Toelating gewasbeschermingsmiddel Pitcher aangevochten wegens hormoonontregelende werking
ECLI:NL:CBB:2026:370, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11-08-2026, 25/721
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Toelating gewasbeschermingsmiddel Pitcher. Hormoonverstorende eigenschappen voor mens en niet-doelwit organismen. Omvang van het geding. De werkzame stof fludioxonil heeft hormoonontregelende eigenschappen. Deze werkzame stof mag volgens punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening 1107/2009 alleen worden gebruikt in gesloten systemen of in andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten. Omdat Pitcher zo niet wordt gebruikt, had het Ctgb het niet mogen toelaten. Het Ctgb moet er daarom voor zorgen dat Pitcher zo snel mogelijk uit de handel wordt genomen.
Kern van de zaak
PAN (Pesticide Action Network) vecht de toelating aan van het schimmelbestrijdingsmiddel Pitcher, dat de werkzame stoffen fludioxonil en folpet bevat. Het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) verleende in 2019 de toelating, maar EFSA concludeerde in 2024 dat fludioxonil hormoonontregelend is voor mensen en niet-doelwitorganismen.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de eindbeslissing niet volledig weergegeven; de uitspraak is onvolledig. Wel blijkt dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven de EFSA-bevinding van november 2024 over de hormoonontregelende eigenschappen van fludioxonil betrekt bij de beoordeling, en dat de beslissing op bezwaar het relevante toetsmoment vormt voor actuele wetenschappelijke kennis.
Impactscore
MiddelDe zaak heeft sectorspecifieke relevantie voor de gewasbeschermingspraktijk en de toepassing van Europese uitsluitingscriteria, maar de beperkte beschikbaarheid van de volledige uitspraak en het specifieke karakter van het middel beperken de bredere juridische impact.
Belangrijkste punten
- 1Pitcher bevat de werkzame stoffen fludioxonil en folpet; fludioxonil is goedgekeurd tot en met 30 september 2026, folpet tot en met 31 oktober 2039.
- 2EFSA concludeerde op 4 november 2024 dat fludioxonil hormoonontregelend is voor mensen én niet-doelwitorganismen (punten 3.6.5 en 3.8.2 bijlage II Verordening 1107/2009).
- 3Het College overweegt dat bij de beoordeling de actuele wetenschappelijke en technische kennis moet worden betrokken, waarbij de beslissing op bezwaar het eindmoment is.
- 4PAN heeft bezwaar gemaakt tegen het toelatingsbesluit van 4 oktober 2019; het Ctgb verklaarde dit bezwaar ongegrond op 2 september 2020.
- 5De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve rechterlijke beslissing niet volledig kan worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt dat bij de toetsing van gewasbeschermingsmiddelentoelating actuele EFSA-rapporten over hormoonontregelende eigenschappen moeten worden meegewogen, ook indien deze na het primaire besluit zijn verschenen. Dit raakt de uitleg van de uitsluitingscriteria in bijlage II bij Verordening (EG) 1107/2009.
Praktische impact
Voor de toelatinghouder Adama staat de markttoelating van Pitcher mogelijk op het spel, terwijl telers van bloembol- en knolgewassen en bloemisterijgewassen afhankelijk zijn van dit fungicide voor dompel- en gewasbehandelingen.
Onderwerp-impact
De uitspraak is relevant voor de agrarische sector en de toelatingspraktijk van gewasbeschermingsmiddelen: hormoonontregelende stoffen kunnen op grond van Europees recht in beginsel niet worden goedgekeurd, hetgeen gevolgen heeft voor bestaande en toekomstige toelatingen met vergelijkbare werkzame stoffen.
Samenvatting
Deze zaak bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven betreft de toelating van het gewasbeschermingsmiddel Pitcher, een schimmelbestrijder voor professioneel gebruik die is samengesteld uit de werkzame stoffen fludioxonil en folpet. Adama diende in 2015 een toelatingsaanvraag in; het Ctgb verleende in oktober 2019 de toelating tot en met juli 2021. PAN maakte bezwaar, maar het Ctgb verklaarde dit ongegrond in september 2020, waarna de zaak bij het College belandde. De centrale juridische vraag draait om de vraag of de toelating van Pitcher in stand kan blijven in het licht van de Europese goedkeuringsstatus van de werkzame stoffen en de meest recente wetenschappelijke inzichten over de risico's ervan. Cruciaal is het EFSA-rapport van 4 november 2024, waarin wordt geconcludeerd dat fludioxonil hormoonontregelende eigenschappen heeft voor zowel mensen als niet-doelwitorganismen, in de zin van de uitsluitingscriteria in bijlage II bij Verordening (EG) 1107/2009. Fludioxonil is Europees goedgekeurd tot september 2026, terwijl folpet inmiddels een verlengde goedkeuring tot 2039 heeft gekregen. Het College benadrukt dat bij de beoordeling de meest actuele wetenschappelijke en technische kennis moet worden betrokken, waarbij de beslissing op bezwaar als eindmoment geldt. Dit heeft directe consequenties voor de wijze waarop het Ctgb de toelating van Pitcher moet beoordelen. De volledige eindbeslissing is op basis van de beschikbare tekst niet vast te stellen, maar de EFSA-bevindingen over de hormoonontregelende werking van fludioxonil vormen een zwaarwegend element dat de instandhouding van de toelating onder druk zet. De uitspraak is daarmee relevant voor de bredere toelatingspraktijk van gewasbeschermingsmiddelen met hormoonontregelende werkzame stoffen.