Handhaving illegale bouwwerken zonder omgevingsvergunning bevestigd
ECLI:NL:RVS:2026:5675, Raad van State, 23-09-2026, 202408087/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 19 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] tot het verwijderen en verwijderd houden van het dierenverblijf en de kas op het perceel achter de [locatie 1] in Tilburg. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Tilburg. [appellant] heeft op het aangrenzende perceel twee bouwwerken gerealiseerd: een kas en een dierenverblijf. Het dierenverblijf wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van kippen en de kas wordt gebruikt voor het hobbymatig telen van gewassen. Door de vorm en ligging van de percelen staan de bouwwerken direct achter het perceel aan de [locatie 1]. [partij] woont op het perceel aan de [locatie 1]. Hij heeft een handhavingsverzoek ingediend, omdat achter zijn woonperceel zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijn gebouwd in strijd met de op grond van het bestemminsplan "Buitengebied De Voorste Stroom" ter plaatse geldende bestemming "Agrarisch". Het college is vervolgens tot handhaving overgegaan.
Kern van de zaak
Appellant bouwde zonder omgevingsvergunning een kas en een dierenverblijf op een aangrenzend perceel in Tilburg, in strijd met de agrarische bestemming. Buurman [partij] diende een handhavingsverzoek in. Het college legde in 2023 een last onder dwangsom op.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Doorslaggevend is dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond ten tijde van de besluitvorming, zodat handhaving gerechtvaardigd was.
Impactscore
LaagDe uitspraak past gevestigde jurisprudentie toe over handhaving en concreet zicht op legalisatie en heeft geen richtinggevend karakter. Het betreft een enkelvoudige kamer en een feitelijk specifieke situatie.
Belangrijkste punten
- 1Oud recht (Wabo) blijft van toepassing omdat de last onder dwangsom vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) is opgelegd op 19 juli 2023.
- 2De bouwwerken (kas en dierenverblijf) zijn zonder omgevingsvergunning gerealiseerd op een perceel met bestemming 'Agrarisch'.
- 3Het college was bevoegd en verplicht tot handhaving nu geen concreet zicht op legalisatie bestond.
- 4Het hobbymatige gebruik (kippen houden en gewassen telen) doet niet af aan de strijdigheid met het bestemmingsplan.
- 5Zowel het beroep tegen het besluit van 12 februari 2024 (via bevestiging rechtbankuitspraak) als het beroep tegen het besluit van 25 juni 2024 worden verworpen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij inwerkingtreding van de Omgevingswet: lasten onder dwangsom opgelegd vóór 1 januari 2024 blijven volledig onder het oude recht (Wabo) vallen. Het criterium 'geen concreet zicht op legalisatie' als grond voor handhaving wordt opnieuw bevestigd.
Praktische impact
Appellant dient de illegale bouwwerken (kas en dierenverblijf) te verwijderen of te legaliseren om verdere dwangsoominvordering te voorkomen. De buurman die het handhavingsverzoek indiende, ziet zijn belangen beschermd.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren van percelen in het buitengebied benadrukt deze uitspraak dat hobbymatig gebruik van bouwwerken zonder vergunning, in strijd met een agrarische bestemming, niet wordt gedoogd en tot handhaving leidt.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een handhavingszaak over illegale bouwwerken in het buitengebied van Tilburg. Appellant had op een aangrenzend perceel, zonder de vereiste omgevingsvergunning, een kas en een dierenverblijf gebouwd. De bouwwerken werden gebruikt voor hobbymatig kippen houden en gewassen telen. De percelen liggen in een gebied met de bestemming 'Agrarisch' op grond van het bestemmingsplan 'Buitengebied De Voorste Stroom', waarmee de bouwwerken in strijd zijn. Op verzoek van de buurman van het naastgelegen perceel heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg in juli 2023 een last onder dwangsom opgelegd. De centrale juridische vragen betroffen de toepasselijkheid van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, en de rechtmatigheid van de handhaving wegens het ontbreken van concreet zicht op legalisatie. De Raad van State stelt vast dat het overgangsrecht van artikel 4.23 van de Invoeringswet Omgevingswet meebrengt dat het oude recht, waaronder de Wabo, van toepassing blijft op lasten onder dwangsom die vóór 1 januari 2024 zijn opgelegd. Inhoudelijk oordeelt de Afdeling dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat er ten tijde van het besluit geen concreet zicht op legalisatie bestond. Dit is het doorslaggevende criterium dat handhaving rechtvaardigt en een afwijking van de beginselplicht tot handhaving in de weg staat. Zowel de uitspraak van de rechtbank als het beroep tegen het latere besluit van 25 juni 2024 worden bevestigd respectievelijk ongegrond verklaard. De uitspraak is in lijn met vaste rechtspraak en heeft met name praktische betekenis voor de appellant, die de illegale situatie zal moeten beëindigen.