ECLI:NL:RVS:2026:5816, Raad van State, 30-09-2026, 202405897/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluiten van 6 december 2022 heeft de burgemeester aan [wederpartij A] en [wederpartij B] lasten onder dwangsom opgelegd inhoudende dat zij demonstraties op niet-openbare plaatsen direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe opdracht geeft. 17 oktober 2022 hebben [wederpartij A] en [wederpartij B] deelgenomen aan een demonstratie van Extinction Rebellion op het terrein van het provinciehuis aan de Dreef in Haarlem. De locatiemanager van het provinciehuis had geen toestemming gegeven voor de demonstratie en [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben geen gehoor gegeven aan het verzoek van de beveiligers van het provinciehuis om het terrein te verlaten. Nadat de politie ter plaatse was gekomen heeft de burgemeester op grond van artikel 8 van de Wet openbare manifestaties (Wom) de demonstranten de opdracht gegeven het terrein te verlaten. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben geen gehoor gegeven aan deze opdracht en zij zijn daarom strafrechtelijk aangehouden. De burgemeester heeft met zijn besluiten van 6 december 2022 aan [wederpartij A] en [wederpartij B] een last onder dwangsom opgelegd op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De last houdt kort gezegd in dat [wederpartij A] en [wederpartij B] een demonstratie op een niet-openbare plaats direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe de opdracht geeft op grond van artikel 8 van de Wom. [wederpartij A] en [wederpartij B] verbeuren € 1.000,00 per keer dat zij geen gehoor geven aan de opdracht van de burgemeester, tot een maximum van € 5.000,00.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.