JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:133Laag28/100

Springkussens afgekeurd wegens te korte leeglooptijd bij spanningsuitval

ECLI:NL:CBB:2026:133, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/1060

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 31 maart 2026Publicatie: 27 maart 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1060
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vergunningen
Retail
Nvwa
Springkussens
Speeltoestellen
Productenveiligheid
Rapex

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Warenwet. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (Was). Hoger beroep. Het College beantwoordt de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister met de aanvullende motivering van 23 mei 2024 de gebreken in het bestreden besluit heeft hersteld. Dat is volgens het College niet het geval. Ook met de aanvullende motivering van 23 mei 2024 heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de leeglooptijd van het springkussen type Circus te kort is om gebruikers van het springkussen veilig te evacueren. Het lag op de weg van de minister om gemotiveerd inzichtelijk te maken waarom de risicobeoordeling en daarmee de certificering door TSB niet juist is. Met de nadere onderbouwing heeft de minister naar het oordeel van het College de bevindingen van TSB onvoldoende weerlegd. Het hoger beroep slaagt.

Kern van de zaak

Ondernemer [naam 1] kocht circa 350 gebruikte springkussens van een Belgische leverancier. De NVWA nam de partij in 2019 in beslag vanwege certificeringsproblemen en de minister stelde de springkussens buiten gebruik omdat de leeglooptijd bij spanningsuitval te kort was voor veilige evacuatie. De ondernemer ging in bezwaar en beroep tegen de afkeuring.

Beslissing van de rechter

De bezwaren van [naam 1] tegen het afkeuringsbesluit zijn ongegrond verklaard. De minister handhaaft de buitengebruikstelling en afkeuring op grond van de keuring door het KMI (2019), de RAPEX-risicobeoordeling en de Gids corrigerende acties, omdat de springkussens een gevaar opleveren voor de gezondheid en veiligheid van gebruikers.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een sectorspecifiek handhavingsbesluit over een concrete partij springkussens zonder brede precedentwerking; de uitkomst is in lijn met bestaand toezichtsrecht en stelt geen nieuwe rechtsnormen.

Belangrijkste punten

  • 1NVWA nam circa 350 gebruikte springkussens in beslag in 2019 wegens problemen met certificering
  • 2KMI-onderzoek en NVWA-toezichthouder constateerden te korte leeglooptijd voor veilige evacuatie bij spanningsuitval
  • 3Herkeuring door TÜV SÜD Benelux (TSB) in 2020-2021 leidde tijdelijk tot geldig certificaat voor 56 springkussens van type Circus
  • 4Aanvullend onderzoek door NVWA en TSB in 2022 leidde opnieuw tot afkeuring en verlies van geldigheid van het certificaat
  • 5Minister handhaaft buitengebruikstelling op basis van RAPEX-methode en Gids corrigerende acties

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de minister om op grond van veiligheidsonderzoeken en de RAPEX-risicobeoordeling speeltoestellen definitief buiten gebruik te stellen, ook wanneer een herkeuring tijdelijk een geldig certificaat had opgeleverd. Dit verduidelijkt de reikwijdte van toezichtsbevoegdheden bij speeltoestellen.

Praktische impact

De ondernemer mag de springkussens van het type Circus niet meer in gebruik nemen en verliest daarmee de economische waarde van de partij. Exploitanten van speeltoestellen worden gewezen op het belang van aantoonbaar voldoende leeglooptijd bij spanningsuitval als vereiste voor certificering.

Onderwerp-impact

Voor de speeltoestellen- en evenementenbranche onderstreept deze uitspraak dat een tijdelijk geldig herkeuring-certificaat geen definitieve garantie biedt; de minister kan op basis van vervolgonderzoek de afkeuring alsnog handhaven.

Samenvatting

In deze zaak staat de afkeuring en buitengebruikstelling van een partij van circa 350 gebruikte springkussens van het type Circus centraal. De ondernemer [naam 1] had de springkussens gekocht van een Belgische leverancier, waarna de NVWA ze in 2019 in beslag nam vanwege mogelijke certificeringsproblemen. Onderzoek door het Keurmerkinstituut wees uit dat de leeglooptijd van de springkussens bij spanningsuitval te kort was om gebruikers veilig te evacueren, waarop de minister de springkussens buiten gebruik stelde. Op verzoek van [naam 1] voerde TÜV SÜD Benelux in 2020 en 2021 een herkeuring uit en concludeerde aanvankelijk dat voldoende evacuatietijd aanwezig was; dit resulteerde in een geldig certificaat voor 56 springkussens. De minister paste echter de RAPEX-risicobeoordeling toe en handhaafde zijn standpunt dat de toestellen gevaarlijk zijn. Vervolgonderzoek door zowel de NVWA als TSB in 2022 bevestigde de veiligheidsrisico's, waarna het certificaat zijn geldigheid verloor en de springkussens definitief afgekeurd werden. De minister verklaarde in het bestreden besluit van 22 februari 2023 de bezwaren van [naam 1] ongegrond, stellende dat de springkussens bij gebruik gevaar opleveren voor de gezondheid en veiligheid van personen. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak de zaak beoordeeld; het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelt het hoger beroep. De juridische kern van de zaak betreft de vraag of de minister op goede gronden de afkeuring heeft gehandhaafd, ondanks de tijdelijk gunstige herkeuring door TSB. Gelet op de beschikbare onderzoeksresultaten en de toegepaste RAPEX-methode heeft de minister zijn besluit voldoende gemotiveerd. De uitspraak is zaaksspecifiek en heeft beperkte bredere precedentwerking, maar bevestigt dat een tijdelijk positief herkeuring-resultaat de definitieve bevoegdheid van de minister tot handhaving van een afkeuring niet wegneemt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4396Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4396, Raad van State, 29-07-2026, 202503364/1/R4

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4439Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3

Raad van State29 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied