JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:1089Laag22/100

Bbz-aanvraag ondernemer online kansspelplatform afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid

ECLI:NL:CRVB:2026:1089, Centrale Raad van Beroep, 25-08-2026, 24/2682 BBZ

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 26 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/2682 BBZ
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Technologie
Platformen
Kansspelen
Bbz 2004
Levensvatbaarheid
Bijstand Zelfstandigen
Online Platform

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Afwijzing aanvraag om algemene bijstand en bedrijfskapitaal. Deskundigenadvies. Onderneming niet levensvatbaar. Contra-advies. Het rapport van het IMK, voor zover daarin staat dat zonder marktonderzoek onder consumenten niet kan worden beoordeeld of voor het door appellant beoogde concept daadwerkelijk voldoende belangstelling bestaat, en daarmee of het bedrijf levensvatbaar is, is voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent. Anders dan appellant heeft betoogd, biedt het contra-advies onvoldoende aanknopingspunten voor twijfel hieraan. Daarbij is van belang dat ook in het contra-advies staat dat het uitvoeren van een marktonderzoek onder consumenten wenselijk is en daarin op zich niet wordt weersproken dat het voorgeschreven is om de levensvatbaarheid te kunnen vaststellen.

Kern van de zaak

Een bijstandsgerechtigde die sinds 2017 probeert een bedrijf op te starten, diende in 2023 zijn derde aanvraag in voor bijstand en bedrijfskapitaal op grond van het Bbz 2004. Hij wilde een online facilitair platform oprichten voor promotionele voetbalkansspelacties. Het college wees de aanvraag af op basis van een negatief levensvatbaarheidsadvies van het IMK.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de Bbz-aanvraag in stand gehouden. De doorslaggevende reden is dat het bedrijf niet levensvatbaar wordt geacht: ontbrekend marktonderzoek, geen gefundeerd marketingplan, onvoldoende ervaring met online marketing en een te klein promotiebudget maken dat niet verwacht kan worden dat appellant een toereikend inkomen zal verwerven.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele zaak die de bestaande rechtslijn rond het levensvatbaarheidsvereiste in het Bbz 2004 bevestigt zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten de directe casussituatie.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant had eerder in 2017 en 2019 al twee Bbz-aanvragen ingediend, die beiden werden afgewezen; dit is de derde poging.
  • 2Het IMK-advies vormt de kern van de besluitvorming: het bedrijfsconcept wordt niet levensvatbaar geacht vanwege het ontbreken van deugdelijk marktonderzoek onder consumenten en bedrijven.
  • 3De beoogde taakstellende omzet wordt door het IMK niet haalbaar geacht, mede door gebrek aan ervaring met online marketing en een onvoldoende promotiebudget in een competitieve markt.
  • 4Het levensvatbaarheidsvereiste uit het Bbz 2004 is een centrale toetsingsmaatstaf: de onderneming moet naar verwachting een toereikend inkomen opleveren na bijstandsverlening.
  • 5De uitspraak illustreert de zware bewijslast voor starters die Bbz-bijstand aanvragen: een realistisch en onderbouwd ondernemingsplan is vereist.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de staande lijn dat het levensvatbaarheidsoordeel van een onafhankelijk deskundige (zoals het IMK) zwaar weegt bij de beoordeling van Bbz-aanvragen en dat een onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan niet kan worden gecompenseerd door louter verwachtingen van de aanvrager.

Praktische impact

Voor appellant betekent dit dat hij opnieuw geen aanspraak kan maken op bedrijfskapitaal of Bbz-bijstand en aangewezen blijft op reguliere Participatiewet-bijstand. Voor andere aspirant-ondernemers benadrukt dit het belang van gedegen marktonderzoek en een uitgewerkt marketingplan bij een Bbz-aanvraag.

Onderwerp-impact

Ondernemers die een online platform willen starten en daarvoor Bbz-bijstand aanvragen, worden geconfronteerd met strenge eisen aan onderbouwing, zeker in competitieve digitale markten zoals de kansspelsector.

Samenvatting

Appellant ontvangt al sinds 2008 bijstand en heeft herhaaldelijk geprobeerd als zelfstandige aan de slag te gaan onder het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na eerdere afwijzingen in 2017 en 2019 diende hij op 23 februari 2023 opnieuw een aanvraag in voor algemene bijstand en bedrijfskapitaal. Zijn plan betrof de oprichting van een online facilitair platform waarop, in opdracht van bedrijven, promotionele kansspelacties met een voetbalformat worden georganiseerd tegen betaling. Het Regionaal Bureau Zelfstandigen liet de aanvraag beoordelen door het IMK. In zijn advies van 17 april 2023 concludeerde het IMK dat het bedrijf niet levensvatbaar is. De taakstellende omzet werd niet haalbaar geacht, omdat het concept volledig berust op de eigen verwachtingen van appellant zonder deugdelijk marktonderzoek onder consumenten en potentiële zakelijke opdrachtgevers. Hierdoor ontbreekt inzicht in de werkelijke marktvraag en afzetmogelijkheden. Daarbij heeft appellant geen aantoonbare ervaring met online marketing, ontbreekt een gefundeerd marketingplan en is het gereserveerde promotiebudget te beperkt voor een markt die als uitermate competitief wordt gekwalificeerd. Op grond van dit advies wees het college de aanvraag op 24 mei 2023 af. Na bezwaar en beroep heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep de afwijzing bevestigd. De juridische kern is het levensvatbaarheidsvereiste van het Bbz 2004: bijstand kan alleen worden verleend als verwacht mag worden dat de onderneming na bijstandsverlening een inkomen oplevert dat toereikend is voor levensonderhoud én continuering van het bedrijf. Aan die verwachting is hier niet voldaan. De Raad acht het IMK-advies, als onafhankelijk deskundigenoordeel, voldoende zorgvuldig en draagkrachtig gemotiveerd. De uitspraak onderstreept dat aspirant-ondernemers die Bbz-bijstand aanvragen, hun plannen grondig moeten onderbouwen met extern marktonderzoek en realistische financiële prognoses.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363, Raad van State, 09-09-2026, 202504077/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied