JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:562Laag12/100

Asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig relaas over Donso

ECLI:NL:RVS:2026:562, Raad van State, 02-02-2026, 202307301/1/V3

Raad van StateUitspraak: 2 februari 2026Publicatie: 2 februari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202307301/1/V3
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Geloofwaardigheidsbeoordeling
Verkorte Motivering
Asielaanvraag
Artikel 91 Vw2000
Donso

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een asielzoeker heeft beroep en hoger beroep ingesteld tegen opeenvolgende afwijzingen van zijn asielaanvraag. De minister achtte zijn relaas over bedreigingen door de Donso (een Malinese zelfverdedigingsmilitie) ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdige verklaringen over gestolen koeien en onlogische verklaringen over een huisbezoek. De rechtbank bevestigde dit standpunt op 31 oktober 2023.

Beslissing van de rechter

Zowel het hoger beroep als het beroep tegen het nieuwe besluit van 30 april 2025 zijn ongegrond verklaard. De Afdeling paste de verkorte motivering van artikel 91 lid 2 Vw 2000 toe omdat het hogerberoepschrift geen rechtseenheidsvragen opwierp, en het oordeel over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas stond daarmee in rechte vast.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige toepassing van vaste procedurele regels in het vreemdelingenrecht zonder nieuwe rechtsvragen of richtinggevende overwegingen; de enkelvoudige kamer deed de zaak af met een standaard verkorte motivering.

Belangrijkste punten

  • 1Afdeling past artikel 91 lid 2 Vw 2000 toe: hoger beroep wordt zonder nadere motivering afgedaan omdat geen rechtseenheids- of rechtsontwikkelingsvragen spelen
  • 2Ongeloofwaardigheid van het asielrelaas (tegenstrijdige verklaringen over gestolen koeien, Donso-bezoek, situatie broer) stond na ongegrond hoger beroep in rechte vast
  • 3Het nieuwe besluit van 30 april 2025 werd via artikel 6:19 jo. 6:24 Awb meegenomen in de hogerberoepsprocedure
  • 4Minister handhaafde in het nieuwe besluit dezelfde geloofwaardigheidsbeoordeling als in het oorspronkelijke besluit van 14 juni 2023
  • 5Geen proceskostenveroordeling voor zowel het hoger beroep als het beroep

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de standaardtoepassing van de verkorte afdoening ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 en het mechanisme van artikel 6:19 Awb waarmee een vervangend besluit in de lopende procedure wordt betrokken. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Praktische impact

Appellant heeft geen verblijfsrecht gekregen en de afwijzing van zijn asielaanvraag is onherroepelijk geworden; hij kan worden uitgezet naar zijn land van herkomst.

Onderwerp-impact

Voor asielzoekers die een relaas onderbouwen met verklaringen over lokale actoren zoals de Donso bevestigt deze uitspraak dat tegenstrijdigheden in details over aantallen en gedrag zwaarwegend kunnen zijn bij de geloofwaardigheidsbeoordeling.

Samenvatting

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 februari 2026 uitspraak gedaan in een vreemdelingenzaak over de afwijzing van een asielaanvraag. De appellant, afkomstig uit een land waar de Donso actief zijn, stelde te zijn bedreigd door deze zelfverdedigingsmilitie en vroeg asiel aan in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat het relaas ongeloofwaardig werd geacht: de verklaringen van appellant over het aantal gestolen koeien waren tegenstrijdig, de beschrijving van het huisbezoek door de Donso was onlogisch, en het feit dat zijn broer na zijn vertrek geen problemen ondervond wekte bevreemding. De rechtbank bevestigde dit standpunt op 31 oktober 2023. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond met toepassing van de verkorte motivering van artikel 91 lid 2 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. Daarmee stond het oordeel over de ongeloofwaardigheid van het relaas definitief in rechte vast. Tegelijkertijd beoordeelde de Afdeling via artikel 6:19 jo. 6:24 Awb het nieuwe besluit van de minister van 30 april 2025, dat was genomen ter uitvoering van de eerdere rechterlijke uitspraak. Omdat de minister in dat besluit dezelfde geloofwaardigheidsbeoordeling handhaafde en het oordeel daarover inmiddels onherroepelijk was, kon de beroepsgrond van appellant niet slagen. Ook dit beroep werd ongegrond verklaard. Voor beide procedures hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak heeft geen precedentwerking en illustreert uitsluitend de gebruikelijke procesrechtelijke afwikkeling van een asielzaak waarin geloofwaardigheidsvragen de kern vormen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1123Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1123, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00132

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen