stichting 1, als verzorgende bij Stichting 2, en als optometrist bij een derde stichting. Na ziekmeldingen in december 2018 wegens zwangerschapsklachten ontving zij achtereenvolgens ZW-uitkeringen, zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen op grond van de WAZO, opnieuw ZW-uitkeringen na de bevalling, en uiteindelijk vanaf april 2021 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. UWV baseerde al deze toekenningen op de polisadministratie. In 2021 startte de afdeling Handhaving van UWV een onderzoek naar appellante, mede naar aanleiding van een gemeentelijk onderzoek naar de zorgverlening door Stichting 1 en een RIEC-melding. In dat kader rees het vermoeden dat appellante en de vader van haar kinderen niet slechts formeel als werknemer of toezichthouder fungeerden, maar feitelijk als bestuurders van Stichting 1 moeten worden aangemerkt. De centrale juridische vraag is welke relatie appellante werkelijk had tot de stichtingen en of de uitkeringen op de juiste grondslag en tot het juiste bedrag zijn toegekend. Noot: de aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig en bevat alleen de inleidende overwegingen. De eindbeslissing van de Centrale Raad — of het hoger beroep gegrond of ongegrond is, en of de uitkeringen terecht zijn herzien of teruggevorderd — kan op basis van dit fragment niet worden vastgesteld. De analyse is daarom gebaseerd op de beschikbare informatie, met het voorbehoud dat de feitelijke uitkomst onbekend blijft.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
12/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026HandhavingVergunningen
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied