JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:479Laag18/100

Verzoek voorlopige voorziening dierenwelzijn afgewezen

ECLI:NL:CBB:2026:479, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-09-2026, 26/604

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 16 september 2026Publicatie: 1 oktober 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:26/604
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Dierenwelzijn
Voorlopige Voorziening
Handhaving
Wet Dieren
Lid Inspectie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris terecht een last onder bestuursdwang opgelegd vanwege overtredingen ten aanzien van de huisvesting van de dieren. Ook zijn na de hercontrole vijf konijnen en twee katten naar het voorlopig oordeel terecht in bewaring genomen. In het kader van de belangenafweging heeft de voorzieningenrechter welwillend gekeken of (een klein aantal van) de inbeslaggenomen dieren, gelet op de gehechtheid van verzoeker aan de dieren, inmiddels toch naar hem terug zouden kunnen. Echter is niet duidelijk geworden waar de dieren dan zouden verblijven en of de huisvesting inmiddels in positieve zin is aangepast. De voorzieningenrechter verzoekt RVO om uit coulance te bekijken of de twee katten toch niet terug kunnen naar verzoeker, omdat hij daar erg aan is gehecht en de teruggave na de verkoop onomkeerbaar is. De conclusie is wel dat de voorzieningenrechter verwacht dat de last onder bestuursdwang in bezwaar en eventueel daarna in beroep stand zal houden.

Kern van de zaak

Een houder van dieren (katten, konijnen en duiven) werd op 8 juni 2026 gecontroleerd door de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn. Bij de controle werden overtredingen van de Wet dieren vastgesteld, met name op het gebied van huisvesting. De dierhouder verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De doorslaggevende reden is niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst, maar de vastgestelde overtredingen van de Wet dieren bij meerdere controles lijken de afwijzing te onderbouwen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een voorlopige voorzieningsbeslissing in een individueel handhavingsgeval zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak heeft weinig precedentwerking en is inhoudelijk beperkt weergegeven.

Belangrijkste punten

  • 1Tijdens een controle op 8 juni 2026 stelden twee LID-inspecteurs en een dierenagent overtredingen vast van de Wet dieren bij de dierhouder.
  • 2De geconstateerde overtredingen betroffen onder meer onjuiste huisvesting: een kat in een afgesloten bench, konijnen zonder schuilmogelijkheden en duiven in ongewijzigde verblijven ten opzichte van eerdere controles.
  • 3Het betrof een herhalingssituatie: de inspecteurs refereren aan 'eerdere controles' waaruit blijkt dat de situatie niet was verbeterd.
  • 4De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, wat betekent dat de bestuursrechtelijke maatregel van de staatssecretaris vooralsnog van kracht blijft.
  • 5De uitspraak is gedaan als voorlopige voorzieningenprocedure; een bodemprocedure over de rechtmatigheid van de opgelegde maatregel kan nog volgen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de bestuursrechter terughoudend is bij het schorsen van handhavingsmaatregelen op grond van de Wet dieren, zeker wanneer sprake is van herhaalde overtredingen. De uitkomst heeft beperkte precedentwerking als voorlopige voorzieningsbeslissing.

Praktische impact

De dierhouder kan de opgelegde maatregel van de staatssecretaris niet via een voorlopige voorziening opschorten en dient te voldoen aan de handhavingseisen zolang de bodemprocedure loopt. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Onderwerp-impact

De uitspraak onderstreept dat dierenwelzijnsregelgeving actief wordt gehandhaafd en dat bij herhaalde overtredingen een voorlopige voorziening moeilijk te verkrijgen is, wat een signaal geeft aan dierhouders over de ernst van naleving van de Wet dieren.

Samenvatting

Op 8 juni 2026 voerden twee districtsinspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), samen met een agent van de dierenpolitie, een controle uit bij een particuliere dierhouder. Tijdens deze controle werden meerdere overtredingen van de Wet dieren vastgesteld, met name op het gebied van huisvesting. Zo verbleef een kat in een afgesloten bench, hadden konijnen geen schuilmogelijkheden en bevonden duiven en katten zich in dezelfde verblijven als bij eerdere controles. Dit wijst erop dat eerder vastgestelde gebreken niet waren hersteld. De inspecteurs legden hun bevindingen vast in een toezichtsrapport van dezelfde datum. Naar aanleiding van de handhavende reactie van de staatssecretaris diende de dierhouder een verzoek in om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De juridische vraag was of de opgelegde maatregel van de staatssecretaris voorlopig geschorst diende te worden in afwachting van een bodemprocedure. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hoewel de volledige motivering van de uitspraak niet integraal beschikbaar is in de aangeleverde tekst, kan worden afgeleid dat de herhaalde aard van de overtredingen en de geconstateerde tekortkomingen in het dierenwelzijn onvoldoende grond bieden voor schorsing van de handhavingsmaatregel. De beslissing heeft het karakter van een ordemaatregel: zij laat de rechtmatigheid van de maatregel onverlet en een eventuele bodemprocedure is nog mogelijk. Voor de dierhouder betekent dit dat de opgelegde verplichtingen onmiddellijk van kracht blijven.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5799

Buurman verliest hoger beroep over uitbouw woonzorgcentrum Doorn

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5816

Burgemeester niet bevoegd last onder dwangsom bij demonstratie op te leggen

62/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5803

Raad van State beoordeelt herstelbesluit bestemmingsplan Schiermonnikoog

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5779

Handhaving geluidsnormen motorcrossterrein onder oud recht voortgezet

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied