JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:82Laag28/100

Intrekking horecavergunning na drugsvondst in lunchroom bevestigd

ECLI:NL:RVS:2026:82, Raad van State, 14-01-2026, 202302594/1/A3

Raad van StateUitspraak: 14 januari 2026Publicatie: 7 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202302594/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Intrekking Vergunning
Apv
Horeca Exploitatievergunning
Drugsvondst
Burgemeester

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen de horeca-exploitatievergunning van [appellanten] ingetrokken. Bij besluit van 30 september 2020 heeft de burgemeester het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 11 december 2018 heeft de burgemeester aan [appellanten] een vergunning verleend voor het exploiteren van het horecabedrijf [lunchroom] aan de [locatie] in Sittard. Naar aanleiding van twee Meld Misdaad Anoniem meldingen en een proces-verbaal van Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek gedaan in de horeca-inrichting. Van dit onderzoek is op 28 januari 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat 13,3 gram hennep en 7,4 gram hasj in de keuken zijn aangetroffen. In het systeemplafond is 0,77 gram hennep aangetroffen en in de jas van de zoon van [appellanten] zijn 5 gram hasj, 6 XTC-pillen en ongeveer 0,5 gram vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder zijn in de horeca-inrichting drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en € 12.825,54 aan contant geld aangetroffen. Ook zijn 750 Kamagra pillen en 259 Kamagra gels gevonden.

Kern van de zaak

Exploitanten van een lunchroom in Sittard kregen hun horeca-exploitatievergunning ingetrokken nadat politie tijdens een strafrechtelijk onderzoek drugs, weegschalen, een stroomstootwapen en ruim €12.000 contant geld aantrof in hun zaak. De burgemeester trok de vergunning in op grond van de APV Sittard-Geleen. Appellanten vochten dit besluit aan tot aan de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Doorslaggevend is dat de aangetroffen hoeveelheden drugs, het stroomstootwapen, de weegschalen en het grote contante geldbedrag voldoende grondslag bieden voor het oordeel dat de exploitanten hebben toegestaan dan wel gedoogd dat er drugs aanwezig waren in de horeca-inrichting.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen een gevestigde lijn van bestuursrechtelijke jurisprudentie over vergunningintrekking in de horeca en introduceert geen nieuwe rechtsnormen; de feitelijke en juridische context is casuïstisch van aard.

Belangrijkste punten

  • 1In de lunchroom werden drugs (hennep, hasj, XTC, vermoedelijk cocaïne), drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en €12.825,54 contant geld aangetroffen.
  • 2De burgemeester trok de horeca-exploitatievergunning in op grond van artikel 2:28c lid 2 sub a APV Sittard-Geleen wegens het toestaan of gedogen van drugsbezit.
  • 3De Raad van State bevestigt de uitspraak van de lagere rechter volledig.
  • 4In een parallelle zaak (ECLI:NL:RVS:2026:81) oordeelde de Afdeling op dezelfde dag dat ook de twaalfmaandse sluiting van de inrichting evenredig was.
  • 5Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gemeenten op grond van de APV een horeca-exploitatievergunning mogen intrekken wanneer drugs en daaraan gerelateerde attributen in de inrichting worden aangetroffen, ook als de exploitant stelt niet actief betrokken te zijn geweest. Het gedogen of toestaan van aanwezigheid van drugs volstaat als intrekkingsgrond.

Praktische impact

Voor de exploitanten betekent de uitspraak dat de intrekking van hun vergunning definitief is en zij de lunchroom niet meer op basis van deze vergunning mogen exploiteren. Het verzoek om schadevergoeding voor de lange duur van de procedure werd eveneens afgewezen.

Onderwerp-impact

Voor de horeca-sector benadrukt deze uitspraak dat exploitanten een vergaande verantwoordelijkheid dragen voor wat zich in hun inrichting afspeelt; onwetendheid of passief gedogen biedt onvoldoende bescherming tegen vergunningintrekking.

Samenvatting

Op 14 januari 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een zaak over de intrekking van een horeca-exploitatievergunning in Sittard. De vergunninghouders exploiteerden een lunchroom aan de locatie in Sittard en hadden in 2018 een vergunning verkregen van de burgemeester. Naar aanleiding van anonieme meldingen en informatie van het Team Criminele Inlichtingen stelde de politie een strafrechtelijk onderzoek in. Uit de bestuurlijke rapportage van januari 2020 bleek dat in de keuken en het systeemplafond van de lunchroom hennep en hasj waren aangetroffen. In de jas van de zoon van de exploitanten werden bovendien hasj, XTC-pillen en vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder troffen de autoriteiten drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en ruim €12.800 aan contant geld aan, evenals grote hoeveelheden Kamagra-pillen en -gels. Op grond van artikel 2:28c lid 2 sub a van de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen en het gemeentelijk horeca-exploitatievergunningenbeleid trok de burgemeester in april 2020 de vergunning in, op de grond dat de exploitanten hadden toegestaan dan wel gedoogd dat er drugs in de inrichting aanwezig waren. Dit intrekkingsbesluit werd in bezwaar gehandhaafd en ook de bestuursrechter in eerste aanleg stelde de exploitanten in het ongelijk. De centrale juridische vraag was of de burgemeester bevoegd en gerechtvaardigd was om de vergunning in te trekken op basis van de aangetroffen goederen. De Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en concludeert dat de intrekking rechtmatig was. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. In een parallel lopende zaak (ECLI:NL:RVS:2026:81) oordeelde de Afdeling op dezelfde dag dat ook de twaalfmaandse sluiting van de inrichting evenredig was. De uitspraak onderstreept de vergaande verantwoordelijkheid van horecaexploitanten voor de situatie in hun inrichting.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied