ECLI:NL:RVS:2026:5778, Raad van State, 30-09-2026, 202503772/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Zwolle het verzoek van [appellant] om herziening van een besluit afgewezen. Bij brief van 6 november 2023 heeft [appellant] het college verzocht een besluit te herzien. Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college dat verzoek afgewezen. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft op 9 juli 2024 dat bezwaar ongegrond verklaard en heeft dat besluit op 10 juli 2024 per e-mail verzonden aan de gemachtigde van [appellant]. Volgens het college is het besluit daarmee op de juiste wijze bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn op 10 juli 2024 is gaan lopen. Het college stelt zich op het standpunt dat het door [appellant] op 6 september 2024 tegen dit besluit ingediende beroepschrift te laat is ingediend. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het college dit besluit niet per e-mail bekend had mogen maken en dat daarom de beroepstermijn niet is gaan lopen. De vraag die hier voorligt is of het college ervan uit mocht gaan dat de gemachtigde kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg voldoende bereikbaar te zijn.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.