JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:1098Laag12/100

Verzoek voorlopige voorziening WMO niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

ECLI:NL:CRVB:2026:1098, Centrale Raad van Beroep, 12-08-2026, 26/1001 WMO15-VV

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 12 augustus 2026Publicatie: 26 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:26/1001 WMO15-VV
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Zorg
Niet Ontvankelijk
Voorlopige Voorziening
Griffierecht
Wmo
Artikel 8 83 Awb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De Raad verklaar het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn ingediend.

Kern van de zaak

Een verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Centrale Raad van Beroep in een WMO-zaak. Ondanks twee schriftelijke aanmaningen betaalde de verzoeker het verschuldigde griffierecht van € 147,- niet binnen de gestelde termijnen.

Beslissing van de rechter

Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De doorslaggevende reden is dat de verzoeker het griffierecht niet tijdig heeft betaald en er geen grond is om aan te nemen dat hij niet in verzuim is geweest.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard procesrechtelijke beslissing over niet-betaling van griffierecht zonder nieuwe rechtsvragen. De uitkomst is volledig in lijn met vaste jurisprudentie en heeft geen precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Griffierecht van € 147,- was verschuldigd op grond van artikel 8:82, eerste lid, Awb
  • 2Verzoeker is tweemaal schriftelijk gewezen op de betalingsverplichting: bij brief van 9 juni 2026 en aangetekende brief van 24 juni 2026
  • 3Betaling bleef ondanks de termijnwaarschuwingen uit
  • 4Kennelijke niet-ontvankelijkheid uitgesproken op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder inhoudelijke behandeling
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat niet-betaling van griffierecht binnen de gestelde termijn leidt tot kennelijke niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb, ook in sociale voorzieningszaken. Er is geen ruimte voor inhoudelijke behandeling als verzuim niet verschoonbaar is.

Praktische impact

Voor de verzoeker betekent dit dat zijn verzoek om voorlopige voorziening in de WMO-zaak niet inhoudelijk is beoordeeld, waardoor hij geen schorsende werking of voorlopige maatregel heeft verkregen. Het niet betalen van griffierecht heeft zo directe en ingrijpende processuele gevolgen.

Onderwerp-impact

In WMO-zaken, waar het vaak gaat om kwetsbare burgers die afhankelijk zijn van zorgvoorzieningen, kan het mislopen van een voorlopige voorziening wegens een formeel gebrek als onbetaald griffierecht verstrekkende gevolgen hebben voor de toegang tot zorg.

Samenvatting

In deze zaak bij de Centrale Raad van Beroep verzocht een burger om een voorlopige voorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO). De inhoud van het onderliggende geschil is niet uit de uitspraak op te maken, omdat de zaak nooit de inhoudelijke behandelingsfase heeft bereikt. De processuele kern van de zaak draait volledig om de niet-betaling van griffierecht. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, Awb is een verzoeker bij een verzoek om voorlopige voorziening griffierecht verschuldigd. De Raad wees verzoeker op 9 juni 2026 per gewone brief op de verschuldigdheid van € 147,- met een betalingstermijn van veertien dagen. Omdat betaling uitbleef, volgde op 24 juni 2026 een aangetekende brief met een laatste termijn van één week en een expliciete waarschuwing dat niet-tijdige betaling zou leiden tot niet-ontvankelijkheid. Nadat ook deze termijn verstreek zonder betaling, en er geen gegevens beschikbaar waren op grond waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden geconcludeerd dat verzoeker niet in verzuim was, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Een proceskostenveroordeling bleef achterwege. De uitspraak illustreert dat de griffierechtregels strikt worden toegepast, ook in het socialezekerheids- en zorgdomein. Procespartijen dienen zich te realiseren dat het niet voldoen aan de betalingsverplichting, zelfs na herhaalde waarschuwingen, automatisch leidt tot afsluiting van de inhoudelijke rechtsgang, met potentieel ingrijpende gevolgen voor de betrokkene in zaken waarbij spoedeisende zorgvoorzieningen op het spel staan.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen