Raad van State vernietigt afwijzing exploitatievergunning shisha-lounge
ECLI:NL:RVS:2026:5668, Raad van State, 23-09-2026, 202505108/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk (het perceel), afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag om verlenging van deze vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2024 (APV) afgewezen, omdat de exploitatie volgens hem in strijd is met het Omgevingsplan gemeente Rijswijk (het omgevingsplan). De burgemeester heeft daarbij in aanmerking genomen dat vanaf 2020 meerdere overtredingen in de onderneming van [appellant] zijn geconstateerd. Bij verschillende controles in 2020 en 2023 is vastgesteld dat geen sprake is van een eetcafé, maar van een shisha-lounge (waterpijpcafé). [appellant] heeft ondanks het aanzeggen van handhaving zijn bedrijfsvoering niet in overeenstemming gebracht met de voor een eetcafé verleende exploitatievergunning.
Kern van de zaak
De eigenaar van een eetcafé in Rijswijk vroeg verlenging van zijn exploitatievergunning aan. De burgemeester weigerde dit omdat de onderneming feitelijk als shisha-lounge (waterpijpcafé) werd geëxploiteerd, wat in strijd zou zijn met het omgevingsplan. Na ongegrondverklaring door de rechtbank stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit op bezwaar van de burgemeester. Het besluit op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van artikel 7:12 lid 1 Awb, omdat het niet deugdelijk is gemotiveerd; de burgemeester moet een nieuw besluit nemen.
Impactscore
LaagDe uitspraak is casuïstisch van aard en draait op een motiveringsgebrek; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de impact beperkt zich tot deze specifieke zaak en vergelijkbare lokale vergunningsprocedures.
Belangrijkste punten
- 1De burgemeester weigerde verlenging exploitatievergunning omdat feitelijk gebruik als shisha-lounge in strijd is met het omgevingsplan (toegestaan: horeca categorie 1 en 2; shisha-lounge valt onder categorie 3 'zware horeca').
- 2Meerdere controles tussen 2018 en 2025 toonden aan dat de onderneming niet als eetcafé maar als shisha-lounge werd gedreven, ondanks herhaalde handhavingsaanzeggingen.
- 3De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit op bezwaar niet deugdelijk is gemotiveerd in de zin van artikel 7:12 lid 1 Awb.
- 4De uitspraak van de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde, wordt vernietigd.
- 5De burgemeester moet een nieuw besluit op bezwaar nemen én de proceskosten van appellant vergoeden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak benadrukt de zware motiveringseis die aan besluiten op bezwaar wordt gesteld ex artikel 7:12 Awb, ook wanneer de feitelijke grondslag voor weigering (strijd met omgevingsplan) ogenschijnlijk sterk is. Bestuursorganen moeten hun motivering ook bij duidelijke overtredingen zorgvuldig en volledig onderbouwen.
Praktische impact
De burgemeester moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden; de exploitant behoudt vooralsnog onzekerheid over de vergunning maar heeft een procedurele overwinning behaald die de burgemeester dwingt tot een beter gemotiveerde beslissing.
Onderwerp-impact
Voor de horeca- en vergunningenpraktijk verduidelijkt deze uitspraak dat een weigering van een exploitatievergunning wegens strijd met het omgevingsplan een zorgvuldige en deugdelijke motivering vereist, ook als er meerdere geconstateerde overtredingen zijn.
Samenvatting
Deze zaak betreft een horecaondernemer in Rijswijk die sinds 2015 eigenaar is van een eetcafé en in 2024 een aanvraag indiende voor verlenging van zijn exploitatievergunning. De burgemeester weigerde deze verlenging omdat de onderneming feitelijk niet als eetcafé maar als shisha-lounge werd geëxploiteerd. Op grond van het omgevingsplan (via het bestemmingsplan '[locatie]') is op het betreffende perceel uitsluitend horeca van categorie 1 en 2 toegestaan, terwijl een shisha-lounge ingevolge het gemeentelijk Retail- en horecabeleid als zware horeca (categorie 3) wordt aangemerkt. Meerdere controles tussen 2018 en 2025 bevestigden het feitelijke gebruik als shisha-lounge, en de ondernemer had zijn bedrijfsvoering ondanks handhavingsaanzeggingen niet aangepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarop appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De centrale juridische vraag was of het besluit op bezwaar van de burgemeester voldeed aan de motiveringseis van artikel 7:12 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Afdeling oordeelt van niet: het besluit op bezwaar is niet deugdelijk gemotiveerd. Op grond hiervan vernietigt de Afdeling zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit op bezwaar, en draagt zij de burgemeester op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens moet de burgemeester de proceskosten van de appellant vergoeden. De uitspraak is procedureel van aard en stelt geen nieuwe materiële rechtsregels; zij herinnert bestuursorganen eraan dat zelfs bij een feitelijk sterke zaak de motiveringsplicht strikt wordt getoetst.