CBb: ontheffing Jumbo zondagopening Weert deels beoordeeld
ECLI:NL:CBB:2026:481, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-09-2026, 26/667
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Het college van b en w heeft een ontheffing verleend aan een supermarkt om op zondag tussen 7.00 en 8.00 ’s ochtends geopend te zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college van b en w de Verordening winkeltijden onjuist heeft toegepast en schorst daarom de verleende ontheffing.
Kern van de zaak
Jumbo heeft in de gemeente Weert een ontheffing aangevraagd om op zon- en feestdagen van 7.00 tot 8.00 uur open te mogen zijn (naast de reguliere openingstijden 8.00-22.00 uur). Het college van b en w verleende de ontheffing, waarna de rechtbank Limburg deze schorste. Het CBb buigt zich over de rechtmatigheid van de verleende ontheffing en de schorsing.
Beslissing van de rechter
De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van het CBb niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen blijkt dat het CBb toetst of het college van b en w de ontheffing terecht heeft verleend op grond van een discretionaire bevoegdheid, waarbij de nadelige beïnvloeding van de woon- en leefsituatie of openbare orde de doorslaggevende weigeringsgrond vormt.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief specifieke gemeentelijke ontheffingskwestie onder de Winkeltijdenwet zonder aanwijsbare fundamentele nieuwe rechtsvragen; de onvolledige uitspraaktekst beperkt de inschatting van de bredere juridische impact.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 3, eerste lid, van de gemeentelijke Verordening kent het college van b en w een discretionaire bevoegdheid toe bij het verlenen van ontheffingen op het verbod van artikel 2 Winkeltijdenwet.
- 2Ontheffing kan worden geweigerd bij nadelige beïnvloeding van de woon- en leefsituatie of openbare orde (artikel 3 lid 3 Verordening gemeente Weert).
- 3Het college van b en w concludeerde dat van ontoelaatbare nadelige beïnvloeding geen sprake was en verleende de ontheffing voor de periode 29 april 2026 t/m 1 januari 2027.
- 4De rechtbank Limburg schorste de ontheffing bij uitspraak van 13 juli 2026, hoewel zij daartoe niet bevoegd was.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve beslissing van het CBb kan op basis van de beschikbare tekst niet volledig worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de reikwijdte van de gemeentelijke discretionaire bevoegdheid bij ontheffingverlening onder de Winkeltijdenwet en de rol van de rechter bij toetsing van de belangenafweging. De bevoegdheidskwestie rond de rechtbank Limburg duidt op een procesrechtelijk aandachtspunt.
Praktische impact
Voor Jumbo betekent de procedure onzekerheid over de openingstijden op zon- en feestdagen van 7.00 tot 8.00 uur; voor gemeenten biedt de uitspraak inzicht in de grenzen van hun beoordelingsruimte bij winkeltijdenontheffingen.
Onderwerp-impact
Voor de retailsector bevestigt deze zaak dat uitbreiding van openingstijden via ontheffingen afhankelijk blijft van een concrete gemeentelijke belangenafweging, waarbij omgevingsfactoren doorslaggevend kunnen zijn.
Samenvatting
Jumbo vestiging in de gemeente Weert verzocht om een ontheffing van het verbod op winkelopenstelling op zon- en feestdagen vóór 8.00 uur, teneinde zeven dagen per week van 7.00 uur te kunnen openen. De gemeente Weert kent op grond van haar Verordening winkels het recht toe om op zon- en feestdagen van 8.00 tot 22.00 uur geopend te zijn, maar het vroegere uur (7.00-8.00 uur) valt onder een ontheffingsregime. Het college van burgemeester en wethouders verleende Jumbo de gevraagde ontheffing voor de periode april 2026 tot en met januari 2027, na te hebben vastgesteld dat de woon- en leefsituatie of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig zou worden beïnvloed. De rechtbank Limburg schorste deze ontheffing vervolgens bij uitspraak van 13 juli 2026, ondanks het feit dat zij daartoe niet bevoegd was. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beoordeelt de zaak in het kader van een verzoek om voorlopige voorziening. De juridische vraag spitst zich toe op de wijze waarop het college van b en w zijn discretionaire bevoegdheid heeft aangewend: de zogenoemde 'kan'-bepalingen vereisen een zorgvuldige belangenafweging, waarbij de nadelige beïnvloeding van de leefomgeving en openbare orde als weigeringsgrond kan dienen. Het CBb stelt vast dat het college deze toets heeft uitgevoerd en tot de conclusie is gekomen dat weigeringsgronden ontbraken. De beschikbare uitspraaktekst is echter onvolledig, waardoor de definitieve conclusie en het dictum van het CBb niet volledig kunnen worden weergegeven. De zaak illustreert de spanning tussen gemeentelijke beleidsvrijheid bij winkeltijdenregulering en de rechterlijke toetsing daarvan, alsmede de relevantie van bevoegdheidsvragen in het bestuursrechtelijk procesrecht.