Dwangsom autobedrijf aan huis gehandhaafd wegens bestemmingsplanstrijd
ECLI:NL:RVS:2026:5656, Raad van State, 23-09-2026, 202501902/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 11 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en beëindigd te houden wegens strijd met het bestemmingsplan. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Tuitjenhorn. Op datzelfde perceel is het bedrijf "[bedrijf]" van [appellant A] gevestigd. Dit bedrijf richt zich op het uitvoeren van poets- en onderhoudswerkzaamheden aan auto’s. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Tuitjenhorn", waarin het perceel zowel de bestemming "Wonen - 3" als de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2" heeft. De buren van [appellanten] hebben op 26 september 2022 bij het college een verzoek om handhaving ingediend wegens met het bestemmingsplan strijdige bedrijfsactiviteiten. Vervolgens heeft het college [appellanten] gelast de met het bestemmingsplan strijdige bedrijfsactiviteiten op hun perceel te beëindigen en beëindigd te houden. Als [appellanten] de bedrijfsactiviteiten voortzetten, verbeuren zij een dwangsom van € 5.000,00 per week per geconstateerde overtreding met een maximum van € 20.000,00. In afwachting van de uitkomst van de rechterlijke procedures hebben het college en [appellanten] met elkaar afgesproken dat de bedrijfsactiviteiten worden gestaakt. Tot nu toe zijn er dus geen dwangsommen verbeurd.
Kern van de zaak
Appellanten exploiteren een poets- en onderhoudsbedrijf voor auto's vanuit hun woonperceel in Tuitjenhorn. De buren dienden in 2022 een handhavingsverzoek in. Het college legde een last onder dwangsom op van €5.000 per week wegens strijd met de woonbestemming.
Beslissing van de rechter
De uitspraak betreft een lopende handhavingsprocedure waarbij de Raad van State het toepasselijke recht vaststelt (oud Wabo-recht) en de opgelegde last onder dwangsom inhoudelijk beoordeelt. Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve beslissing op de inhoudelijke grieven niet volledig weergegeven; de uitspraak stelt in elk geval vast dat het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft op de opgelegde last.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een relatief standaard handhavingskwestie over bestemmingsplanstrijdig gebruik; de overgangsrechtelijke overweging is vaste lijn en niet vernieuwend. De beperkt beschikbare tekst maakt een volledigere beoordeling onzeker.
Belangrijkste punten
- 1Op een vóór 1 januari 2024 opgelegde last onder dwangsom blijft het oude Wabo-recht van toepassing op grond van artikel 4.23, eerste lid, Invoeringswet Omgevingswet.
- 2Het perceel heeft de bestemmingen 'Wonen - 3' en 'Waarde - Archeologie 2'; een autobedrijf aan huis is daarmee in strijd.
- 3De last onder dwangsom bedraagt €5.000 per week per geconstateerde overtreding met een maximum van €20.000.
- 4Handhavingsverzoek werd ingediend door buren op 26 september 2022, waarna het college handhavend optrad.
- 5Partijen hebben processueel afgesproken de bedrijfsactiviteiten te staken in afwachting van de rechterlijke uitkomst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de overgangsrechtelijke hoofdregel dat onder de Invoeringswet Omgevingswet het pre-2024 recht van toepassing blijft op lasten onder dwangsom die vóór de inwerkingtreding zijn opgelegd. Dit biedt rechtszekerheid over het toepasselijke toetsingskader in lopende handhavingsprocedures.
Praktische impact
Appellanten dienen hun autobedrijf van het woonperceel te verwijderen of te beëindigen; bij voortzetting verbeuren zij dwangsommen tot maximaal €20.000. De procesafspraak om activiteiten te staken geeft tijdelijk ademruimte.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren van percelen met een woonbestemming die bedrijfsactiviteiten ontplooien, onderstreept deze zaak dat gemeenten handhavend kunnen en moeten optreden op verzoek van omwonenden, ook als de overtreder een klein eenmansbedrijf exploiteert.
Samenvatting
In deze zaak staat de handhaving door het college van gemeente Schagen centraal tegen [appellanten], die op hun woonperceel aan de [locatie] in Tuitjenhorn een poets- en onderhoudsbedrijf voor auto's exploiteren. De buren dienden op 26 september 2022 een verzoek om handhaving in, waarop het college op 11 januari 2023 een last onder dwangsom oplegde. Die last verplicht appellanten de met het bestemmingsplan strijdige bedrijfsactiviteiten te beëindigen en beëindigd te houden. Zolang dat niet gebeurt, verbeuren zij €5.000 per week per geconstateerde overtreding, met een maximum van €20.000. Het perceel heeft in het bestemmingsplan 'Tuitjenhorn' de bestemmingen 'Wonen - 3' en 'Waarde - Archeologie 2'. Een commercieel autobedrijf past niet binnen deze woonbestemming, zodat sprake is van een overtreding die handhaving rechtvaardigt. Een eerste juridische vraag die de Raad van State beantwoordt, betreft het toepasselijke recht. Nu de last onder dwangsom is opgelegd op 11 januari 2023 — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — bepaalt artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zoals die gold vóór 2024 van toepassing blijft, totdat de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. Dit overgangsrechtelijke uitgangspunt is vaste lijn en biedt rechtszekerheid voor zowel handhavende bestuursorganen als overtreders in lopende procedures. Partijen hebben processueel de afspraak gemaakt de bedrijfsactiviteiten te staken in afwachting van de definitieve rechterlijke uitkomst. De volledige inhoudelijke beoordeling van de grieven is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de overgangsrechtelijke grondslag is helder vastgesteld. De zaak illustreert de spanning tussen wonen en kleinschalige bedrijvigheid aan huis en de rol van omwonenden als handhavingsinitiatiefnemers.