Geen procesbelang na verlopen last onder bestuursdwang
ECLI:NL:CBB:2026:411, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 01-09-2026, 25/401
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aan een dierenhoudster is een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren. Het College oordeelt dat de staatssecretaris het bezwaar tegen deze last terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Op het moment dat het besluit op bezwaar werd genomen was de looptijd van de last al verstreken zonder dat bestuursdwang was toegepast. Een lopende strafzaak tegen de dierenhoudster, een nieuw bewijsstuk, en negatieve media-aandacht leveren niet alsnog een procesbelang op.
Kern van de zaak
Een dierenhoudster maakte bezwaar tegen een last onder bestuursdwang opgelegd door de staatssecretaris. Tegen de tijd dat op het bezwaar werd beslist, was de looptijd van de last al verstreken zonder dat bestuursdwang was toegepast. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard. Het College oordeelt dat de staatssecretaris het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de looptijd van de last was verstreken en geen bestuursdwang was toegepast, waardoor de dierenhoudster geen procesbelang meer had bij een inhoudelijke beoordeling.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt bestaande vaste rechtspraak van het CBb over procesbelang en voegt geen nieuwe rechtsnorm toe; de impact is beperkt tot de specifieke casus en vergelijkbare gevallen.
Belangrijkste punten
- 1Procesbelang vereist dat het nagestreefde doel feitelijke en niet slechts hypothetische betekenis heeft voor de betrokkene.
- 2In beginsel bestaat geen procesbelang bij beoordeling van een reeds verstreken periode of een vervallen besluit, tenzij sprake is van een onderbouwd schadeverzoek of relevant toekomstig terugkerend besluit.
- 3Het overschrijden van de wettelijke beslistermijn door het bestuursorgaan levert op zichzelf geen procesbelang op.
- 4Een lopende strafzaak werd door de dierenhoudster aangevoerd als grond voor procesbelang, maar dit argument werd door het College verworpen.
- 5Het College bevestigt zijn vaste rechtspraak zoals neergelegd in ECLI:NL:CBB:2022:256 over procesbelang.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste CBb-lijn dat het verstrijken van een last onder bestuursdwang zonder toepassing in beginsel procesbelang doet vervallen, ook indien dit mede is veroorzaakt door termijnoverschrijding door het bestuursorgaan. Dit sluit aan bij bestaande jurisprudentie en heeft beperkte zelfstandige precedentwerking.
Praktische impact
Dierenhoudsters en andere geadresseerden van lasten onder bestuursdwang die na het verstrijken van de looptijd bezwaar willen doorzetten, moeten concrete gronden aanvoeren zoals een schadevergoedingsverzoek of een terugkerend besluit om ontvankelijkheid te bewaren.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische en veehouderijsector benadrukt deze uitspraak dat tijdige bezwaarprocedures van groot belang zijn en dat een traag bestuursorgaan op zichzelf geen redding biedt voor verloren procesbelang.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of de staatssecretaris het bezwaar van een dierenhoudster terecht niet-ontvankelijk had verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De dierenhoudster had bezwaar gemaakt tegen een last onder bestuursdwang die haar was opgelegd. Toen de staatssecretaris op dit bezwaar besliste, was de looptijd van de last echter reeds verstreken zonder dat bestuursdwang daadwerkelijk was toegepast. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven moest beoordelen of de staatssecretaris de niet-ontvankelijkverklaring terecht had uitgesproken. Het College stelt voorop dat voor het bestaan van procesbelang vereist is dat het doel dat de betrokkene nastreeft feitelijke en niet louter hypothetische betekenis heeft. Een puur formeel of principieel belang is onvoldoende. In beginsel bestaat geen procesbelang meer bij de beoordeling van een reeds verstreken periode of een vervallen besluit, tenzij sprake is van een onderbouwd verzoek om schadevergoeding of indien een inhoudelijk oordeel relevant kan zijn bij toekomstige terugkerende besluiten. Het College verwijst hierbij naar zijn vaste rechtspraak (ECLI:NL:CBB:2022:256). De dierenhoudster voerde aan dat zij wel degelijk procesbelang had, onder meer wegens een lopende strafzaak. Het College bespreekt dit argument afzonderlijk maar verwerpt het. Ook het argument dat de staatssecretaris de wettelijke beslistermijn had overschreden en dat de last nog niet zou zijn verstreken als tijdig was beslist, baat de dierenhoudster niet. Termijnoverschrijding door het bestuursorgaan levert op zichzelf geen grond op om procesbelang te aanvaarden. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn in het bestuursrecht over het vervallen van procesbelang bij verlopen handhavingsbesluiten.