JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5785

ECLI:NL:RVS:2026:5785, Raad van State, 30-09-2026, 202505709/1/A2

Raad van StateUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 30 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202505709/1/A2

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het CBR [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. De beoordeling door het CBR van die feiten en omstandigheden heeft tot de conclusie geleid dat een vermoeden van ongeschiktheid gerechtvaardigd is. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 1 maart 2024 heeft het CBR [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit besluit is opgelegd op grond van artikel 23, derde lid, sub b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (de Regeling). Ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Regeling komen de kosten van het onderzoek voor rekening van [appellant].

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Rechtbank Den Haag·30 sep 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:28894

~45geschat
Bekijk
Instantie·30 sep 2026

ECLI:NL:RBOBR:2026:7015

~23geschat
Bekijk
Raad van State·30 sep 2026

ECLI:NL:RVS:2026:5810

~60geschat
Bekijk
Raad van State·30 sep 2026

ECLI:NL:RVS:2026:5794

~60geschat
Bekijk