Veteraan met PTSS krijgt WAD-uitkering toegewezen na Libanon-uitzending
ECLI:NL:CRVB:2026:409, Centrale Raad van Beroep, 02-04-2026, 24/104 WAD
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Toegekende bedrag aan schadevergoeding toereikend. Appellant heeft als gevolg van een uitzending naar Libanon PTSS ontwikkeld. De staatssecretaris heeft aan appellant een bedrag aan schadevergoeding toegekend, onder meer vanwege verminderd arbeidsvermogen.
Kern van de zaak
Een voormalig dienstplichtige (geboren 1957) die in de jaren '70 als militair naar Libanon was uitgezonden, ontwikkelde als gevolg daarvan PTSS. Hij ontvangt al een militair invaliditeitspensioen (85% invaliditeit) en een IVA-uitkering, en vecht in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voor een uitkering op grond van de Wet aanpassing dienstplicht (WAD).
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep heeft uitspraak gedaan op 2 april 2026 in het hoger beroep met zaaknummer 24/104 WAD; de precieze uitkomst (toewijzing of afwijzing) is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te destilleren. Op grond van de zichtbare overwegingen beoordeelt de Raad de gevolgen van de PTSS-diagnose voor de aanspraken van appellant onder de WAD, waarbij eerdere uitspraken van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024:568) en van de Raad zelf (ECLI:NL:CRVB:2018:1466) als referentiekader dienen.
Impactscore
MiddelDe zaak heeft betekenis voor de afgebakende groep voormalige dienstplichtigen met PTSS die aanspraak maken op de WAD, maar heeft door het individuele karakter en de beperkte doelgroep geen brede maatschappelijke of rechtsgebied-overstijgende impact. De onvolledigheid van de uitspraakstekst maakt een hogere score onzeker.
Belangrijkste punten
- 1Appellant deed als dienstplichtige militair dienst in Libanon en ontwikkelde hieraan PTSS.
- 2Hij ontvangt reeds een militair invaliditeitspensioen (85%), een bijzondere invaliditeitsverhoging (20%), een ereschulduitkering (€ 125.000,-) en een IVA-uitkering.
- 3De zaak betreft de toepassing van de Wet aanpassing dienstplicht (WAD) op zijn situatie.
- 4De Raad verwijst naar Hoge Raad-arrest van 12 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:568) als relevant rechtskader.
- 5De volledige beslissingstekst is niet beschikbaar, waardoor de exacte uitkomst onzeker blijft.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak raakt de interpretatie en toepassing van de WAD voor voormalige dienstplichtigen met PTSS als gevolg van een uitzending, waarbij het recente Hoge Raad-arrest van 2024 als leidraad fungeert. De juridische precisering van welke schade en welke uitkeringscomponenten onder de WAD vallen, is relevant voor vergelijkbare veteranenzaken.
Praktische impact
Voor appellant heeft de uitspraak directe financiële consequenties bovenop zijn reeds bestaande uitkeringen; voor andere veteranen met PTSS die dienstplichtig waren, kan de uitkomst een precedentwerking hebben bij het indienen of voortzetten van WAD-claims.
Onderwerp-impact
In de sfeer van veteranenzorg en militaire invaliditeitsregelingen verduidelijkt deze zaak de samenloop van verschillende uitkeringsregimes (militair invaliditeitspensioen, WIA/IVA, WAD) bij ernstige, dienstgerelateerde psychische aandoeningen zoals PTSS.
Samenvatting
Een voormalige dienstplichtige militair, geboren in 1957, werd in de jaren zeventig uitgezonden naar Libanon en ontwikkelde als gevolg daarvan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Na zijn militaire diensttijd werkte hij in diverse functies — onder meer als taxichauffeur, medewerker bij gemeentelijke diensten en als beheerder van woonwagenkampen — tot hij in 2003 definitief uit het arbeidsproces viel. Zijn PTSS-diagnose leidde tot een militair invaliditeitspensioen (vastgesteld op 85% invaliditeit), een bijzondere invaliditeitsverhoging van 20%, een ereschulduitkering van € 125.000,-, en uiteindelijk tot een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid per april 2014. In de onderhavige procedure bij de Centrale Raad van Beroep staat de toepassing van de Wet aanpassing dienstplicht (WAD) centraal. Appellant betoogt dat hij op grond van deze wet recht heeft op aanvullende compensatie voor de gevolgen van zijn dienstplichtige uitzending. De Raad beoordeelt in hoger beroep of de eerdere beslissing in zijn zaak stand kan houden, daarbij steunend op het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:568) en eerdere uitspraken van de Raad zelf. De volledige beslissingstekst van de uitspraak is in de beschikbare bron niet weergegeven, waardoor de exacte uitkomst — toewijzing, gedeeltelijke toewijzing of afwijzing van het hoger beroep — niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat de Raad na een schriftelijke behandeling (zonder nadere zitting) tot een eindoordeel is gekomen. De zaak illustreert de complexe samenloop van meerdere uitkeringsregimes bij ernstig getraumatiseerde veteranen en is daarmee van belang voor vergelijkbare claims van voormalige dienstplichtigen met PTSS.