JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:740Laag32/100

Ex-werknemer behoudt ZW-uitkering na ontbinding arbeidsovereenkomst

ECLI:NL:CRVB:2026:740, Centrale Raad van Beroep, 02-06-2026, 24/2381 ZW

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 2 juni 2026Publicatie: 5 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/2381 ZW
Arbeidsrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Uwv
Ziektewet
Benadelingshandeling
Ontbinding Arbeidsovereenkomst
Zw Uitkering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht ex-werknemer een ZW-uitkering heeft toegekend vanaf 1 oktober 2021. Volgens appellante is ten onrechte geen gehele en blijvende maatregel opgelegd, omdat sprake is van een benadelingshandeling die ex-werknemer kan worden verweten. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv terecht geen maatregel heeft opgelegd.

Kern van de zaak

Een ex-werknemer raakte ziek na een voetoperatie en testte positief op corona. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding vroeg hij een ZW-uitkering aan, maar UWV legde aanvankelijk een maatregel op wegens vermeende benadelingshandeling.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep (van de ex-werkgever) is ongegrond verklaard; het bestreden besluit waarbij de maatregel van blijvende gehele weigering van ziekengeld werd ingetrokken blijft in stand. De doorslaggevende reden is dat er onvoldoende grond bestaat voor verwijtbaar handelen, nu de ex-werknemer niet op staande voet is ontslagen maar de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter is ontbonden.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande jurisprudentie toe op een individueel geval en heeft beperkte rechtsontwikkelende waarde; het onderscheid tussen ontslag op staande voet en kantonrechterontbinding was al bekend in de ZW-praktijk.

Belangrijkste punten

  • 1Aanvankelijk werd een maatregel opgelegd wegens een vermeende benadelingshandeling, gebaseerd op de onjuiste veronderstelling van ontslag op staande voet.
  • 2Na bezwaar herzag UWV zijn besluit: bij ontbinding via kantonrechter wegens verstoorde arbeidsverhouding is geen sprake van verwijtbaar handelen door de ex-werknemer.
  • 3De rechtbank verklaarde het beroep van de ex-werkgever ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
  • 4De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank in hoger beroep.
  • 5De uitspraak benadrukt het belang van de correcte kwalificatie van de ontslagvorm voor de beoordeling van een benadelingshandeling in de ZW.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat een ontbinding via de kantonrechter wegens verstoorde arbeidsverhouding niet zonder meer gelijkgesteld kan worden aan verwijtbaar handelen dat leidt tot een maatregel op grond van de Ziektewet. Het onderscheid tussen ontslag op staande voet en rechterlijke ontbinding is bepalend voor de toepassing van de benadelingshandeling.

Praktische impact

Ex-werknemers wier dienstverband via de kantonrechter wordt ontbonden, kunnen zonder vrees voor een maatregel wegens benadelingshandeling aanspraak maken op een ZW-uitkering, mits zij overigens ziek zijn. Ex-werkgevers kunnen in vergelijkbare gevallen niet met succes een ZW-uitkering blokkeren via de route van de benadelingshandeling.

Onderwerp-impact

Voor arbeidsrechtelijke praktijk en sociale zekerheidsuitvoering is relevant dat de kwalificatie van de ontslagvorm directe gevolgen heeft voor het recht op ZW-uitkering en de eventuele toepassing van sancties door UWV.

Samenvatting

Deze zaak betreft een ex-werknemer die zich in juli 2020 ziek meldde na een voetoperatie en in maart 2021 positief testte op het coronavirus. In augustus 2021 ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, waarna de ex-werknemer een uitkering op grond van de Ziektewet aanvroeg. UWV kende aanvankelijk de ZW-uitkering toe, maar legde tegelijkertijd een maatregel op van blijvende gehele weigering van ziekengeld vanwege een vermeende benadelingshandeling. Die maatregel was gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat de ex-werknemer op staande voet was ontslagen. Na bezwaar – waarbij de voormalige werkgever als belanghebbende deelnam – herzag UWV zijn standpunt. Omdat de arbeidsovereenkomst niet via ontslag op staande voet maar via de kantonrechter was beëindigd, achtte UWV onvoldoende grond aanwezig voor verwijtbaar handelen. Het bestreden besluit van 4 mei 2022 kende de ex-werknemer alsnog een ZW-uitkering toe zonder maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep van de ex-werkgever ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bevestigd. De kern van de juridische beoordeling is dat een benadelingshandeling in de zin van de Ziektewet vereist dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld. Een ontbinding door de kantonrechter wegens verstoorde arbeidsverhouding kwalificeert daar niet automatisch als zodanig, anders dan ontslag op staande voet. Nu de feitelijke ontslaggrond niet het verwijtbare karakter had dat voor een maatregel vereist is, kon de weigering van ziekengeld geen stand houden. De uitspraak illustreert dat de juiste vaststelling van de ontslagvorm cruciaal is voor de rechtmatigheid van ZW-maatregelen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Arbeidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4304Laag
Arbeidsrecht
Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4304, Raad van State, 22-07-2026, 202502858/1/A3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1901Laag
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1901, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.355.748/01

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026ArbeidsrelatiesDienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2130Laag
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2130, Gerechtshof Den Haag, 07-07-2026, 200.349.262/01

Gerechtshof Den Haag7 jul 2026ArbeidsrelatiesRetail
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2175Laag
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2175, Gerechtshof Den Haag, 07-07-2026, 200.356.919/01

Gerechtshof Den Haag7 jul 2026ArbeidsrelatiesDienstverlening
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied