Beroep jonge landbouwer inkomenssteun GLB ongegrond verklaard
ECLI:NL:CBB:2026:359, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-08-2026, 25/122
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)GLB 2023. Aanvullende inkomsenssteun jonge landbouwers. Onder het oude GLB ontving de zoon met zijn eenmanszaak inkomenssteun voor jonge landbouwers. De eenmanszaak van de zoon is niet voortgezet in de maatschap die de zoon met zijn ouders is aangegaan. Omdat de maatschap onder het oude GLB geen extra betaling voor jonge landbouwers ontving, heeft zij hier onder het GLB 2023 ook geen recht op.
Kern van de zaak
Een landbouwer maakte aanspraak op aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023. De minister weigerde de betaling, vermoedelijk omdat niet werd voldaan aan de voorwaarde van daadwerkelijke langdurige zeggenschap over het bedrijf op de peildatum. De landbouwer ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat de landbouwer niet voldeed aan de vereisten voor aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers, waarbij de minister terecht heeft vastgesteld dat geen sprake was van de vereiste situatie (vermoedelijk in verband met gewijzigde rechtsvorm of ontbrekende zeggenschap).
Impactscore
LaagHet betreft een individuele, feitelijk gedreven zaak over de toepassing van bekende GLB-regels; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de bredere precedentwerking beperkt is.
Belangrijkste punten
- 1Aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers vereist daadwerkelijke langdurige zeggenschap over het bedrijf op de peildatum van het aanvraagjaar (art. 15 Uitvoeringsregeling GLB 2023).
- 2De minister oordeelde dat geen sprake was van een onderneming onder gewijzigde rechtsvorm in de relevante zin.
- 3Het toepasselijke Europese kader bestaat uit Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116 en bijbehorende uitvoerings- en gedelegeerde verordeningen.
- 4De nationale uitwerking is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023; lidstaten hebben beleidsruimte bij invulling van de steun voor jonge landbouwers.
- 5Het beroep is ongegrond verklaard; de uitspraak biedt beperkt inzicht in de volledige feitelijke achtergrond door onvolledige tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de zeggenschapseis voor jonge landbouwers onder het GLB 2023 en verduidelijkt dat een gewijzigde rechtsvorm niet automatisch leidt tot een nieuwe aanspraak op inkomenssteun. De praktische reikwijdte is beperkt door de onvolledigheid van de beschikbare uitspraaktekst.
Praktische impact
Jonge landbouwers die via een gewijzigde rechtsvorm een bedrijf voortzetten, kunnen niet zonder meer aanspraak maken op aanvullende inkomenssteun; zij moeten aantonen dat zij daadwerkelijk langdurige zeggenschap uitoefenen op de peildatum.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector onderstreept deze uitspraak het belang van een correcte bedrijfsstructuur en tijdige registratie van zeggenschap bij aanvragen in het kader van het GLB 2023.
Samenvatting
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 4 augustus 2026 uitspraak gedaan in een geschil over aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023. Een landbouwer had een aanvraag ingediend voor deze steun op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023, die de nationale invulling vormt van de Europese Verordening 2021/2115. De minister had de aanvraag afgewezen, waarbij hij oordeelde dat geen sprake was van de vereiste situatie — vermoedelijk in verband met een gewijzigde rechtsvorm van de onderneming. De centrale rechtsvraag betrof of de landbouwer voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor aanvullende inkomenssteun, met name de eis van daadwerkelijke langdurige zeggenschap over het bedrijf op de peildatum van het aanvraagjaar, zoals neergelegd in artikel 15 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 in samenhang met artikel 30, tweede lid, van Verordening 2021/2115. Het College verklaarde het beroep ongegrond. De minister had de aanvraag terecht afgewezen, omdat de landbouwer niet aannemelijk had gemaakt dat aan alle toepassingsvoorwaarden was voldaan. De uitspraak bevestigt dat het enkele voortzetten van een onderneming onder een gewijzigde rechtsvorm onvoldoende is om aanspraak te maken op inkomenssteun voor jonge landbouwers; de feitelijke zeggenschap op de peildatum is beslissend. Het is van belang te vermelden dat de beschikbare uitspraaktekst onvolledig is, waardoor de volledige feitelijke en juridische motivering niet volledig kan worden gereconstrueerd. De uitspraak heeft primair betekenis als bevestiging van bestaand beleid en biedt een waarschuwing aan jonge landbouwers die via herstructurering een bedrijf overnemen om tijdig en zorgvuldig hun zeggenschapspositie vast te leggen.