Raad van State beoordeelt herstelbesluit bestemmingsplan Schiermonnikoog
ECLI:NL:RVS:2026:5803, Raad van State, 30-09-2026, 202201923/6/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5623, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Schiermonnikoog opgedragen om binnen 26 weken na verzending van die uitspraak de daarin genoemde gebreken in het besluit van 16 juli 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" te herstellen. Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" voor het eerst vastgesteld. Terwijl daartegen beroep was ingesteld bij de Afdeling, heeft de raad op 16 juli 2024 het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" opnieuw gewijzigd vastgesteld. Onder 9.10.1, 10.4.2, 11.4, 15.5 en 21.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling verschillende gebreken geconstateerd in het besluit van 16 juli 2024. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen deze gebreken te herstellen. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" bij besluit van 21 april 2026 opnieuw gewijzigd vastgesteld.
Kern van de zaak
Meerdere appellanten hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan 'Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp', dat de raad van de gemeente Schiermonnikoog meermaals heeft vastgesteld en herzien. Na een tussenuitspraak waarin de Afdeling bestuursrechtspraak verschillende gebreken constateerde in het besluit van 16 juli 2024, heeft de raad op 21 april 2026 een herstelbesluit genomen.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelt het herstelbesluit van 21 april 2026 per appellant op de in de tussenuitspraak vastgestelde gebreken. De raad wordt opgedragen proceskosten te vergoeden aan appellanten die professionele rechtsbijstand hadden, en griffierecht terug te betalen aan daarvoor in aanmerking komende appellanten.
Impactscore
LaagHet betreft een gemeente-specifieke bestemmingsplankwestie zonder bredere precedentwerking; de juridische principes (bestuurlijke lus, bevoegdheid college) zijn reeds vaste rechtspraktijk en de uitspraak is sterk casuïstisch van aard.
Belangrijkste punten
- 1Het college van B&W is bevoegd namens de raad beroepsprocedures te voeren op grond van artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet, tenzij de raad anders beslist
- 2Op de procedure blijft het oude recht (Wet ruimtelijke ordening vóór 1 januari 2024) van toepassing op grond van overgangsrecht Omgevingswet
- 3De Afdeling constateerde in de tussenuitspraak gebreken in het besluit van 16 juli 2024 en droeg de raad op deze te herstellen
- 4De raad heeft op 21 april 2026 een herstelbesluit vastgesteld ter reparatie van de geconstateerde gebreken
- 5Appellanten met professionele rechtsbijstand hebben recht op proceskostenvergoeding; appellanten zonder professionele bijstand niet automatisch
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de procedurele bevoegdheidsverdeling tussen college en raad in bestuursrechtelijke procedures en illustreert de bestuurlijke lus-systematiek waarbij gebreken in een bestemmingsplan via een herstelbesluit kunnen worden gerepareerd. Het overgangsrecht Omgevingswet blijft van belang voor lopende procedures.
Praktische impact
Appellanten die met professionele rechtsbijstand procederen ontvangen een proceskostenvergoeding van de raad; overige appellanten komen daar niet automatisch voor in aanmerking. De gemeente Schiermonnikoog dient tevens griffierecht terug te betalen aan daarvoor in aanmerking komende partijen.
Onderwerp-impact
Het bestemmingsplan voor het dorp op Schiermonnikoog ondergaat verdere wijziging via het herstelbesluit, wat betekenis heeft voor ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden en rechtsbescherming van omwonenden en andere belanghebbenden op het eiland.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft de eindfase van een langlopende procedure over het bestemmingsplan 'Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp'. De gemeente Schiermonnikoog stelde dit plan oorspronkelijk vast op 15 februari 2022, waarna meerdere appellanten beroep instelden. De raad herzag het plan op 16 juli 2024, maar de Afdeling constateerde in een tussenuitspraak op meerdere onderdelen gebreken en gelastte herstel via de bestuurlijke lus. Op 21 april 2026 nam de raad een herstelbesluit. Vóór inhoudelijke beoordeling beantwoordt de Afdeling een bevoegdheidsvraag: één appellant betwistte of het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteambtenaar De Muinck bevoegd waren namens de raad verweer te voeren. De Afdeling verwerpt dit bezwaar. Op grond van artikel 160 lid 1 sub e van de Gemeentewet is het college bevoegd namens de raad beroepsprocedures te voeren, tenzij de raad zelf anders besluit. Dat laatste was niet gebleken. Bovendien had het college De Muinck gemachtigd het woord te voeren ter zitting. Ten aanzien van het toepasselijke recht geldt dat de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden, maar dat op grond van overgangsrecht de Wet ruimtelijke ordening van toepassing blijft op deze procedure, zoals reeds in de tussenuitspraak vastgesteld. De Afdeling beoordeelt vervolgens per appellant of de geconstateerde gebreken in het herstelbesluit afdoende zijn gerepareerd. Ten aanzien van de proceskosten oordeelt de Afdeling dat appellanten die zijn bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener recht hebben op vergoeding van hun proceskosten door de raad. Appellanten zonder professionele bijstand, waaronder appellanten sub 1, komen daar niet automatisch voor in aanmerking, ook al hebben zij een proceskostenformulier overgelegd. De raad wordt tevens opgedragen het griffierecht terug te betalen aan de daarvoor in aanmerking komende partijen.