JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5780Middel38/100

Raad van State: weigering woonunits arbeidsmigranten op bedrijventerrein rechtmatig

ECLI:NL:RVS:2026:5780, Raad van State, 30-09-2026, 202307022/1/R3

Raad van StateUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 30 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202307022/1/R3
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Arbeidsmigranten
Wabo Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Bedrijventerrein

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren geweigerd om aan Inbeva een omgevingsvergunning te verlenen voor een verbouwing van een gedeelte van het gebouw aan de [locatie] in Lemmer ten behoeve van een gezamenlijke woonfunctie. Inbeva is eigenaar van het bedrijfsgebouw aan de [locatie] in Lemmer en van het daarnaast gelegen hallencomplex langs de Klaaskamp. Het bedrijfsgebouw en het hallencomplex staan op een bedrijventerrein. In het bedrijfsgebouw bevond zich een inpandige bedrijfswoning. Inbeva wil in dit deel van het bedrijfsgebouw in plaats van de bedrijfswoning 16 woonunits realiseren voor arbeidsmigranten die werkzaam zijn in het bedrijfsgebouw en het hallencomplex. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd omdat dit volgens hem in strijd met het bestemmingsplan is. Het wil niet meewerken aan een afwijking van het bestemmingsplan, omdat het een woonfunctie op het bedrijventerrein, anders dan een bedrijfswoning, in strijd met een goede ruimtelijke ordening acht. Volgens het college kan een goed woon- en leefklimaat hier niet worden gegarandeerd en kunnen omliggende bedrijven door een woonfunctie in hun mogelijkheden worden beperkt.

Kern van de zaak

Inbeva, eigenaar van een bedrijfsgebouw in Lemmer, wil een voormalige bedrijfswoning ombouwen tot 16 woonunits voor arbeidsmigranten die bij het eigen bedrijf werken. Het college weigerde de omgevingsvergunning omdat een woonfunctie op een bedrijventerrein in strijd is met het bestemmingsplan en een goede ruimtelijke ordening. Inbeva ging hiertegen in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor 16 woonunits voor arbeidsmigranten op het bedrijventerrein. Doorslaggevend is dat het college binnen zijn beleidsruimte mocht oordelen dat een woonfunctie (anders dan een bedrijfswoning) op een bedrijventerrein in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat een goed woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd en omliggende bedrijven in hun bedrijfsvoering kunnen worden beperkt.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is relevant voor de praktijk rondom huisvesting van arbeidsmigranten en de toepassing van overgangsrecht Omgevingswet, maar betreft een bevestiging van bestaand beleid en geen nieuwe rechtsregel; de maatschappelijke relevantie (arbeidsmigranten, bedrijventerreinen) geeft enige extra gewicht.

Belangrijkste punten

  • 1Op de aanvraag (ingediend 16 december 2021) blijft de Wabo van toepassing op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • 2Het college heeft beleidsruimte bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan en moet daarbij betrokken belangen afwegen.
  • 3Een woonfunctie anders dan een bedrijfswoning op een bedrijventerrein wordt in strijd met een goede ruimtelijke ordening geacht.
  • 4Het college mocht oordelen dat een goed woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten op het bedrijventerrein niet kan worden gegarandeerd.
  • 5De bestuursrechter toetst terughoudend: beoordeeld wordt of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gemeentebesturen bij afwijkingen van het bestemmingsplan voor woonunits op bedrijventerreinen ruime beleidsruimte hebben en dat huisvesting van arbeidsmigranten op een bedrijventerrein niet als van rechtswege toelaatbaar geldt. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt correct toegepast: aanvragen van vóór 1 januari 2024 blijven onder de Wabo vallen.

Praktische impact

Inbeva kan de 16 woonunits voor haar arbeidsmigranten niet realiseren in het bedrijfsgebouw aan de Schardijk 2 in Lemmer. Bedrijven die arbeidsmigranten willen huisvesten op een bedrijventerrein zullen moeten zoeken naar locaties buiten het bedrijventerrein of een andere planologische onderbouwing moeten aanleveren.

Onderwerp-impact

De uitspraak onderstreept de planologische drempel voor de huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen: gemeenten hebben ruimte om dit te weigeren op grond van ruimtelijke ordeningsargumenten, hetgeen de beschikbaarheid van legale huisvesting voor arbeidsmigranten verder onder druk kan zetten.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil tussen Inbeva en het college van burgemeester en wethouders over een geweigerde omgevingsvergunning voor de realisatie van 16 woonunits voor arbeidsmigranten in een bedrijfsgebouw aan de Schardijk 2 in Lemmer. Inbeva wilde een voormalige inpandige bedrijfswoning omzetten naar woonruimte voor arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij haar eigen bedrijf en het naastgelegen hallencomplex. Het college weigerde medewerking aan de vereiste afwijking van het bestemmingsplan, omdat een woonfunctie op een bedrijventerrein – anders dan een bedrijfswoning – in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij voerde het college aan dat een goed woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd en dat omliggende bedrijven in hun bedrijfsvoering kunnen worden beperkt door de aanwezigheid van een woonfunctie. De rechtbank verklaarde het beroep van Inbeva ongegrond. Voor de Raad van State speelde als eerste de overgangsrechtelijke vraag welk recht van toepassing is: omdat de aanvraag op 16 december 2021 is ingediend, vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van de Invoeringswet Omgevingswet de Wabo van toepassing. Inhoudelijk stelt de Afdeling vast dat het college bij het verlenen van omgevingsvergunningen in afwijking van het bestemmingsplan over beleidsruimte beschikt en een belangenafweging moet maken. De bestuursrechter toetst terughoudend en beoordeelt slechts of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen. De Raad van State kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en bevestigt daarmee dat het college de vergunning mocht weigeren. De uitspraak benadrukt dat gemeenten bij de beoordeling van woonhuisvesting op bedrijventerreinen – ook voor arbeidsmigranten die bij het eigen bedrijf werken – een ruime discretionaire bevoegdheid hebben, en dat planologische argumenten als leefklimaat en hinder voor omliggende bedrijven zwaar mogen wegen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5799

Buurman verliest hoger beroep over uitbouw woonzorgcentrum Doorn

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5808

Bestemmingsplan Den Ham deels vernietigd wegens gebrekkige geluidbeoordeling

38/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5803

Raad van State beoordeelt herstelbesluit bestemmingsplan Schiermonnikoog

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5779

Handhaving geluidsnormen motorcrossterrein onder oud recht voortgezet

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied