TVL-herzieningsverzoek afgewezen wegens ontbreken nieuwe feiten
ECLI:NL:CBB:2026:449, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 25/703
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vaststelling TVL juni-september 2020. Tweede verzoek om herziening terecht afgewezen. Beroep ongegrond.
Kern van de zaak
Een onderneming stelde een vergissing te hebben gemaakt in haar btw-aangifte over Q3 2019, waardoor haar TVL-subsidie ten onrechte was teruggevorderd. Na eerdere afwijzingen diende zij in mei 2025 een tweede herzieningsverzoek in bij de minister. De minister wees ook dit verzoek af, waarna de onderneming beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard en het herzieningsverzoek is afgewezen. De doorslaggevende reden is dat de onderneming geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die een heroverweging van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigen; de minister mocht het verzoek afwijzen onder verwijzing naar het eerdere afwijzende besluit.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen een vaste bestuursprocesrechtelijke lijn rondom herzieningsverzoeken en nova, en heeft geen vernieuwende werking; de TVL-problematiek is inmiddels grotendeels afgewikkeld.
Belangrijkste punten
- 1Onderneming claimt vergissing in btw-aangifte Q3 2019 ten grondslag te leggen aan onterechte TVL-terugvordering
- 2Suppletieaangifte gedaan op 7 december 2021, na ontdekking van de fout
- 3Dit betreft het tweede herzieningsverzoek; het eerste werd eerder al afgewezen (CBB 9 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:942)
- 4Een bestuursorgaan mag een herzieningsverzoek afwijzen zonder inhoudelijke heroverweging als er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn
- 5De eerder in de procedure overgelegde facturenoverzichten volstonden niet als nieuw feit
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een bestuursorgaan bij een herzieningsverzoek zonder nova kan volstaan met verwijzing naar het eerdere afwijzende besluit, zonder volledige heroverweging. Dit biedt duidelijkheid over de beperkte herzienbaarheid van onherroepelijke TVL-besluiten.
Praktische impact
Voor de onderneming betekent dit dat de terugvordering van de TVL-subsidie definitief in stand blijft en dat verdere rechtsmiddelen zijn uitgeput. Ondernemers die meenden een fout te hebben gemaakt in hun referentieomzet dienen dit tijdig en met voldoende bewijs in de reguliere bezwaar- en beroepsprocedure aan te voeren.
Onderwerp-impact
Binnen het TVL-subsidiestelsel benadrukt deze uitspraak dat procedurele voortvarendheid en correcte aangifte cruciaal zijn; het achteraf herstellen van fouten via herzieningsverzoeken biedt nauwelijks soelaas wanneer geen nieuwe feiten worden gepresenteerd.
Samenvatting
Deze zaak betreft een onderneming die meent dat haar TVL-subsidie ten onrechte is teruggevorderd als gevolg van een vergissing in haar btw-aangifte over het derde kwartaal van 2019. De onderneming stelt dat zij in haar aanvraag de juiste omzet heeft vermeld en dit ook heeft onderbouwd met een facturenoverzicht. Bovendien heeft zij op 7 december 2021 een suppletieaangifte ingediend om de fout te herstellen. Desondanks wees de minister de TVL-subsidie terug. Na een eerste herzieningsverzoek in november 2022 — dat eveneens werd afgewezen en waarover het College op 9 december 2024 al oordeelde (ECLI:NL:CBB:2024:942) — diende de onderneming in mei 2025 een tweede herzieningsverzoek in. Ook dit verzoek wees de minister af, en die afwijzing werd in bezwaar gehandhaafd. De juridische kernvraag is of de minister gehouden was het herzieningsverzoek inhoudelijk te behandelen. Het College overweegt dat een bestuursorgaan bij een herzieningsverzoek in beginsel bevoegd is tot volledige heroverweging, maar dat het ook mag volstaan met een verwijzing naar het eerdere afwijzende besluit wanneer de aanvrager geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aandraagt. Nu de onderneming bij haar tweede herzieningsverzoek geen nova heeft ingebracht die niet al eerder bekend waren of hadden kunnen zijn, was de minister gerechtigd het verzoek af te wijzen. Het beroep is dan ook ongegrond verklaard. De uitspraak illustreert dat de drempel voor een geslaagd herzieningsverzoek hoog is: eerder ingenomen standpunten, overgelegde facturen en een suppletieaangifte die al in de eerdere procedure bekend waren, kwalificeren niet als nova. Voor ondernemers in TVL-geschillen onderstreept dit het belang van een volledige onderbouwing in de primaire aanvraagfase en tijdige bezwaar- en beroepsprocedures.