UWV moet Wajong-exportverbod naar Spanje heroverwegen
ECLI:NL:CRVB:2026:1043, Centrale Raad van Beroep, 05-08-2026, 25/1556 WAJONG
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor export van haar Wajong-uitkering. Volgens verzoekster heeft het Uwv ten onrechte geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. De Raad volgt dit standpunt en komt tot het oordeel dat het Uwv het verzoek van verzoekster om export van haar Wajong-uitkering ten onrechte heeft afgewezen. Omdat het beëindigen van de Wajong-uitkering in het geval van verzoekster zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, als bedoeld in artikel 3:19, tiende lid, van de Wajong en artikel 2 van de Beleidsregels, ligt een toewijzing van het verzoek in de rede. Gelet op artikel 4 van de Beleidsregels betekent dit dat het Uwv in een besluit aan verzoekster bekend dient te maken dat het de bevoegdheid om af te wijken van het exportverbod ten gunste van verzoekster zal uitoefenen indien zij binnen de termijn van één jaar buiten Nederland zal gaan wonen.
Kern van de zaak
Een Wajong-gerechtigde zonder duurzaam benutbare mogelijkheden wil haar uitkering meenemen naar een warmer land (uiteindelijk Spanje). Het UWV weigert exporttoestemming via de hardheidsclausule. De vrouw vecht dit aan bij de rechtbank en vervolgens bij de Centrale Raad van Beroep.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van UWV van 30 juli 2024. Het UWV moet binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar nemen, waarbij de Raad kennelijk oordeelt dat de motivering of toepassing van de hardheidsclausule onvoldoende was.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een individuele zaak over toepassing van de hardheidsclausule bij het Wajong-exportverbod en stelt geen nieuwe algemene rechtsregel; de impact is voornamelijk relevant voor de specifieke doelgroep van Wajong-gerechtigden die willen emigreren.
Belangrijkste punten
- 1Verzoekster ontvangt sinds 1999 een Wajong-uitkering zonder duurzaam benutbare mogelijkheden (blijvend).
- 2De Wajong kent een exportverbod; exporttoestemming is alleen mogelijk via toepassing van de hardheidsclausule.
- 3Twee eerdere exportverzoeken (2022 en 2023) werden door UWV afgewezen; tegen het besluit van 2023 heeft verzoekster wel rechtsmiddelen aangewend.
- 4De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit van 30 juli 2024 en draagt UWV op een nieuw besluit te nemen.
- 5Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, zodat de uitkering hangende de nieuwe beslissing niet automatisch doorbetaald wordt bij emigratie.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat UWV bij toepassing van de hardheidsclausule in de Wajong een deugdelijke motivering moet geven en dat een onvoldoende gemotiveerde afwijzing van een exportverzoek door de rechter kan worden vernietigd. De exacte rechtsregel is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren.
Praktische impact
Het UWV moet binnen zes weken opnieuw beslissen over het exportverzoek van verzoekster, met inachtneming van de uitspraak; haar rechtspositie ten aanzien van emigratie naar Spanje blijft daarmee voorlopig onzeker.
Onderwerp-impact
Voor Wajong-gerechtigden die vanwege gezondheidsredenen naar het buitenland willen verhuizen, benadrukt deze uitspraak dat een beroep op de hardheidsclausule een serieuze, inhoudelijke beoordeling verdient en niet zonder nadere motivering mag worden afgewezen.
Samenvatting
Verzoekster ontvangt sinds 1999 een Wajong-uitkering omdat zij geen duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft, een situatie die als blijvend is gekwalificeerd. De Wajong kent een wettelijk exportverbod: de uitkering vervalt in beginsel bij emigratie. De wet biedt echter een hardheidsclausule op grond waarvan UWV in bijzondere gevallen exporttoestemming kan verlenen. Verzoekster verzocht hier twee keer om, eerst met het oog op een verhuizing naar Portugal (2022) en later naar een warmer land in het algemeen, waarbij Spanje als beoogde bestemming werd genoemd (2023). Beide verzoeken werden door UWV afgewezen omdat de door haar aangevoerde redenen – vermoedelijk gezondheidsgerelateerde klimaatoverwegingen – onvoldoende grond zouden bieden voor toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank liet het besluit van 30 juli 2024 in stand, maar veroordeelde UWV wel tot vergoeding van griffierecht. Verzoekster stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en diende tevens een verzoek om een voorlopige voorziening in. De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en verklaart het beroep tegen het besluit van 30 juli 2024 gegrond. Het besluit wordt vernietigd en UWV krijgt de opdracht binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij uitsluitend beroep bij de Raad openstaat. De precieze grond voor vernietiging – of het een motiveringsgebrek, een onjuiste belangenafweging of een verkeerde uitleg van de hardheidsclausule betreft – blijkt niet volledig uit de beschikbare tekst. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, zodat verzoekster bij een eventuele emigratie hangende de nieuwe beslissing geen zekerheid heeft over doorbetaling van haar uitkering. UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 16,10.